Françoise Dorléac

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Françoise Dorléac (Parijs, 21 maart 1942Villeneuve-Loubet, 26 juni 1967) was een Franse filmactrice, zuster van Catherine Deneuve. Hun ouders, Maurice Dorléac en Renée Deneuve, waren eveneens acteurs.

Biografie[bewerken]

Françoise Dorléac debuteerde in 1960 op de planken én op het grote scherm. In het theater speelde ze een eerste titelrol in Gigi, een stuk waarvoor scenariste Anita Loos inspiratie gevonden had in de gelijknamige roman van Colette. Haar filmdebuut, het drama Les Loups dans la bergerie, liep ongeveer gelijktijdig in de zalen. Ze was een tijdje verloofd met Jean-Pierre Cassel. In 1962 deelde ze twee keer de affiche met hem in de komedies Arsène Lupin contre Arsène Lupin en La Gamberge. Daarna was ze even de partner van François Truffaut. Ze was ook mannequin voor Christian Dior.

In 1964 werd ze een echte vedette dankzij de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm L'Homme de Rio waar ze Jean-Paul Belmondo als tegenspeler had. De film kende ongelooflijk veel succes en andere belangrijke rollen volgden. In de François Truffaut-film La Peau douce vertolkte ze de minnares van Jean Desailly en in de Polanski-thriller Cul-de-sac werd ze samen met haar oudere echtgenoot Donald Pleasence bedreigd door twee gewonde misdadigers op de vlucht. Ze verscheen drie keer aan de zijde van zus Catherine Deneuve, onder meer in de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort (1967), haar voorlaatste en bekendste film.

Dorléac kwam op 25-jarige leeftijd om het leven toen ze in een gehuurde Renault 10 op hoge snelheid en bij hevige regen de afslag naar de luchthaven van Nice miste. Ze verloor de macht over het stuur en sloeg meermalen over de kop. In Nice had ze het vliegtuig naar Londen willen nemen voor de vertoning van de Engelse versie van Les Demoiselles de Rochefort. Ze is begraven in Seine-Port.

Filmografie (bioscoopfilms)[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Catherine Deneuve en Patrick Modiano : Elle s'appelait Françoise, Canal plus, 1996.