Folgóre da San Gimignano

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Folgóre da San Gimignano, pseudoniem van Giacomo di Michele of Jacopo di Michele, Italiaans dichter (San Gimignano, 1270 – 1332) uit de hoge middeleeuwen.

Leven[bewerken]

Zijn naam zou afgeleid zijn van het Italiaanse fulgore (schittering, glans) en is onder andere te vinden in een document uit Siena uit 1295. Andere bronnen maken melding van zijn overlijden in 1332. Men weet weinig van zijn leven, behalve dat hij gevochten heeft als infanterist en later cavallerist voor zijn geboortestad of "commune" (Italiaanse lokale bestuurseenheid in de middeleeuwen, vergelijkbaar met gemeente en ommelanden).

Werk[bewerken]

Aan hem worden ca. 32 sonnetten toegeschreven, geschreven tussen 1308 en 1316, die in de traditie staan van de Provençaalse lyriek. Het meest bekend zijn de sonnettenkransen gewijd aan de dagen van de week en die aan de maanden van het jaar. Van deze laatste sonnetten bestaat een integrale vertaling door Dolf Verspoor in zijn boek Romaanse sonnetten. Hierin wordt een nostalgisch beeld bij elke maand opgeroepen, waarbij het goede leven (lekker eten en drinken, het beminnen van de vrouwen, het gezellig bij elkaar zitten) een belangrijke rol in nemen.

Daarnaast zijn er enkele fragmenten overgeleverd van een sonnettenreeks over de deugden waar een ridder niet zonder kan en nog enkele politiek getinte sonnetten die betrekking hebben op de toenmalige strijd tussen Ghibellijnen en Welfen (zie ook Dante Alighieri). De strekking van de sonnetten is anti-Ghibellijns.

Voorbeeld[bewerken]

Een voorbeeld uit de Maanden van het jaar:

I' doto voi, nel mese di gennaio,
corte con fuoci di salette accese,
camer' e letta d'ogni bello arnese,
lenzuoi di seta e copertoi di vaio,
tregèa, confetti e mescere a razzaio,
vestiti di doagio e di rascese:
e'n questo modo star a le difese,
muova scirocco, garbino e rovaio.
Uscir di fuor alcuna volta il giorno,
gittando de la neve belle e bianca
a le donzelle che staran da torno,
e quando fosse la compagna stanca,
a questa corte facciasi ritorno
e si ripose la brigata franca.
Voor Januari zijn u toebedacht
zalen met knappend vuur in open schouwen
en slaapvertrekken met hun toegevouwen
lakens van zijde onder eekhorenvacht.
Confijt en kruidwijn en de warme dracht
van wollen weefselen uit Henegouwen:
zo kunt gij u de winter toevertrouwen
als storm uit noord en west huilt door de nacht.
En overdag de witte sneeuw instuiven,
sneeuwballen met meisjes jong en fris
die lachend om uw woning staan de wuiven,
en naar gelang van de vermoeienis
met heel de vriendenschaar weer méé aanschuiven
rondom de haard waar het goed rusten is.

Bibliografie[bewerken]

  • Folgore da San Gimignano e Cenne de la Chitarra, Sonetti, Mantova 2008.
  • Dolf Verspoor, Romaanse sonnetten, Amsterdam 1987.