Florida zandskink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Florida zandskink
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2007)
Sand Skink.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Plestiodon
Soort
Plestiodon reynoldsi
Stejneger, 1910
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De Florida zandskink[2] (Plestiodon reynoldsi) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).

Naamgeving[bewerken]

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Leonhard Hess Stejneger in 1910. Oorspronkelijk werd de naam Neoseps reynoldsi gebruikt. Het was lange tijd de enige soort uit het monotypische geslacht Neoseps, en wordt tegenwoordig tot het geslacht Plestiodon gerekend. De wetenschappelijke soortnaam reynoldsi is een eerbetoon aan Robert Paul Reynolds omdat deze het holotype had gevangen.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De skink is te herkennen aan het slangachtige uiterlijk, spitse, beitelvormige kop en met name de extreem kleine pootjes; de voorpoten hebben elk één teen, de achterpoten elk twee tenen. De kleur is geelbruin tot beige met vaak rijen kleine donkere vlekjes op de rug en een donkere kop. De Florida zandskink wordt ongeveer 10 tot 13 centimeter lang.[3]

Verspreiding en habitat[bewerken]

Leefgebied

De skink komt voor in de Verenigde Staten, en alleen in het centrale deel van de staat Florida. Deze soort leeft in drogere en warme streken met een losse zandbodem waar hij in kan graven. Soms ligt de skink net onder het oppervlak te loeren op prooidieren, maar meestal worden holen gegraven en eet het dier wat hij al gravend tegenkomt. Bij gevaar verdwijnt de skink snel in het zand.

Voedsel[bewerken]

De Florida zandskink leeft van insecten en dan voornamelijk van termieten, keverlarven en andere insectenlarven, omdat dat een van de weinige dieren zijn die het ondergronds in de woestijnachtige streken uithouden. Andere mogelijke prooien worden echter niet genegeerd en ook buitgemaakt. Prooidieren worden opgespoord doordat de hagedis de trillingen die ze veroorzaken in de bodem waar kan nemen.[3]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties
  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 309, 310 ISBN 90 274 8626 3.
  3. a b P Whitfield, Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld, Uitgeverij Areopagus, 1984, Pagina 430 ISBN 90 274 9009 0.
Bronnen
  • (nl) P Whitfield - Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld (1984)- Pagina 430 - Uitgeverij Areopagus - ISBN 90 274 9009 0
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Plestiodon reynoldsi - Website Geconsulteerd 2 augustus 2014