Flavius Aëtius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Flavius Aëtius
Geboren ca. 390
Durostorum
Overleden 454
Rome
Land/partij Romeinse Rijk
Rang magister militum

Flavius Aëtius (Durostorum, ca. 390 - Rome, 454) was een magister militum (opperbevelhebber) van het leger in het Romeinse Rijk onder Valentinianus III. Hij is vooral bekend geworden door zijn overwinning op de Hunnen.

Vroege jaren[bewerken]

Aëtius was in zijn kinderjaren diplomatiek gijzelaar van de Hunnen. Daar leerde hij zijn latere vijanden goed kennen en raakte bevriend met hun latere koning Rugula. Onder diens koningschap was het Aëtius die een bondgenootschap met de Hunnen tot stand bracht. Hij gaf Pannonia aan de Hunnen en verleende hun een jaargeld in ruil voor vrede.

Aëtius, Bonifatius en Placidia[bewerken]

Aëtius' eerste wapenfeit was het aanvoeren van een leger Hunnen in 425 in Italië. Hij steunde de usurpator Johannes die zichzelf tot keizer had uitgeroepen. Aëtius arriveerde met zijn leger in Ravenna drie dagen nadat Johannes was verslagen en gedood. Na wat schermutselingen sloot Aëtius een overeenkomst met Galla Placidia, de keizer-moeder en regentes van Valentinianus III: de Hunnen werden afbetaald en naar huis gestuurd, en Aëtius werd magister militum van het westelijke rijk, een positie met veel macht.

In Gallië versloeg Aëtius de opstandige Visigoten in de slag bij Arles, en dwong hen om terug te keren naar Aquitanië. Hij herstelde de Rijngrens en verdedigde Noricum tegen Germaanse invallen. In de tussentijd, was comes Bonifatius van Africa in ongenade gevallen bij Placidia, waarschijnlijk als gevolg van intriges door Aëtius en andere Romeinse generaals.

Bonifatius kwam in opstand en liet de Vandalen overkomen. In 432 kwam hij weer in de gunst bij Placidia en werd teruggeroepen naar Italië en kreeg een hoge positie. Aëtius, die geloofde dat Placidia van hem af wilde, marcheerde met zijn leger op tegen Bonifatius en bevocht hem in de slag bij Rimini. Bonifatius won deze slag, maar raakte zwaargewond en stierf een aantal maanden later. Aëtius ontsnapte na zijn nederlaag naar Dalmatië, keerde met de hulp van de Hunnen terug (in ruil hiervoor ontvingen deze de Romeinse provincie Pannonië) en herstelde in 433 zijn machtspositie.

Machtigste Romein van het Westen[bewerken]

Van 433 tot 450 was Aëtius de belangrijkste persoon van het West-Romeinse Rijk. Hij vervolgde zijn politiek van versterken van de Romeinse macht in Gallië en Spanje, waarbij hij diverse malen te maken kreeg met opstanden, o.a. van de Germaanse foederati binnen het rijk. In 435 verbraken de Bourgonden hun bondgenootschap met de Romeinen en vielen het aangrenzende gebied binnen. Aëtius zond als reactie hierop een strafexpeditie voornamelijk bestaande uit Hunnen. Bij Worms vernietigde dit leger de Bourgonden en roeide een groot deel van dit volk uit. In 443 bracht Aëtius het overgebleven deel van de Bourgonden naar Sapaudie (Savoye). In Gallië en Spanje ondervond hij veel problemen met de benden plunderaars, de zogenaamde Bagaudae. Bij Valence en Orléans plaatste hij mobiele legers.

Na de dood van hunnenkoning Rugula kwam korte tijd diens neef Bleda op de troon, maar deze werd snel vermoord en vervangen door Attila. In 447 verbrak Attila zijn bondgenootschap met Rome, viel de Balkan binnen en nam zestig steden in. In 450 viel Theodosius II van zijn paard, waarbij hij dodelijk gewond werd. Een onervaren Marcianus kwam op de troon van het oosten. Hij weigerde Attila schatting te betalen en het zag ernaar uit dat de Hunnen opnieuw het oosten zouden aanvallen.

