François Louis Ganshof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

François Marie Arthur Louis Ganshof (ook Frans Lodewijk Arthur Maria Ganshof; Brugge 14 maart 1895 - Sint-Pieters-Woluwe 26 juli 1980), die steeds ondertekende als François Louis Ganshof of François L. Ganshof, was een Belgisch mediëvist, rechtshistoricus en hoogleraar.

Levensloop[bewerken]

François Louis Ganshof was een kleinzoon van François Ganshof (1842-1915) uit Werden (Duitsland) die zich in Brugge had gevestigd, er afgevaardigde bestuurder werd van de Bank van West-Vlaanderen en getrouwd was met Wilhelmine Birken (1835-1918) uit Krefeld. Hij was de zoon van Arthur Ganshof (1867-1929), advocaat bij de balie van Brugge en commandant van de 'Jagers Verkenners' (Burgerwacht) in deze stad. Zijn moeder was Louise Van der Meersch (1873-1947) die in hun statige herenwoning, bekend als 'Hôtel Ganshof' in de Predikherenstraat (later, naar een vroegere bewoner, Hotel d'Hanins de Moerkerke genoemd), een literair salon hield waar grote namen uit de Franse en Frans-Belgische literatuur te gast waren. Hij was de broer van Walter Ganshof van der Meersch (1900-1993) en van beroepsofficier Georges Ganshof van der Meersch (1898-1973) die op de Olympische Spelen van 1936 in de finales meedeed voor jumping.

In tegenstelling tot zijn beide broers maakte hij geen gebruik van de mogelijkheid die hun vader voor hen had bekomen om de familienaam van hun moeder aan hun naam toe te voegen. Hij oordeelde dat dit bij de historici verwarring zou meebrengen over wie de auteur dan wel was van de onder 'Ganshof' al gepubliceerde studies.

Hij trouwde in 1920 met Nell Kirkpatrick de Closeburn, dochter van advocaat John Kirkpatrick en Henriette Rolin-Jaequemyns, dochter van Gustave Rolin-Jaequemyns. Ze kregen drie dochters en een zoon.

Ganshof bekeerde zich tijdens zijn jeugdjaren tot het protestantisme en bleef deze keuze trouw. Hij werd lid van het Consistorie van de Eglise Protestante de Bruxelles (1937-1947) en was ook actief in de Faculteit Protestantse Theologie in Brussel.

Na de humaniora te hebben doorlopen aan het Koninklijk Atheneum in Brugge, begon hij in 1913 aan zijn universitaire studies. Deze werden het jaar darop onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, waarbij Ganshof zich als vrijwilliger meldde en bij het einde van de vijandelijkheden de graad van onderluitenant had bereikt. In 1919 was hij attaché bij de Belgische delegatie die deelnam aan de vredesbesprekingen in Versailles.

Historicus[bewerken]

In 1921 promoveerde Ganshof, volgens de spoedprocedure ten gunste van oorlogsveteranen, tot doctor in de wijsbegeerte en letteren (geschiedenis) en in 1922 tot doctor in de rechten. Hij ging vervolgens een jaar verder studeren aan de Sorbonne.

In 1923 werd hij docent aan de universiteit van Gent, waar hij zowel in het Frans als in het Nederlands zijn cursussen gaf. In 1930 werd hij de voornaamste opvolger van Henri Pirenne die, naar aanleiding van de volledige vervlaamsing van de universiteit, Gent verliet. Tot aan zijn emeritaat in 1961 bleef Ganshof gewoon hoogleraar aan de Gentse universiteit.

Hij werd voorzitter van de Koninklijke Commissie voor de oude wetten en ordonanties.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Ganshof nam in mei 1940 deel aan de Achttiendaagse veldtocht. Hij keerde nadien naar de universiteit terug.

Vanaf september 1944 werd hij, in opdracht van zijn broer Walter, belast met de inspectie van de gevangenenkampen voor incivieken. Op 14 september was hij al in zijn twee dagen eerder bevrijde geboortestad, om na te gaan hoe de opsluiting van de verdachten van incivisme gebeurde. Hij ondertekende zijn rapporten met de graad van kapitein-commandant. Hij verliet het leger met de graad van majoor.

Eerbetoon[bewerken]

In 1946 ontving Ganshof de Francquiprijs. In 1975 bekleedde hij de leerstoel Francqui aan de Université catholique de Louvain. Hij ontving voor de periode 1951-1955 de Vijfjaarlijkse Prijs voor Historische Wetenschappen.

Ganshof was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. Hij werd tevens lid van academies gevestigd in Parijs (Institut de France), Amsterdam (Koninklijke Academie der Wetenschappen), Berlijn, Modena, Londen (British Academy), Boston, Wenen (Akademie der Wissenschaften), Spoleto en München. Hij werd lid van het Zentraldirectorium van de Monumenta Germaniae Historica (1954).

Hij werd doctor honoris causa van de universiteiten van Algiers, Bordeaux, Dijon, Grenoble, Montpellier, Parijs, Poitiers, Rennes, Rijsel, Straatsburg, Cambridge, Glasgow en Londen.

Publicaties[bewerken]

Ganshof publiceerde nagenoeg 150 boeken en omstandige studies, artikels en cursussen. Hierna volgen enkele titels.

