Fraeylemaborg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Tot de 18e eeuw stond er bij Losdorp ook een Fraeylemaborg
Fraeylemaborg in Slochteren

De Fraeylemaborg is een Groninger borg in het dorp Slochteren.

De borg is gelegen in een ongeveer 31 hectare groot landgoed, in aanleg hoofdzakelijk daterend uit de 19e eeuw. Het parkbos is in het begin van de 19e eeuw gewijzigd in de romantische Engelse-landschapsstijl. Het tuincomplex wordt gedragen door een lange hoofdas die door de statige oprijlaan extra nadruk krijgt. Op het voorterrein bevindt zich het schathuis, waarin een restaurant gevestigd is. Aan de andere kant staat het koetshuis met paardenstal en oranjerie. De borg wordt bekroond door een toren met twee klokken.[1]

Het beheer van de borg wordt gevoerd door de Stichting Landgoed Fraeylemaborg, waarin deelnemen de provincie Groningen en de Gerrit van Houten Stichting.

Volgens een legende is de naam afkomstig van een edelvrouwe die Elema of Ailma heette. Een adellijke vrouw werd wel aangeduid met het woordje "ver". Ver Ailma borg zou dan geleid hebben tot Fraeylemaborg. Hiervoor is echter geen enkel bewijs.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Uit onderzoek in 2004 is gebleken dat de huidige borg in elk geval vóór 1300 als steenhuis moet zijn gebouwd. Waarschijnlijk was het destijds meer een versterkte opslagplaats, die vermoedelijk bij een boerderij behoorde. In de kroniek van Bloemhof wordt eerst gesproken over twee adellijke families in Slochteren; de Snelgers en (in 1290) de Haijinga's (ook Heigienga's of Hag(g)inga's). Mogelijk dat een van beiden dit steenhuis bezat, maar hiervoor zijn verder geen aanwijzingen. De eerste vermelding met zekerheid is in 1465 als sprake is van een edele heerd, de Fraeylemaheerd. Dat jaar stond Ebbe Sluchtinge de helft van deze heerd af aan Aywet en Duirt Alberda in ruil voor landerijen bij Bierum. De naam Fra(e)yl(e)ma of Fraelma komt in de 15e en 16e eeuw voor op verschillende plekken:

  • De Lyummenheerd in Siboldeweer (Sybelweer) ten noordwesten van Krewerd, die eigendom was van achtereenvolgens Remmert Fraelma (1446) en Remmert Fraylma (1504; mogelijk grootvader en kleinzoon);
  • Het 'Eltken steenhuus offte heert' onder Wittewierum die mogelijk gelijk kan worden gesteld aan de boerderij Fraayma, die vroeger Frailmaheerd of Fraylemhuis werd genoemd (nu Medenweg 5, Ten Post).
  • de Fraylemaheerd ten noordoosten van de kerk van Losdorp.

Mogelijk zijn de vier steenhuizen van Krewerd (toen onder Godlinze), Losdorp, Slochteren en Wittewierum van dezelfde familie geweest. Begin 16e eeuw zijn meerdere leden van de familie Fraylema van Berum hoofdeling in Slochteren, waaronder Remmert Fraylma. Het is onduidelijk of de Lumme Fraelmaheerd die in 1504 wordt genoemd bij Remmert Fraylma dezelfde is als de Lyummenheerd in Siboldeweer of dezelfde als de latere Fraeylemaborg in Slochteren. In elk geval is de Fraeylemaborg in Slochteren in de 16e eeuw in handen van deze familie. Maar niet altijd: In 1500, toen de Gelderse Oorlogen woedden, werd Fraeylema een tijdlang bezet door de stadgroningers. In 1505 liet graaf Edzard I van Oost-Friesland een blokhuis bouwen aan oostzijde van de kerk bij het steenhuis. Deze handelingen hielden verband met het strategisch belang van de plek in Duurswold aan de weg van de stad Groningen naar Appingedam, de beide Oldambten en de Duitse landen (met name Westfalen).

Tussendoor was de eerdergenoemde Remmert Fraylma in 1504 hoofdeling van Slochteren. Hij wordt ook later nog genoemd, tot 1527. In 1538 wordt zijn zoon Oesebrandt genoemd als hoofdeling. Deze bezat ook drie heerden in Berum (Bierum). In 1540 wordt hij voor het laatst genoemd. Zijn dochter trouwde met Seino Rengers, waardoor de helft van de borg door vererving in handen kwam van de familie Rengers. De andere helft kochten zij erbij voor 550 Emder gulden.