In Ravenna werd echter Iusta Grata Honoria's geliefde door haar broer Valentinianus III gevangengezet. Zij nam wraak door zichzelf aan Attila aan te bieden en nodigde hem uit het westelijke rijk te veroveren in haar naam. Attila viel daarom in plaats van het oosten het westen aan.

Slag op de Catalaunische velden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie slag op de Catalaunische velden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Aëtius reisde af naar Gallia om het bondgenootschap van Hunnen, Gepiden en Ostrogoten het hoofd te bieden. Hij riep daartoe de hulp in van de Germaanse stammen die al op Romeins gebied waren doorgedrongen zoals de Visigoten, Bourgonden, Franken en Vandalen. Op 20 september 451 vond op de Campus Mauriacus of Catalaunische Velden, nabij Augustobona Tricassium en Catalaunum, een grote veldslag plaats. De Hunnen wisten maar met moeite aan een nederlaag te ontkomen en de slag eindigde in feite onbeslist. Aëtius liet hun de aftocht blazen, mogelijk om een tegenwicht tegen de Goten te kunnen behouden. Dit kwam hem duur te staan omdat de Hunnen zich in 452 tegen Italia keerden. Aëtius werden daarom in Rome en Ravenna allerlei verwijten gemaakt. In 453 stierf Attila. Zodoende was Aëtius wel een grote tegenstander kwijt, maar ook dé reden waarom hij onmisbaar was voor Rome ging verloren.

Moord op Aëtius[bewerken]

Hoewel Aëtius in 453 in staat was geweest om zijn zoon Gaudentius met Valentinianus' dochter Placidia te verloven, voelde Valentinianus zich door Aëtius geïntimideerd. Aëtius had dertig jaar eerder ooit Johannes tegen hem gesteund. Ook geloofde hij dat Aëtius zijn zoon op de keizerlijke troon wilde plaatsen. De Romeinse senator Petronius Maximus en de kamerheer Heraclius bleken in staat om Valentinianus te betrekken bij een complot om Aëtius te vermoorden. Toen hij op 21 september 454 aan het hof in Ravenna aanwezig was voor een vergadering over financiële zaken, werd Aëtius door keizer Valentinianus eigenhandig vermoord. Edward Gibbon legt Sidonius Apollinaris de beroemde opmerking in zijn mond: "Ik ben onwetend, heer, over uw motieven of provocaties, ik weet alleen dat u als een man hebt gehandeld die met zijn linkerhand zijn rechterhand heeft afgeslagen."[1]

Maximus verwachtte dat hij in plaats van Aëtius tot patriciër zou worden verheven, maar hij werd hierin tegengewerkt door Heraclius. Zinnend op wraak kwam Maximus met twee Hunse vrienden van Aëtius, Optila en Thraustila, overeen om zowel Valentinianus III als Heraclius te vermoorden. Op 16 maart 455 stak Optila de keizer in de tempel neer toen hij op de Campus Martius van zijn paard stapte. Toen de verbijsterde keizer opkeek om te zien wie hem had aangevallen, maakte Optila hem af met een volgende zwaardstoot. Intussen was Thraustila naar voren gestapt en had hij Heraclius gedood. Het merendeel van de soldaten die ​​dicht bijstonden waren trouwe volgelingen van Aëtius geweest. Niemand stak een vinger uit om de keizer te redden.

Aëtius werd als legerleider in Gallië door Aegidius opgevolgd.

Voetnoten[bewerken]

  1. Edward Gibbon, Decline and Fall of the Roman Empire, hoofdstuk. 35

Literatuur[bewerken]

  • Edward James, De Franken, Baarn, 1988, blz. 63-66, 93.
  • (en) Ian Hughes Aetius: Attila's Nemesis Pen & Sword Military, 2012. ISBN 1848842791.