François Fénelon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fénelon
François Fénelon.jpg
Algemene informatie
Geboren Kasteel Fénelon, 6 augustus 1651
Overleden Cambrai, 7 januari 1715
Werk
Periode Franse literatuur in de 17e eeuw
Genre Roman, Retorica
Stroming Classicisme
Bekende werken Télémaque, 1699
Franstalige schrijvers
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

François Fénelon, voluit François de Salignac de la Mothe-Fénelon (kasteel Fénelon in Sainte-Mondane, 6 augustus 1651Kamerijk, 7 januari 1715) was een Frans schrijver, aartsbisschop, moralist, kanselredenaar en aanhanger van het quiëtisme. Door zijn maatschappelijke kritiek wordt hij gerekend tot de voorlopers van de verlichting. Zijn ideeën waren een rechtstreekse aanzet voor filosofen als Voltaire en Rousseau. Door de nadruk op het gevoel en zijn poëtische stijl kan men hem ook beschouwen als een voorloper van de romantiek.

Biografie[bewerken]

Fénelon stamde uit een oud adellijk geslacht. Na beëindiging van zijn theologische studie werd hij in 1676 tot priester gewijd. Aan het Franse hof werd zijn gave als redenaar snel opgemerkt en Lodewijk XIV stuurde hem naar het westen van het land als bekeerder van hugenoten. Hierbij was hij een tegenstander van gedwongen bekeringen.

In 1689 kwam hij aan het hof als gouverneur van de zevenjarige hertog van Bourgondië (een kleinzoon van Lodewijk XIV). Dankzij de hofgunst werd hij in 1693 gekozen als lid van de Académie française. In 1695 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Kamerijk, met behoud van zijn functie aan het hof.

Onder invloed van Madame Guyon ijverde hij voor het quiëtisme. De groeiende invloed van de kliek van quietiesten aan het Hof, die zelfs Madame de Maintenon onder hun invloed brachten, en de jonge hertog van Bourgondië beïnvloedden, ergerde de koning en vooral bisschop Bossuet. Na de buiten medeweten van de schrijver gepubliceerde Explication des maximes des saints sur la vie intérieure (1697) werd hij heftig en onbillijk bestreden door Bossuet (Instruction sur les états d'oraison, 1697), wiens vriendschap hij verloor. Een beroep op de paus leidde tot veroordeling van zijn werk door paus Innocentius XII op 12 maart 1699.

Werk[bewerken]

Zijn bekendste werk is de voor zijn pupil, de hertog van Bourgondië - le Petit Dauphin - geschreven pedagogische roman Les aventures de Télémaque (1699). Het boek werd eveneens buiten zijn medeweten gepubliceerd en bezorgde hem de woede van Lodewijk XIV (1638-1715), omdat deze in het boek een veroordeling had gelezen van zijn bewind; Lodewijk wilde de quietistische invloed aan het Hof, die politieke dimensies begon aan te nemen en bovendien de jonge kroonprins bereikte, definitief indammen. Fénelon werd naar het diocees Kamerijk verbannen - hij woonde een korte tijd in Eugies, in het huidige België - en kwam nooit meer terug aan het Hof. Contact met de hertog van Bourgondië werd strict verboden.

In een aantal politieke geschriften, vooral in Examen de conscience sur les devoirs de la royauté (geschreven kort na 1702, verschenen 1734), Mémoires sur la guerre de succession d'Espagne (1710) en Plans de gouvernement (1711), uitte Fénelon onverholen kritiek op de oorlogspolitiek en het absolutisme van Lodewijk XIV. In de brief aan de hertog van Chevreuse (gedateerd 4 augustus 1710) sprak hij zeer duidelijk als zijn mening uit dat de natie (met natie bedoelde hij een vergadering van de hogere adel, de Pairs de France) betrokken diende te worden bij alle beslissingen die haar vitale belangen raken. Hij hoopte dat weldenkenden in de omgeving van de koning deze tot gedachten in die richting zouden weten te brengen en aan hen zijn zijn politieke geschriften (geen van alle voor publicatie bestemd) dan ook bij wijze van aansporing gericht.

Publicaties[bewerken]

  • Traité de l'éducation des filles (1687)
  • Fables, Les Dialogues des morts (1690)
  • Explication des maximes des saints sur la vie intérieure (1697)
  • Les aventures de Télémaque (1699)
  • Examen de conscience sur les devoirs de la royauté (geschreven kort na 1702, in 1734 verschenen)
  • Mémoires sur la guerre de succession d'Espagne (1710)
  • Plans de gouvernement (1711)
  • Dialogues des morts (1712)
  • Traité de l'existence de Dieu (1713)
  • Lettre à M. Dacier sur les occupations de l'Académie (1716)

Externe link[bewerken]