1548 – 1690 
Seino’s achterkleinzoon Osebrandt Johan Rengers was begin zeventiende eeuw een machtige jonker in de Ommelanden. Beschuldigd van verraad tijdens het Beleg van Groningen kwam hij in de gevangenis. Een schoonzoon van Rengers, Henric Piccardt, wist via Willem III van Oranje een verzoening te bereiken. Rengers werd in ere hersteld maar stierf spoedig daarna. Zijn zoon stierf in 1681 of 1682, waarna de borg overging op zijn broer Evert. Mr Henric Piccardt, die in 1680 was getrouwd met Osebrandts dochter Anna Elisabeth, werd voogd over Evert. Omdat Evert in 1690 zijn bezittingen wegens schulden moest verkopen kocht Piccardt de borg met annexen en landerijen voor 47.000 gulden. Hij had hiervoor geld geleend van de koning-stadhouder in de vorm van een hypotheek op de Fraeylemaborg.
Diverse vrijmetselaarssymbolen in de tuin ten tijde van Hendrik de Sandra Veldtman
De borg op de kaart van Theodorus Beckeringh (1781)
1690 – 1781 
Financiële moeilijkheden dwongen de familie Piccardt tot verkoop van de Fraeylemaborg in 1781. Koper van de meer dan 30 jaar lang verwaarloosde borg was mr. Hendrik de Sandra Veldtman. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de borg, dat zij buiten de familie werd verkocht. De Sandra Veldtman was actief lid van De Loge "L'Union Provinciale" en werd sterk door vrijmetselaarssymboliek aangesproken. Hij liet de tuin aanpassen en bracht diverse vrijmetselaarssymbolen aan; er werden onder andere paden in de vorm van een passer en winkelhaak aangelegd.[2]
1781 – 1972 
Na de dood van zijn eerste vrouw was De Sandra Veldtman in 1786 hertrouwd met de weduwe van de Arnhemse burgemeester Jan Nanning van der Hoop, Adelgonda Christine Wolthers. Samen kregen zij in 1789 een dochter, Hermanna Louise Christina. Zij erfde in 1816 de Fraeylemaborg van haar vader. Na de dood van haar man jhr. Johan Hora Siccama in 1829 hertrouwde zij in 1831 met diens neef jhr. Wiardus Hora Siccama. Na haar overlijden bleef haar man vruchtgebruiker van het landgoed. Na zijn dood in 1867 vererfde de Fraeylemaborg krachtens het testament van Hermanna Louise Christina op de kleinzoon van haar stiefbroer Abraham Johan van der Hoop, mr. Abraham Johan Thomassen à Thuessink van der Hoop. Hij voegde toen “Van Slochteren” aan zijn naam toe. Zijn oudste in 1875 geboren zoon Evert Jan erfde in 1882 de borg. In 1908 trouwde hij met Catharina Cornelia Star Numan. Zij kregen twee kinderen, Jeanne Agatha en Geertruida Hermanna Louisa Christina. In 1952 overleed Evert Jan, die van 1925 tot 1940 tevens burgemeester van Slochteren was geweest. Na het overlijden van mevrouw Van der Hoop in 1965 hebben haar beide dochters nog enige jaren de borg bewoond. De financiële lasten werden echter te zwaar en in 1971 is de rijke inboedel geveild en op 9 januari 1972 werd de borg met het bos verkocht aan de Gerrit van Houten Stichting.

Laatste bewoner[bewerken]

De laatste telg van het geslacht die de Fraeylemaborg bewoonde, Louise Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, Douarière Jonkheer drs. François van Panhuys, overleed op 9 juli 2008. Ze werd 92 jaar oud. Zij werd wel de "laatste ‘echte’ borgvrouwe van Groningen" genoemd. Met haar overlijden komt symbolisch een einde aan het tijdperk van de landadel in Groningen. Overigens behoort de familie Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren niet tot de Nederlandse adel. De familie behoort wel tot het patriciaat (niet-adellijke geslachten die generaties lang een groot aanzien hadden in de samenleving). Samen met haar drie dochters en haar zuster Jeanne, die overleed in 2002, was Louise van der Hoop de laatste die de Fraeylemaborg in grootse staat bewoonde. Op dinsdag 15 juli maakte zij per rijtuig haar laatste gang vanuit de Borg naar haar laatste rustplaats bij de Nederlands-hervormde kerk in Slochteren. Haar kist werd door vier kleinzoons uit de Borg gedragen.[3]

