Frans Hals Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frans Hals Museum
De toegangspoort van het Oudemannenhuis waar het Frans Hals Museum nu is gevestigd.
De toegangspoort van het Oudemannenhuis waar het Frans Hals Museum nu is gevestigd.
Opgericht 1862
Locatie Haarlem, Noord-Holland
Aantal bezoekers 195.000 (2013)[1]
Website Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Frans Hals Museum is een gemeentelijk museum in Haarlem en staat bekend als museum van de Gouden Eeuw. Het museum is opgericht in 1862 en was gehuisvest in het stadhuis dat voor het museum werd uitgebreid met een aantal museumzalen aan het Prinsenhof. In 1913 verhuisde het museum naar het Oudemannenhuis, een 17e-eeuws hofje aan het Groot Heiligland. De collectie is gebaseerd op de rijke verzameling van de stad zelf die al vanaf de 16e eeuw is opgebouwd. Het museum bezit honderden schilderijen waaronder meer dan een dozijn schilderijen van Frans Hals, waaraan het museum zijn naam dankt. De moderne collectie is te vinden in het museum de Hallen, een dependance van het Frans Hals Museum.

Oude meesters[bewerken]

De schilderijen van Frans Hals, van zijn voorgangers, zijn leerlingen, zijn collega’s én zijn concurrenten bieden een prachtig overzicht van de Haarlemse schilderkunst van de Gouden Eeuw (zie ook: schilderkunst in Haarlem).

In de aanloop naar de Gouden Eeuw waren er enkele zeer getalenteerde schilders in Haarlem, Jan van Scorel en Maarten van Heemskerck en later Cornelis Cornelisz van Haarlem, Hendrick Goltzius en Karel van Mander, die de schilderkunst in Haarlem op hoog niveau brachten. Zij werkten allen naar Italiaans voorbeeld.

De aankomst in Vlissingen van het bruidspaar prins Frederik V van de Palts en de Engelse prinses Elizabeth Stuart vanuit Engeland geschilderd door Hendrick Cornelisz. Vroom. Het schilderij is onderdeel van de collectie van het Frans Hals Museum

Omstreeks 1600 sloegen enkele kunstschilders een nieuwe richting in. Zij gingen over tot wat nu de typisch Hollandse schilderkunst genoemd wordt:

  • alledaagse onderwerpen op “huiskamerformaat” in een realistische stijl
  • landschappen
  • zeegezichten
  • stadsgezichten
  • visstillevens
  • bloemstillevens
  • alledaagse tafereeltjes en portretten

Deze nieuwe ontwikkeling had te maken met maatschappelijke veranderingen. De economie groeide explosief en een geheel nieuwe klantenkring diende zich aan: de rijk geworden burgers. Zij vroegen om kleine schilderijen met herkenbare voorstellingen. De schilders specialiseerden zich in één of twee genres en bereikten daardoor een ongekend hoog niveau.

Van al die nieuwe genres zijn in het Frans Hals Museum schitterende voorbeelden te vinden: portretten van Frans Hals, landschappen van Jacob van Ruisdael, huishoudens van Jan Steen, “ontbijtjes” van Floris van Dijck – stuk voor stuk hoogtepunten van de Gouden Eeuw.

Geschiedenis van museum en collectie[bewerken]

Als gemeentemuseum herbergt het Frans Hals Museum vanouds de kunstwerken van de stad. Het begin van de collectie van de stad Haarlem werd gevormd in 1581, vlak na de Reformatie, toen Haarlem van de Staten van Holland alle goederen van de katholieke kloosters en andere katholieke instellingen in Haarlem kreeg. In 1590 schilderde Cornelis Cornelisz van Haarlem in opdracht van het stadsbestuur vier grote schilderijen voor het Prinsenhof, een onderdeel van het stadhuis. Drie van de vier hangen nu in het Frans Hals Museum. Toen in 1625 de laatste broeder van het belangrijke Sint-Jansklooster overleed, kwam een deel van de kunstwerken van het klooster in handen van de stad, waaronder Jan van Scorels “Doop in de Jordaan”.

Maaltijd van de officieren van de Klovenierschutterij 1624/27 geschilderd door Frans Hals, een van de vele schuttersstukken die in het museum te zien zijn.

In 1797 werden de schutterijen opgeheven. Negen grote schuttersstukken uit de verenigingsgebouwen werden in het stadhuis in veiligheid gebracht. Vier van de negen waren geschilderd door Frans Hals, de overige door Pieter de Grebber en anderen.

In 1862 opende het zogenaamde Stedelijk Museum van Haarlem zijn deuren. Het was gevestigd in het stadhuis. Er werden 123 schilderijen getoond. De verzameling werd gestaag uitgebreid met schenkingen en een groot bruikleen van het Sint Elisabeth Gasthuis. In die tijd kende het museum beroemde bezoekers: Monet, Liebermann, Whistler en anderen bezochten het museum om de werken van Frans Hals te bestuderen.

De collectie werd flink uitgebreid door de in 1875 opgerichte “Vereeniging tot uitbreiding der Verzameling van Kunst en Oudheden”. Zodat de collectie te groot werd en een eigen gebouw verdiende.

