Foetale bloedsomloop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fetal circulation.png

De foetale bloedsomloop is de bloedsomloop van een foetus. Deze verloopt deels over de placenta via de navelstrengbloedvaten. Omdat de longen nog niet voor de zuurstofvoorziening kunnen instaan (ze zitten in vruchtwater en zijn bovendien nog niet uitgeklapt) en omdat de darmen nog geen voedingsstoffen verteren, worden deze functies voor de geboorte waargenomen door de placenta.

Traject[bewerken]

Het zuurstof- en voedingsstofrijke bloed van de placenta loopt via de ongepaarde navelstrengader (vena umbilicalis) en ductus venosus (en deels via de leverpoortader) naar de onderste holle ader (vena cava inferior). De twee harthelften functioneren nog in parallel omdat er twee kortsluitende verbindingen zijn tussen rechter- en linkerharthelft (d.i. kleine en grote bloedsomloop): een deel van het bloed gaat vanuit de rechterboezem via het ovale venster (foramen ovale) naar de linkerboezem. Een ander deel stroomt van de longslagader via de ductus arteriacus Botalli naar de lichaamsslagader (aorta). De nog niet uitgeklapte longen worden zo grotendeels omzeild.

Een deel van het bloed dat in de aorta terechtkomt en dat koolzuurgas en afvalstoffen bevat, wordt via de binnenste bekkenarteries (arteriae iliacae internae) en de gepaarde navelstrengslagaders (arteriae umbilicares) naar de moederkoek afgevoerd.

Geboorte[bewerken]

Na de bevalling treedt een drukverandering op, waardoor de baby een normale bloedsomloop krijgt. De gelei van Wharton in de navelstreng gaat na de geboorte opzwellen, waardoor de placentale circulatie meer stromingsweerstand gaat ondervinden. Ook gaan de longen open, waardoor de stromingsweerstand in de longcirculatie sterk afneemt. Hierdoor verandert de druk in de harthelften, en klapt het foramen ovale door middel van een weefselklep dicht, waarna dit gat dichtgroeit.