Frans Baert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans Baert (Grembergen, 25 november 1925) is advocaat en Vlaams politicus van de Volksunie, gedurende enkele decennia, en daarna van Spirit.

Biografie[bewerken]

Frans Baert is doctor in de Rechten, baccalaureaat in de Wijsbegeerte, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Politieke en Diplomatieke wetenschappen (KU Leuven). Hij liet zich als stagiair inschrijven aan de Balie te Gent. Zijn patroon was mr. Jozef Demeester. Als advocaat specialiseerde hij zich voornamelijk in het erfrecht en in het algemeen het gehele burgerlijk recht.

Vanaf 1968 werkte hij als vennoot van de mede door hem opgerichte advocatenassociatie Baert-Van Severen-Vanbiervliet, nadien en tot heden Frans Baert en Vennoten. Baert was openingsredenaar op de openingsvergadering van de Vlaamse Conferentie van de Balie van Gent in 1956, met een voordracht over 'De goede trouw bij de uitvoering van overeenkomsten'. Hij was voorzitter van de Conferentie van 1965 tot 1967.

Hij was stafhouder van de Orde van Advocaten van 1979 tot 1981. Sinds 1965 is hij lesgever aan de stageschool van de balie te Gent, waar hij doceert over de structuur van de balie, en over de relaties tussen advocaten onderling. Hij was ook afgevaardigde van zijn balie bij de Internationale Unie van Advocaten (I.U.A.), en van 1965 tot 1985 bestuurslid van de Vlaamse ristenvereniging.

Hij was plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 1957 tot 1968. Frans Baert was jarenlang lesgever in burgerlijk recht, strafrecht, sociaal recht en deontologie aan verscheidene hogescholen in Gent, namelijk het Provinciaal Handels- en Taalinstituut, de school voor verpleegkundigen Sinte Geertruid. Hij was rapporteur van belangrijke wetten, aldus onder meer de wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijds rechten en plichten van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels, de wet van 14 mei 1981 tot wijziging van het erfrecht van de langstlevende echtgenoot. In de Senaat zat hij de werkgroep voor die de wetten voorbereidde van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, en van 18 juli 1991 betreffende de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn om die te beheren.

Hij nam in november 1990 deel, als afgevaardigde van het Belgische Parlement, aan een Internationaal Symposium georganiseerd door de Commissie voor de Grondwetsherziening van Roemeense Parlement ter voorbereiding van een democratische nieuwe Grondwet voor Roemenië.

Frans Baert was sinds de oprichting ervan lid van het Wervingscollege der Magistraten, en bleef dit tot in 2000. Hij is ook mede-oprichter en lid van de redactieraad van de Algemene Practische Rechts-verzameling (A.P.R.). Frans Baert publiceerde over algemene rechtsbeginselen, grondwettelijk recht, burgerlijk recht en gerechtelijk recht, met aandacht voor de rechtsvergelijking.

Politieke carrière[bewerken]

Baert was gecoöpteerd senator (1968-1971), volksvertegenwoordiger (1971-1987) en senator (1987-1991) voor de Volksunie. Hij was onder meer ondervoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Als senator en volksvertegenwoordiger was hij lid, casu quo secretaris en ondervoorzitter van de Commissies voor de Justitie en de Grondwetsherziening. In de Kamer was hij tevens voorzitter van de Commissie Handels- en Economisch recht.

Koning Boudewijn stelde zijn veto bij de benoeming van Frans Baert tot minister van justitie in 1977. De koning vreesde grote moeilijkheden binnen de regering als Baert amnestie, een van de voornaamste programmapunten van de Volksunie, zou doordrukken [1][2]

Doctrine[bewerken]

Frans Baert is ook de grondlegger van een doctrine (de zogenaamde Baert-doctrine) binnen het Vlaams-nationalisme die gemakshalve naar hem genoemd is. Het houdt een stap-voor-stap strategie in op weg naar Vlaamse onafhankelijkheid via staatshervormingen. Deze staatshervorming moet aan drie voorwaarden voldoen eer men ermee mag instemmen:

  1. het moet een aanzienlijke stap zijn in de richting van meer zelfstandigheid
  2. het mag verdere stappen niet onmogelijk maken
  3. er mag geen onredelijke prijs voor betaald worden

Vermoed wordt dat deze Baertdoctrine meespeelde toen Geert Lambert in 2005 de stekker uit de onderhandelingen trok over BHV omdat de prijs te hoog was . Ook Bart De Wever van N-VA spreekt in termen van de Baertdoctrine wanneer hij spreekt over het evolueren naar een onafhankelijk Vlaanderen. Geert Bourgeois, eveneens NV-A, stelde in De Standaard van 19 juni 2010 dat de Baertdoctrine is vernoemd naar Koen Baert, voormalig bestuurder van het IJzerbedevaartcomité, en niet naar Frans Baert. In een interview door Christophe Deborsu naar aanleiding van een reportage op RTBF1 ('Questions a la une', dd. 1 september 2010) stelt Baert zeer duidelijk dat de Baertdoctrine van zijn hand is. Dit werd later in een Radio 1-interview ('De ochtend', 3 maart 2011) nogmaals door hem bevestigd.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. VAN DEN WIJNGAERT, M., België en zijn koningen, van macht naar invloed, Manteau, 2008, p. 138
  2. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=G4P16TA39&word=frans+baert Wie is er bang van het koningshuis?, uit De Standaard 13 januari 2007