Fluorescentiespectroscopie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen   Iemand vindt dat de onderstaande inhoud, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met Fluorometrie, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).

Fluorescentiespectroscopie is een techniek waarmee fluorescente stoffen geïdentificeerd en gekarakteriseerd kunnen worden. Fluorescentiespectroscopie wordt doorgaans uitgevoerd met een fluorimeter. Een fluorimeter is een instrument dat gebruikt wordt om de intensiteit van de fluorescentie van een bepaalde stof te meten. De golflengten voor excitatie en emissie kunnen in een fluorimeter ingesteld worden.

Excitatie- en emissiespectra zijn stofspecifiek. Fluorescentiespectroscopie kan dus gebruikt worden om stoffen te identificeren.

Instrumentatie[bewerken]

Een fluorimeter bevat een lamp, een cuvethouder waarin een cuvet met de te meten oplossing wordt geplaatst, monochromators en een detector. Voor samples in oplossing worden glazen of silica cuvetten gebruikt. Opgeloste moleculen worden geëxciteerd door UV licht, de bron is meestal een deuterium of een xenon lamp van 150-800W. Breedband excitatielicht van een lamp straalt via een monochromator, waar maar een bepaalde golflengte doorheen kan, op het monster. De fluorescentie wordt vervolgens verspreid, passeert een andere monochromator en wordt gedetecteerd door een fotomultiplier of een fotodiode. Met behulp van de exciterende monochromator kan het exciterende spectrum bepaald worden en met de fluorescente monochromator het fluorescente spectrum. Ook bevat een fluorimeter nog een lineaire versterker en een recorder.

Bij fluorescentie absorbeert een molecuul een hoog-energetisch foton ('lage' golflengte) waardoor één of meerdere elektronen in een aangeslagen toestand belanden en vervolgens terugvallen naar de grondtoestand onder uitzending van een foton van lagere energie (hogere golflengte).

Analyse[bewerken]

Het signaal kan zowel digitaal als analoog verwerkt worden. Er is een grote variatie in systemen en er moet op verschillende dingen gelet worden.

Niet alles wat de detector doorgeeft is een 'echt' signaal dus er moet onderscheid gemaakt worden tussen signaal en ruis. Dit is mogelijk door de filters te variëren en te voorkomen dat er licht, dat niet door het filter geweest is, op de samples/detector terecht komt (strooilicht).Hier moet goed op gelet worden want het is mogelijk om meer ruis dan signaal te hebben. Er zijn al vele foutieve en onnauwkeurige resultaten (signaal-ruis-verhouding). verkregen, doordat de precieze instellingen van de fluorimeter niet gepubliceerd zijn.

Het oplosmiddel, de temperatuur en de concentratie zijn ook belangrijke parameters die de intensiteit van de fluorescentie beïnvloeden.

Verder moet er gelet worden op de gevoeligheid en detectie limiet. Er zijn tegenwoordig apparaten verkrijgbaar die zeer lage concentraties kunnen meten, dus is het vaak helemaal niet nodig om grote hoeveelheden van een eventueel duur sample te gebruiken.