Flensburgregering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Flensburgregering was de laatste regering van nazi-Duitsland, vernoemd naar de zetel van de regering.

Ontstaan[bewerken]

Op 1 mei 1945 kreeg de Duitse grootadmiraal Karl Dönitz per telegram te horen dat hij tot rijkspresident en opvolger van de Führer Adolf Hitler was benoemd. Hitler had op 30 april 1945 zelfmoord gepleegd met een capsule cyaankali en een pistoolschot. De positie van Führer kwam te vervallen (dat kon slechts Hitler zijn), maar in plaats daarvan werden de in 1934 verenigde ambten van rijkspresident (Dönitz) en rijkskanselier (Goebbels) in ere hersteld. Dönitz nam de regering op zich, na zich ervan te hebben vergewist dat hij door de Wehrmacht, de Kriegsmarine en de SS als nieuw staatshoofd werd erkend. De keuze voor Dönitz was een merkwaardige die hem zelf ook verbaasde. Het lag meer voor de hand dat Hermann Göring, op papier de officiële opvolger van Hitler, gekozen zou worden. Echter, zowel Göring als Himmler was in ongenade gevallen bij Hitler. Met uitzondering van Goebbels hadden vrijwel alle hoge partijleden in de ogen van Hitler afgedaan, terwijl het leger al helemaal niet meer vertrouwd werd wegens de aanslag op Adolf Hitler. Dönitz was trouw gebleven, en zijn U-boten waren het enige krijgsmachtonderdeel dat naar verhouding redelijk bleef presteren.

Op het moment dat hij het telegram ontving, bevond Dönitz zich in de Noord-Duitse stad Plön. Hij vertrok met zijn adjudant, kapitein-luitenant ter zee Lüdde-Neurath naar het nog noordelijker gelegen Flensburg bij de Deense grens, waar hij in de militaire trainingsschool aldaar zijn intrek nam. Dit werd het nieuwe hoofdkwartier van het OKW (opperbevel) en tevens de zetel van de laatste nazi-regering. De regering die Hitler in zijn testament had bevolen werd echter niet gevormd. Er zaten te veel door Dönitz ongewenste personen in, en de aangewezen rijkskanselier, Joseph Goebbels, was al dood. De grootadmiraal stelde een nieuwe regering samen en vroeg dossiers en landkaarten op om de militaire situatie te kunnen bestuderen.

Dönitz was vastbesloten om te capituleren, maar wilde aanvankelijk alleen voor de Westerse geallieerden capituleren. Door tegen de Sovjet-Unie te blijven doorvechten hoopte hij de Duitse militairen die aan het oostfront vochten de kans te geven zich terug te trekken en naar de Amerikaanse en Britse linies te vluchten, om niet in handen van de Sovjets te vallen.

Capitulatie[bewerken]

Kolonel-generaal Alfred Jodl ondertekent de capitulatie te Reims.

President Dönitz stuurde op 2 mei 1945 een delegatie onder leiding van admiraal Hans-Georg von Friedeburg (opperbevelhebber Kriegsmarine) naar de Lüneburger Heide om veldmaarschalk Montgomery een voorwaardelijke capitulatie aan te bieden. Montgomery dacht hier niet over en stuurde de Duitsers terug. Om de strijd alsnog te kunnen laten staken gaf Dönitz daarop groen licht voor onvoorwaardelijke overgave.

Op 7 mei 1945 arriveerde de Duitse delegatie onder leiding van Von Friedeburg en kolonel-generaal Alfred Jodl in het Franse Reims om de onvoorwaardelijke overgave te ondertekenen. Omdat de Sovjet-Unie hierbij niet vertegenwoordigd was, vond op 9 mei 1945 een ‘tweede capitulatie’ plaats. In aanwezigheid van Russen, Amerikanen, Britten en Fransen ondertekenden generaalveldmaarschalk Wilhelm Keitel (OKW), kolonel-generaal Jodl (Wehrmacht), kolonel-generaal Hans-Jürgen Stumpff (Luftwaffe) en admiraal Von Friedeburg de Duitse capitulatie.

Impasse[bewerken]

De Duitse delegatie keerde daarop naar Flensburg terug om aan Dönitz verslag uit te brengen. Hoewel Flensburg binnen de Britse bezettingszone lag, ondernamen de geallieerden geen stappen om de regering te arresteren. De regering-Dönitz regeerde in werkelijkheid gewoon door. Zo stelde de regering zelf een onderzoek in naar de misstanden in de concentratiekampen. Op 13 mei 1945 arresteerden de Britten veldmaarschalk Keitel wegens zijn betrokkenheid bij de executie van vijftig Britse (krijgsgevangen gemaakte) luchtmachtofficieren. Dönitz benoemde kolonel-generaal Jodl tot Keitels opvolger. Jodl werd de laatste opperbevelhebber van de OKW (Duitse opperbevel).

Een andere maatregel die Dönitz nam was de afschaffing van de Hitlergroet in het leger. Zijn militaire rechtbanken bleven echter doodvonnissen uitspreken en uitvoeren.

Impasse doorbroken[bewerken]

Arrestatie van drie leden van de Flensburgregering: Alfred Jodl, Albert Speer en Karl Dönitz.

Op 17 mei arriveerden de Russen. Zij drongen aan op de arrestatie van de regering. Op 23 mei werd de rijksregering gesommeerd om naar het Duitse stoomschip ‘Patria’ te komen. Daar aangekomen werd de rijksregering gearresteerd. De afwezige kabinetsleden werden ten slotte in de militaire trainingsschool (het ‘hoofdkwartier’) opgepakt, terwijl het Kabinet-Schwerin (genoemd naar de leider van dit kabinet, kanselier graaf Lutz Schwerin von Krosigk) daar in vergadering zat. Admiraal Von Friedeburg, die zich op het toilet had teruggetrokken, pleegde zelfmoord door een cyaankalicapsule door te bijten.

De laatste regering van het Derde Rijk en het opperbevel werden vervolgens overgevlogen naar Bad Mondorf (Luxemburg), waar zich in een gevangenis de al eerder gearresteerde nazi-kopstukken bevonden. Een aantal leden van de rijksregering stond terecht tijdens het Proces van Neurenberg.

Bronnen, noten en/of referenties
  • J.J. Heydecker en J. Leeb - Opmars naar de galg