Flevomeer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aan het begin van het Subatlanticum bestond het Flevomeer al.

Het Flevomeer is een historische naam van een groot water in de Lage Landen, waarvan de naam vooral bekend is geworden dankzij een beschrijving door Pomponius Mela, een Romeins geograaf.

In zijn De Chorographia in 44 na Christus spreekt Pomponius over een Lacus Flevo. Hij schreef: "De noordelijke tak van de Rijn verbreedt zich tot het meer Flevo, dat een eiland met dezelfde naam omsluit en daarna als een normale rivier naar zee vloeit". Andere bronnen spreken over Flevum, dat vliestroom betekent. Deze naam is grammaticaal gezien waarschijnlijker voor een geografische aanduiding, reden waarom wel wordt aangenomen dat de vorm 'Flevo' door Pomponius ten onrechte voor een grondvorm in plaats van een verbuiging van 'Flevum' is aangezien.[1]

Het Flevomeer ontwikkelde zich na de Romeinse tijd door de afslag van de oevers tot het Almere. Waarschijnlijk ontstond in de middeleeuwen[2] met het stijgen van de zeespiegel en het afgraven van veengronden door de Friezen in West-Friesland (Enkhuizen, Medemblik etc.) via het Vlie een verbinding tussen het Almere en de Waddenzee. Uiteindelijk ontstond hieruit in de 13e eeuw de Zuiderzee, na nog meer grote overstromingen.

Het was ook de naam van de polders Oostelijk en Zuidelijk Flevoland voor deze in respectievelijk 1957 en 1968 drooggelegd werden en geen deel meer uitmaakten van het IJsselmeer.

Hoewel niet correct, werd de term voor de drooglegging van deze polders ook wel als aanduiding voor het gehele IJsselmeer gebruikt.

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties: