Flensburgregering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Flensburgregering, zo genoemd naar de regeringszetel in Flensburg, in het Noord-Duitse Sleeswijk-Holstein, was de laatste regering van het Derde Rijk. Ze stond onder leiding van een door Adolf Hitler aangewezen president, Karl Dönitz, en heeft ongeveer drie weken (van 1 mei tot 23 mei 1945) bestaan. Haar belangrijkste daad was het ondertekenen van de capitulatieovereenkomst.

Opvolging van Hitler[bewerken]

Op 1 mei 1945 kreeg de Duitse grootadmiraal Dönitz per telegram te horen dat hij door Adolf Hitler tot rijkspresident en opvolger van de Führer was benoemd. Hitler zelf had de dag ervoor zelfmoord gepleegd. De positie van Führer kwam te vervallen (dat kon slechts Hitler zijn), maar in plaats daarvan werden de in 1934 verenigde ambten van rijkspresident en rijkskanselier in ere hersteld, met als aangewezen kandidaten respectievelijk Dönitz en Goebbels. Dönitz nam de regering op zich, na zich ervan te hebben vergewist dat hij door de Wehrmacht, de Kriegsmarine en de SS als nieuw staatshoofd werd erkend.

De keuze voor Dönitz was opmerkelijk en verbaasde ook hemzelf. Het had meer voor de hand gelegen dat Hermann Göring, op papier de officiële opvolger van Hitler, verkozen zou worden. Echter, zowel Göring als Himmler was in ongenade gevallen bij Hitler. Met uitzondering van Goebbels hadden vrijwel alle hoge partijleden in de ogen van Hitler afgedaan, terwijl het leger al helemaal niet meer vertrouwd werd wegens het complot van 20 juli 1944. Hitler waardeerde echter Dönitz om zijn fanatieke nazimentaliteit en werd omgekeerd door deze bewonderd. Ook waren de U-boten het enige krijgsmachtonderdeel dat naar verhouding redelijk bleef presteren.

Vorming van de regering-Dönitz[bewerken]

Sedert 20 april 1945 bevond de oude rijksregering zich al in het Noord-Duitse Sleeswijk-Holstein, nabij het stadje Plön, waar grootadmiraal Dönitz belast was met de verdediging van de "Noordvesting". Na ontvangst van zijn benoemingstelegram begaf de kersverse president zich samen met zijn adjudant naar het iets noordelijker gelegen Flensburg, bij de Deense grens, waar hij zijn intrek nam in de militaire trainingsschool in het stadsdeel Mürwik. Dit werd het nieuwe hoofdkwartier van het OKW (opperbevel) en tevens de regeringszetel. De regering die Hitler in zijn testament had bevolen, werd echter niet gevormd: Goebbels was dood, Bormann gevlucht en onbereikbaar, Seyss-Inquart verwikkeld in capitulatiebesprekingen[1] en Himmler te zeer gecompromitteerd. Dönitz gaf daarom opdracht aan de voormalige minister van Financiën, Lutz Schwerin von Krosigk, om een kabinet te vormen. Deze stelde daarop een nieuwe regering van hoofdzakelijk nazibestuurders samen. De nieuwe president vroeg ondertussen dossiers en landkaarten op om de uiterst precaire militaire situatie te bestuderen.

Capitulatiebesprekingen[bewerken]

Kolonel-generaal Alfred Jodl ondertekent de capitulatie te Reims.

Het eerste waarmee de nieuwe regering van een steeds kleiner wordend rijk zich moest bezighouden, was de capitulatie. President Dönitz wilde echter aanvankelijk alleen voor de westerse geallieerden capituleren. Door tegen de Sovjet-Unie te blijven doorvechten hoopte hij de Duitse militairen die aan het Oostfront vochten de kans te geven zich terug te trekken naar de Amerikaanse en Britse linies, zodat zij niet in handen van de bolsjewieken zouden vallen.

Op 2 mei 1945 stuurde de nieuwe president en opperbevelhebber van de krijgsmacht een delegatie onder leiding van admiraal Hans-Georg von Friedeburg (opperbevelhebber van de Kriegsmarine) naar de Lüneburger Heide om veldmaarschalk Montgomery een voorwaardelijke capitulatie aan te bieden. Dit was tegen het overeengekomen beleid van de geallieerden en Montgomery stuurde de Duitsers terug. Daarop gaf Dönitz groen licht voor een onvoorwaardelijke overgave.

Op 7 mei arriveerde de Duitse delegatie onder leiding van Von Friedeburg en kolonel-generaal Alfred Jodl in het Franse Reims om de onvoorwaardelijke overgave te ondertekenen. Omdat de Sovjet-Unie hierbij niet vertegenwoordigd was, vond op 8 mei een 'tweede capitulatie' plaats: in aanwezigheid van Russen, Amerikanen, Britten en Fransen ondertekenden generaalveldmaarschalk Keitel (OKW), kolonel-generaal Jodl (Wehrmacht), kolonel-generaal Stumpff (Luftwaffe) en admiraal Von Friedeburg de Duitse capitulatie. De Duitse delegatie keerde daarop naar Flensburg terug om aan Dönitz verslag uit te brengen.

Marionettenregering[bewerken]

Hoewel Flensburg binnen de Britse bezettingszone in Duitsland lag, ondernamen de geallieerden geen stappen om de regering te arresteren. President Dönitz regeerde na de capitulatie dus onverdroten voort, zij het steeds meer als hoofd van een marionettenregering.[2] Kennelijk vanuit de gedachte "beter laat dan nooit" stelde de regering een onderzoek in naar de 'misstanden' in de concentratiekampen. Ongeveer een week na Hitlers zelfmoord in Berlijn werd de Hitlergroet in het leger afgeschaft. Tegelijk bleven Dönitz' militaire rechtbanken doodvonnissen uitspreken en uitvoeren.

Op 13 mei 1945 arresteerden de Britten veldmaarschalk Keitel wegens zijn betrokkenheid bij de executie van vijftig Britse (krijgsgevangen gemaakte) luchtmachtofficieren. Dönitz benoemde kolonel-generaal Jodl tot Keitels opvolger. Jodl werd de laatste opperbevelhebber van het OKW.

Roemloos einde[bewerken]

Arrestatie van drie leden van de Flensburgregering: Alfred Jodl, Albert Speer en de president, Karl Dönitz.

Op 17 mei 1945 arriveerden de Russen. Zij drongen aan op de arrestatie van de regering. Op 23 mei werd de rijksregering gesommeerd om naar het Duitse stoomschip Patria te komen. Daar aangekomen werd de rijksregering gearresteerd. De afwezige kabinetsleden werden ten slotte in de militaire trainingsschool (het hoofdkwartier) opgepakt, terwijl het kabinet daar in vergadering bijeen was. Von Friedeburg pleegde op beproefde naziwijze zelfmoord door een cyaankalicapsule door te bijten.

De laatste regering van het Derde Rijk werd vervolgens tezamen met het opperbevel overgevlogen naar Bad Mondorf (Luxemburg), waar zich in een gevangenis de al eerder gearresteerde nazikopstukken bevonden. Een aantal leden van de regering zou moeten terechtstaan in het Proces van Neurenberg.

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kershaw, blz. 358-359
  2. Kershaw, blz. 378: "the pantomime of the rump Dönitz regime"