In 1913 werd het Frans Hals Museum geopend in het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, een gebouw dat voor die nieuwe functie stevig onder handen was genomen. De stedelijke collectie verhuisde daarheen. Sindsdien is de collectie uitgebreid door legaten, schenkingen en aankopen, de laatste mede dankzij de steun van de Vereniging van Vrienden van het Frans Hals Museum en andere instellingen.

Sinds 2000 is Karel Schampers de directeur van het Frans Hals Museum, voorgangers waren onder andere Dick Couvée en Derk Snoep.

Het Oudemannenhuis[bewerken]

Een van de museumzalen gelegen aan de vierkante binnentuin.

Het huidige gebouw van het Frans Hals Museum stamt in oorsprong uit de 17e eeuw: de typisch Hollandse trapgevels aan de voorzijde herinneren aan die periode. Het museum ligt rondom een binnentuin, die in 17e-eeuwse stijl is aangelegd.

Het museum was oorspronkelijk een Oudemannenhuis, een bejaardenhuis voor mannen. Wie voor het gebouw staat, ziet meteen dat het oudemannenhuis geen armlastige instelling was. De toegangspoort (nu de entree van het museum) is fraai versierd met pilasters, een cartouche met wapenschilden en bovenop een beeld van een oude man. Het Oudemannenhuis werd destijds zo mooi gevonden dat men schreef: het ‘Oldemannenhuys schijnt veel eerder een Paleis van een Prince’.

Het Oudemannenhuis werd gebouwd in opdracht van het stadsbestuur. Wie het ontworpen heeft, is niet zeker. Voorheen is gedacht dat Lieven de Key het ontwerp maakte: hij was in die periode ‘stadsmeestermetselaar’ en ontwierp bijvoorbeeld de Vleeshal. Tegenwoordig echter gaat men er van uit dat het ontwerp afkomstig was van Pieter van Campen (Amsterdam 1568-Haarlem 1615), de vader van Jacob van Campen die o.a. het Paleis op de Dam heeft ontworpen.

Het Oudemannenhuis werd gebouwd in 1607-1611 in opdracht van het stadsbestuur van Haarlem. Om de bouw te financieren werden een rederijkersfeest en een grote loterij georganiseerd, met een totale opbrengst van maar liefst 55.000 gulden.

Op 1 februari 1609 betrokken de eerste oude mannen het gebouw. Het waren toen kleine huisjes naast elkaar, gebouwd rondom een vierkante binnentuin. In elk huisje woonden twee mannen. Er konden maximaal 60 oude mannen wonen. In 1810 kreeg het gebouw nieuwe bewoners: 127 wezen werden er ondergebracht. De oude mannen verhuisden naar het Proveniershuis aan de Grote Houtstraat. De zolders van de huisjes werden doorgebroken, zodat er ruimte ontstond voor slaapzalen.

In 1854 werd het weeshuis eigendom van de Hervormde Kerk. Er werd ook nieuw personeel aangenomen, naast de binnenvader en de binnenmoeder. Er kwamen – in de geest van de Verlichting - nu ook een naaimoeder, een schoolmeester en een kinderjuffrouw in dienst. In 1858 werd het gebouw uitgebreid met twee klaslokalen. Ook stadskinderen konden er terecht voor onderwijs.

Museum rond 1915

Het gebouw werd begin 20e eeuw te klein en te duur in onderhoud. De wezen verhuisden naar een nieuw weeshuis in de Olieslagerslaan. De gemeente kocht het pand weer terug van de kerk om er de stedelijke kunstcollectie onder te brengen. Delen van het regelmatig aangepaste gebouw worden gesloopt en in vroeg-17e-eeuwse stijl weer opgebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect L.C Dumont. De oorspronkelijke plattegrond, de toegangspoort en het hoofdgebouw met de oude eetzaal, de regentenkamers en de ziekenzaal van de oude mannen blijven gehandhaafd.

Op 14 mei 1913 werd het museum geopend. Het werd genoemd naar Haarlems beroemdste kunstenaar: Frans Hals.

Collectie[bewerken]

Het Frans Hals Museum beheert een grote collectie schilderkunst uit de Hollandse Gouden Eeuw. Tot de kunstschilders vooral uit de Barok van wie werk permanent te zien is in het Frans Hals Museum behoren:

Daarnaast is er een grote collectie moderne en hedendaagse kunst, waarvan delen wisselend te zien zijn in het bij het Frans Hals Museum behorende museum De Hallen op de Grote Markt.

Tentoonstellingen (selectie)[bewerken]

  • De Gouden Eeuw begint in Haarlem, Afscheidstentoonstelling van conservator Pieter Biesboer van 11 oktober 2008 t/m 1 februari 2009 [2]
  • Rembrandt, een jongensdroom, De collectie Kremer van 14 februari t/m 21 juni 2009 [3]
  • Judith Leyster van 19 december 2009 t/m 9 mei 2010 [4][5]
  • Bloemen in het Frans Hals Museum van 2 t/m 25 april 2010 [6]

Externe links[bewerken]

Bronnen en referenties[bewerken]

  1. Anoniem, Verdubbeling bezoekers Rijksmuseum, geraadpleegd op 20 april 2014
  2. De Gouden Eeuw begint in Haarlem
  3. Rembrandt een jongensdroom
  4. Tentoonstelling Nu
  5. Evenementenkalender tentoonstelling Judith Leyster
  6. Bloemen in het Frans Hals Museum