  • Etude sur l'administration de la justice dans la région bourguinonne de la fin du 10e au début du 13e siècle, Parijs, 1921
  • La juridiction du seigneur sur son vassal à l'époque carolingienne, Brussel, 1922
  • L'attelage antique, S.l., 1926
  • Étude sur les ministeriales en Flandre et en Lotharingie, Brussel, 1926
  • La colonisation franque et le règne agraire en basse Belgique, Parijs, 1928
  • Etude sur le faussement de jugement dans le droit flamand des 12e et 13e siècles, Merksplas, 1935
  • Marco Polo's reizen, Antwerpen, 1936
  • Brugge als wereldhaven, Antwerpen, 1939
  • Les transformations de l'organisation judiciaire dans le comté de Flandre jusqu'à l'avénement de la maison de Bourgogne, Brussel, 1939
  • Over stadsontwikkeling tussen Loire en Rijn gedurende de Middeleeuwen (1941 en in 1943 in het Frans) werd door historici beschouwd als een 'onvervangbaar standaardwerk' over de stedelijke ontwikkeling
  • La Flandre sous les premiers comtes (1943) en Vlaanderen onder de eerste graven (1944)
  • Qu'est-ce que la féodalité?, Brussel, 1944. Qu'est-ce que la féodalité wordt beschouwd als het voornaamste werk van Ganshof, product van meer dan twintig jaar studie. De synthese die hij hierin gaf over de feodaliteit werd algemeen bijzonder hoog aangeschreven. Het in het Frans verschenen werk werd vertaald in het Engels, Duits, Portugees, Spaans en Japans. Het boek werd herwerkt opnieuw uitgegeven in 1982.
  • Geschiedenis van de middeleeuwsche instellingen: instellingen van West-Europa, Gent, 1946-47
  • Medieval agrarian society in its prime: France, The Low Countries and Western Germany, Wetteren, 1947
  • La fin du règne de Charlemagne, Zürich, 1948
  • The imperial coronation of Charlemagne, Glasgow, 1949
  • Het statuut van de vreemdeling in het Frankische Rijk, Brussel, 1956
  • De internationale betrekkingen van het Frankisch Rijk onder de Merowingen, Brussel, 1960
  • De internationale betrekkingen van het Frankisch Rijk onder de Karolingen, Brussel, 1963
  • Het Judicium crucis in het Frankisch recht, Brussel, 1963
  • Le droit urbain en Flandre au début de la première phase de son histoire, 1127, Brussel, 1965
  • Charlemagne: sa personnalité, son héritage, 1965
  • Een kijk op de verhoudingen tussen normatieve beschikkingen en levend recht in het Karolingische Rijk, Brussel, 1965
  • The impact of Charlemagne on the institutions of the Frankish realm, 1965
  • Een kijk op het regeringsbeleid van Lodewijk de Vrome tijdens de jaren 814 tot 830, Brussel, 1967
  • Contribution à l'étude de l'application du droit romain et des capitulaires dans la monarchie franque sous les Carolingiens, 1969
  • The Carolingians and the Frankish monarchy: studies in Carolingian history, Londen, 1971
  • Aantekeningen over het grondbezit van de Sint-Bertijnsabdij en in het bijzonder over haar domein te Poperinge tijdens de 9de eeuw, Brussel, 1972
  • Bekentenis en foltering in het Frankisch recht, Amsterdam, 1969

Appreciatie[bewerken]

Door de historici van zijn tijd werd Ganshof beschouwd als de meest vooraanstaande kenner van de juridische structuur van het leenstelsel in de Middeleeuwen. Hij schreef hierover boeken en artikels die volgens zijn collega's als 'definitief' mochten worden beschouwd.

Hij was vooral de grote specialist van de Karolingische periode en publiceerde veel over allerhande aspecten van de regering van Karel de Grote. Zeer algemeen werd zijn grote eruditie geloofd en 'ongeëvenaard' genoemd, evenals de strengheid waarmee hij zijn studies produceerde, waarbij hij geen ruimte aan hypotheses of veronderstellingen overliet.

Literatuur[bewerken]

  • Albert VAN DER MEERSCH, Généalogie de la famille van der Meersch, in: Tablettes des Flandres, Tome 8, Brugge, 1960.
  • Raoul C. VAN CAENEGEM, In memoriam François Louis Ganshof, in: Jaarboek van de Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten, Brussel, 1980, blz. 231-251
  • Joseph MARECHAL, In memoriam François Ganshof, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 1981, blz. 135-136.
  • Raoul C. VAN CAENEGEM, François Louis Ganshof, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel 12, Brussel, 1987, col. 263-273.
  • Adriaan VERHULST, François Louis Ganshof, in: Nouvelle Biographie Nationale, Tome 6, Brussel, 1999, blz. 171-174.
  • R. McKITTERICK, F. L. Ganshof, in John Cannon (ed.) Blackwell Dictionary of Historians, Blackwell, 1988.
  • Raoul C. VAN CAENEGEM, Legal historians I have known: a personal memoir, in: Rechtsgeschichte, Zeitschrift des Max-Planck-Instituts für europäische Rechtsgeschichte, 2010, blz. 253-299.