Francovich-arrest
| Francovich | ||
| Datum | 19 november 1991 | |
| Partijen | Andrea Francovich / Italië;
D. Bonifaci en anderen / Italië |
|
| Zaak | C-6/90[1] en C-9/90 (gevoegde zaken) | |
| Instantie | Europees Hof van Justitie | |
| Adv-gen | J. Mischo [2] | |
| Procedure | prejudiciële vraag uit Italië | |
| Procestaal | Italiaans | |
| Regelgeving | art. 189 [3] EEG-verdrag, richtlijn 80/987 [4] | |
| Onderwerp | niet tijdig geïmplementeerde richtlijn; aansprakelijkheid van een lidstaat en schadevergoeding | |
| Vindplaats | Jur. 1991, p. 5357; NJ 1994, 2; LJN ZB5305 | |
Het arrest Francovich / Italië is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 19 november 1991 (gevoegde zaken C-6/90 en C-9/90), inzake:
- insolventie van twee werkgevers,
- het niet tijdig implementeren van een richtlijn in nationale wetgeving,
- de aansprakelijkheid van een lidstaat voor de schade die particulieren daardoor lijden,
- de schadevergoeding die hieruit voortvloeit.
Inhoud |
Richtlijn 80/987 [bewerken]
Richtlijn 80/987 betreft de bescherming van werknemers, wat betreft achterstallig loon, bij insolventie van een werkgever, bijvoorbeeld door faillissement.
|
richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever |
Casus en procesverloop [bewerken]
De Italiaanse staat was nalatig om deze richtlijn tijdig te implementeren. Zij wordt in twee rechtszaken aangesproken door een aantal benadeelde werknemers.
|
5. A. Francovich, verzoeker in het hoofdgeding in zaak C-6/90, was werkzaam geweest voor de onderneming CDN Elettronica SnC te Vicenza (stad), doch had slechts nu en dan voorschotten op zijn loon ontvangen. Derhalve stelde hij beroep in bij de Pretura di Vicenza, die de gedaagde onderneming veroordeelde tot betaling van een bedrag van ongeveer 6 miljoen LIT. In het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis moest de deurwaarder van het Tribunale di Vicenza een proces-verbaal opstellen, houdende vaststelling dat beslaglegging niet mogelijk was. (...) |
In beide zaken werd de Italiaanse staat aangesproken tot voldoening van de in richtlijn 80/987 bedoelde waarborgen en, subsidiair, tot schadevergoeding.
In beide zaken heeft de rechter het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing. Deze verzoeken zijn gevoegd.
Rechtsvraag [bewerken]
Is een lidstaat aansprakelijk als zij nalatig is om een richtlijn tijdig te implementeren? (Ja.)
Uitspraak Hof [bewerken]
Het Hof introduceert het principe van staatsaansprakelijkheid, gekoppeld aan een drietal voorwaarden wat betreft het niet tijdig implementeren van een richtlijn in nationaal recht.
Conclusie: Omdat de richtlijn niet tijdig is geïmplementeerd is de lidstaat aansprakelijk voor de schade van benadeelde werknemers.
Betekenis en vervolg [bewerken]
Dit is een belangrijk arrest. Het Hof introduceert staatsaansprakelijkheid bij schendingen van gemeenschapsrecht. Dit is uitgewerkt in drie voorwaarden voor staatsaansprakelijkheid bij het niet tijdig implementeren van een richtlijn in nationaal recht.[5] In het arrest Brasserie du pêcheur (1996) geeft het Hof drie voorwaarden voor staatsaansprakelijkheid bij schendingen van gemeenschapsrecht in het algemeen.[6] Dit is inclusief het vereiste van een voldoende gekwalificeerde schending van gemeenschapsrecht. Het arrest Dillenkofer (1996) geeft dit vereiste van een voldoende gekwalificeerde schending als aanvulling op de drie voorwaarden van Francovich. Tevens stelt het Hof, dat deze vierde voorwaarde in het Francovich-arrest reeds impliciet aanwezig was. [7]
Het arrest Köbler (2003) behandelt staatsaansprakelijkheid bij een schending van gemeenschapsrecht door een uitspraak van een nationale rechter in laatste instantie. Deze mogelijkheid kwam reeds aan de orde in het arrest Brasserie du pêcheur. [8]
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|