Françoise Marie van Bourbon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Françoise Marie de Bourbon
Arms of Françoise Marie de Bourbon, Légitimée de France as Duchess of Orléans.png

Françoise Marie de Bourbon (Château de Maintenon, 4 mei 1677Parijs, 1 februari 1749), hertogin van Orléans, was het zesde buitenechtelijke kind en jongste dochter van koning Lodewijk XIV van Frankrijk en Madame de Montespan, een van de meest beroemde koninklijke maîtresses in de geschiedenis.

Jeugd[bewerken]

Ze werd geboren in het kasteel van Madame de Maintenon. Op 25 mei 1677 kreeg Françoise Marie de beleefdheidstitel Mademoiselle de Blois, die ook was gegeven aan haar oudere halfzus Marie Anne van Bourbon (dochter van Lodewijk XIV bij diens maîtresse Louise de La Vallière). Ze werd opgevoed door Madame de Colbert en diens dochter Madame de Jussac. In 1681 toen zij vier jaar was, werd Françoise Marie door koning Lodewijk XIV erkend als zijn dochter. Haar moeder werd door zo'n geschenk verrast, vooral omdat zij uit de gratie was gevallen van de koning ten gevolge van de recente Affaire des poisons. Vervolgens deed Lodewijk XIV hetzelfde voor de broer van Françoise Marie, de toekomstige Comte de Toulouse — nochtans, de verhouding van de koning met zijn zoon werd in latere jaren steeds slechter.

Hoewel hij zijn vertrouwen in Madame de Montespan verloren had, ging hij wel verder met het geven van geschenken aan haar, een daarvan was het veiligstellen van een goed huwelijk voor hun laatste dochter, Françoise Marie.

Huwelijk[bewerken]

De man van Françoise Marie, Filips van Orléans

Het huwelijk dat de koning voor haar had veiliggesteld was met haar neef, de hertog de Chantres, Filips Karel, erfgenaam van Lodewijks jongere broer en later de hertog van Orléans.

Dit sloeg in als een bom bij de moeder van Filips Karel, Elisabeth Charlotte van de Palts, wiens vooroordeel tegen koninklijke bastaarden bekend was. Toen zij hoorde van de plannen van Filips Karel sloeg zij hem in zijn gezicht. Ondanks dit won het huwelijk de gunst van de koning.

Zij huwden op 9 januari 1692 en kregen acht kinderen:

Latere leven en dood[bewerken]

In 1701 verloor ze de titel Hertogin van Chantres en kreeg ze de titel Hertogin van Orléans toen haar schoonvader stierf, daardoor kregen Françoise en Filips een paar beroemde residenties die in toebehoorden aan de hertogen van Orléans, waaronder het Palais-Royal en het Chateau de Saint-Cloud.

Haar oudste dochter, de Hertogin van Berry, stierf in juli 1719, een slachtoffer van alcoholisme, boulimia en nymfomanie. Na de dood van haar echtgenoot, stond Mevrouw de Berry bekend om haar zedeloosheid. De jonge hertogin liet haar promiscuïteit de vrije loop en speelde ook de hoofdrol in de orgieën van haar vader, de Regent. Snel ruïneerde ze haar gezondheid door het verbergen van herhaalde zwangerschappen. Zwanger door de luitenant van haar garde, was de “vruchtbare Berry” vier dagen lang in het kraambed, tussen leven en dood, in het Palais du Luxembourg, totdat ze beviel op 2 april 1719. De prinses stierf drie maanden na deze zeer moeizame geboorte. De artsen vinden bij de autopsie dat de jonge vrouw weer zwanger was, bevrucht slechts een maand na haar bevalling[1].

Na het regentschap van haar man, dat eindigde toen hij stierf in 1723, trok zij zich terug in Saint-Cloud, waar zij uiteindelijk stierf op 1 februari 1749. Ze was het enige nog levende kind van Lodewijk XIV en Madame de Montespan; ze overleefde haar man 26 jaar.

  1. Patrick Wald Lasowski, 2011, L'amour au temps des libertins, Parijs : Editions First-Gründ, pp. 28-31.