Gerrit van Houten Stichting[bewerken]

In de borg is ingericht met stijlkamers die een beeld geven van de woonsfeer tot het midden van de 20ste eeuw. Zo wordt een eigen aanvulling gegeven aan het tijdsbeeld van de borgen Menkema (18de eeuw) en Verhildersum (19de eeuw). De kerncollectie van de Fraeylemaborg is van de Gerrit van Houten Stichting, die ook permanent kunstwerken toont van Gerrit van Houten (1866-1934). Tevens is bij de Fraeylemaborg de collectie ondergebracht van de Jan Menze van Diepen Stichting, met Aziatische keramiek, Oranje-Nassauprenten, schilderijen en topografische kaarten. Ook wordt de collectie van de Stichting Van der Wijck-de Kempenaer hier bewaard. In het Koetshuis worden regelmatig wisselexposities gehouden. De borg is, als museum, het gehele jaar door geopend.

Het Slochterbos[bewerken]

Fraeylemaborg Slochteren.jpg

Achter de borg ligt een park van ongeveer 20 hectare, dat ook wel het Slochterbos wordt genoemd.

Rond 1700 werd het park in navolging van de mode van die tijd met als voorbeeld het Kasteel van Versailles de tuin en het bos volgens wiskundige figuren inrichten. Doorkijkjes vonden een rustpunt in beelden en vazen. Van deze opzet resteert nog de middenlaan van eiken en beuken met een lengte van 1165 meter, die gericht is op de as van het huis. Ook is een schuine zichtas bewaard gebleven. Als men in de uitbouw van de grote zaal staat, kan men naar achteren tot aan het Florabeeld aan het eind van de middenlaan zien en naar voren langs de oprijlaan 1000 meter tot het einde van de laan door het overbos aan de overkant van de Hoofdweg, de nieuwe provinciale weg en de haven. Vanaf 1785 werd het park omgevormd tot een romantisch park in de Engelse landschapsstijl. Er werden slingerpaden aangelegd, onregelmatig gevormde vijvers gegraven en met de vrijkomende grond een berg gemaakt. Voor het middendeel van het langgerekte park maakte tuinarchitect Johan David Zocher Sr. een ontwerp, gedateerd 1802. Het achterste deel van het park is ontworpen door Georg Anton Blum, van wie twee ontwerptekeningen bewaard zijn gebleven. Deze fase was voor 1821 gerealiseerd. Rond 1840 maakte Lucas Pieters Roodbaard een plantekening voor het achterste deel van het park, waaraan in die tijd een uitbreiding was toegevoegd. Van deze plantekening is weinig terug te vinden in de huidige situatie. De trots van het bos was een stokoude beuk, de Dikke Boom, die zes meter in omvang was en in 1963 omwaaide.

Fotogalerij[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. De oudste is de Annaklok van Mechelaar Jacob Waghevens uit 1554 (diameter: 39,5 cm, gewicht: 43 kg, slagtoon: b2) met de afbeelding van de heilige Anna, Maria met Kind en twee engelenfiguren. Op de klok staat 'ANNA BEN IC GHEGOTEN'. In het zelfde jaar vervaardigde Waghevens ook een (iets grotere) klok voor de kerk van Leegkerk. De andere klok van de toren is de Louiseklok die in 1808 werd gegoten bij Van Bergen in Midwolda. Op deze klok staat 'Louise ben ik genoemd naar de enige dochter van H de Sandra Veldtman, Heer van Slochteren, Colham, Foxham en half Schildwolda Andries Heeres van Bergen'
  2. Houten, A.Th. ten (et al), Vrijmetselaren: 250 jaar en meer in: deel 1 van 250 jaar Orde van Vrijmetselaren (2006)
  3. Molema, Willem Louise leerde spelenderwijs Frans op de Fraylemaborg - Dagblad van het Noorden, 19 juli 2008

Literatuur

  • Formsma, Wiebe Jannes, Riektje Annie Luitjens-Dijkveld Stol en Adolf Pathuis, "De Ommelander Borgen en Steenhuizen", Assen (1987)
  • Harten, Henny van Fraeylema vereeuwigd: eeuwwisselingen op het landgoed Fraeylemaborg 1700-1800-1900, Slochteren, 1999
  • Overdiep, G. Vijf eeuwen Fraeylemaborg, Slochteren, 1977