Florimond van Duyse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Florimond van Duyse (Gent, 4 augustus 1843 - Gent, 18 mei 1910) was een Vlaams componist, dichter en etnomusicoloog.

Florimond van Duyse was de oudste in het gezin van Prudens van Duyse en Sophie Wouters, dat vijf kinderen telde. Hij zette de poëtische missie van zijn vader voort en combineerde de passie van de musicologie en het toondichten met het beroep van krijgsauditeur.

Gedurende zijn hele leven bestudeerde hij het Nederlandse lied in al zijn vormen: de Souterliedekens, het Antwerps liedboek, de Geuzenliederen, het Gruuthuse-handschrift en de eigentijdse compilaties van onder meer Edmond de Coussemaker, Jan Bols en Jan Frans Willems. Die laatste kreeg het hard te verduren in het voorwoord en de besprekingen van Van Duyse.

"Toen ik het plan opvatte om een onderzoek in te stellen naar de oorspronkelijke teksten en melodieën onzer oude liederen, nam ik natuurlijk ter hand de verzameling door Willems uitgegeven, onder den titel Oude Vlaemsche liederen. Doch eene vergelijking met enkele door Willems aangeduide bronnen, liet mij al dadelijk toe te zien, hoe aan menigen oude tekst en aan menige oude melodie, willekeurige veranderingen waren toegebracht." (uit: voorwoord Het oude Nederlandse lied)

Meer lof had hij over voor de grondlegger van de Nederlandse etnomusicologie, Hoffmann von Fallersleben, omdat die zich wel beperkte tot het opnemen van de liederen zoals zij gezongen werden. Willems krijgt weliswaar enig respijt, omdat hij geen geschoold musicus was en toch pogingen ondernam om logische muziekvormen te voorzien bij de geleverde teksten. De voornaamste kritiek van Van Duyse was dat de correcties en wijzigingen niet als dusdanig waren gedocumenteerd. Het opnemen van verschillende versies met bronverwijzing, zou dan ook de maatstaf worden voor zijn magnum opus.

Werken[bewerken]

Onder andere:

  • Het oude Nederlandse lied, deel 1-3 (1903-1907)

Externe link[bewerken]