Francesca Caccini

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Francesca Caccini.

Francesca Caccini (Florence, 18 september 1587 - aldaar, ca. 1640) was een Italiaanse componiste, zangeres en dichteres. Ze speelde de luit en was muzieklerares. Als dochter van Giulio Caccini wordt ze tot de vroege barok gerekend. Zij was waarschijnlijk de meest invloedrijke vrouwelijke componist sinds Hildegard van Bingen en zou dat tot in de 19e eeuw blijven.

Ze werd geboren in Florence en werd waarschijnlijk door haar vader in de muziek ingewijd. Vooral als zangeres maakte ze indruk, zowel in als buiten Italië. Ze werd geprezen door Monteverdi omwille van haar vocale en instrumentale capaciteiten. Ze trouwde een lid van de Florentijnse Camerata, Giovanni Battista Signorini. Nadien zou ze ook haar compositorische vaardigheden gaan ontwikkelen. Ze schreef vele intermedi voor het hof van de Medici en verwierf vooral succes met vijf opera's (toentertijd een pas ontstaan genre), die haar tot één van de bestbetaalde musici aan het Florentijnse hof maakten. La liberazione di Ruggiero is de enige opera die nu nog is overgeleverd, de eerste ook door een vrouw geschreven en - voor zover bekend - de eerste Italiaanse opera die buiten Italië werd opgevoerd, en wel in Warschau, vermits het werk aan de Poolse prins Ladislaus Sigismondo was opgedragen (later Wladislaw IV). Later zijn van haar weinig of geen gegevens bekend.

Francesca schreef vijf operas in totaal, waarvan één is overgebleven. Van haar andere werken kennen we enkel Il primo libro delle musiche, met stukken voor één of twee stemmen met basso continuo: madrigalen, canzonettes, toonzettingen van sonnetten, variaties, en wat gewijde muziek. Het bevat 19 religieuze solostukken, 13 profane sololiederen en 4 duetten voor sopraan en bas. De meeste zijn geschreven voor haar eigen virtuoze stem.