Frans Jozef I van Oostenrijk
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| 1830-1916 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Keizer van Oostenrijk | ||||||
|
||||||
| Koning van Hongarije | ||||||
|
||||||
| Koning van Bohemen | ||||||
|
||||||
|
Frans Jozef Karel (Duits: Franz Joseph Karl; Hongaars: Ferenc József Károly) (Schloss Schönbrunn, Wenen, 18 augustus 1830 – aldaar, 21 november 1916) was van 1848 tot 1916 keizer van Oostenrijk en Apostolisch koning van Hongarije (na 1867 bekend als Oostenrijk-Hongarije).
Inhoud |
[bewerk] Leven
Franz Jozefs persoonlijke leven liet aanvankelijk weinig te wensen over toen hij in 1854 trouwde met zijn nicht Elisabeth in Beieren (Sisi), een dochter van zijn oom Maximiliaan Jozef in Beieren. Uit dit huwelijk werden kort na elkaar vier kinderen geboren, onder wie de kroonprins Rudolf. Het huwelijk verslechterde echter snel doordat Elisabeth, die al vanaf het begin grote moeite had met het strenge hofprotocol in Wenen, zich steeds vreemder ging gedragen na de vroege dood van haar eerste dochter (in haar familie, Wittelsbach, kwam veel waanzin voor). Hijzelf had vele buitenechtelijke affaires die de huiselijke sfeer nog meer bemoeilijkten. In 1867 werd zijn broer Maximiliaan, keizer van Mexico, in dat land gefusilleerd. In 1889 stierf kroonprins Rudolf, door zelfmoord zoals later door de familie werd toegegeven. Zijn broer Karel Lodewijk overleed in 1896 en in 1898 werd zijn vrouw Elisabeth vermoord door de anarchist Luigi Lucheni. Een bekende uitspraak van Franz Jozef na al dit leed was: "Mij blijft niets bespaard". En inderdaad; in 1914 werd zijn neef Frans Ferdinand, de nieuwe troonopvolger, eveneens vermoord. Naar aanleiding hiervan brak de Eerste Wereldoorlog uit. Toen Franz Jozef in 1916 zelf tenslotte overleed wist hij dat de oorlog verloren was en dat zijn rijk ook het einde naderde.
[bewerk] Persoonlijk
Frans Jozef was een keizer van de oude stempel, conservatief en een plichtsgetrouw staatsman. Hij was 83 jaar oud (en daarmee de oudste vorst van Europa) toen hij op 28 juli 1914 de oorlog aan Servië verklaarde. De keizer probeerde zijn vrouw Sisi vaak wat meer bij staatszaken te betrekken en het kwam regelmatig tot een stemverheffing toen Frans Jozef zijn vrouw weer eens probeerde over te halen deel te nemen aan een plechtigheid. Op latere leeftijd werkte de keizer vaak tot diep in de nacht aan staatszaken en hij stond elke dag om half vier op, om na een bad en een bescheiden ontbijt, weer aan de slag te gaan.[1] Vlak voor zijn dood, op 86-jarige leeftijd, werkte de bejaarde man nog aan een nieuwe grondwet. De keizer was nauwgezet en ijverig, een harde werker. Een intellectueel was hij niet. Toen zijn echtgenote hem een brief schreef met daarin een citaat van Schopenhauer, schreef hij terug: "Sonst halte ich, wie du richtig bemertest, auf solche philosophische Werke nichts, die einen nur Konfus machen". En hij vervolgde zijn brief met zijn gebruikelijke, wijdlopige uiteenzettingen over het weer.[2]
Frans Jozef had verschillende maîtresses. Tijdens het begin van hun huwelijk, waren Frans Jozefs buitenechtelijke escapades zelfs de reden van Elisabeths regelmatige reizen buitenslands. Later had Elisabeth minder moeite met de vriendinnen van de keizer. Langere relaties had hij eerst met Anna Nahowski en vervolgens met Katharina Schratt.
Frans Jozef kende erg veel tegenslagen in zijn leven: In 1867 werd zijn broer Maximilliaan, keizer van Mexico, in dat land gefusilleerd. In 1889 vond de tragische zelfmoord van zijn 31-jarige zoon Rudolf plaats. In 1896 overleed zijn andere broer (en enige troonopvolger) Karel Lodewijk op 62-jarige leeftijd en als klap op de vuurpijl werd ook nog eens zijn vrouw Sisi in 1898 vermoord door een anarchist, Luigi Lucheni. In 1914 tenslotte werd zijn neefje en de door hemzelf benoemde troonopvolger Frans Ferdinand in Sarajevo vermoord, wat de aanleiding vormde van de Eerste Wereldoorlog. Daarnaast verdronk zijn neef Lodewijk II van Beieren in dubieuze omstandigheden en kwam zijn schoonzus, Sophie in Beieren om in een brand.
Verder zag Frans Jozef zich geconfronteerd met de afbrokkeling van zijn rijk, waar veel nationalistische bewegingen de kop opstaken.
[bewerk] Regering
In het roerige revolutiejaar 1848 kwam Frans Jozef op de troon, nadat de zwakke keizer Ferdinand I was afgezet en zijn vader Frans Karel onder zware druk van zijn vrouw Sophie van de troon had afgezien. Frans Jozef was een echte conservatief van de oude stempel en probeerde met harde middelen (zoals een uitgebreide geheime politie en executie van dissidenten) in principe twee onmogelijke doelen na te streven:
- De absolute macht van de monarchie proberen te behouden, hetgeen eigenlijk niet meer goed mogelijk was in de 19e eeuw
- De lappendeken van het Oostenrijkse Rijk bij elkaar houden, hetgeen ook niet meer ging door het snel toenemende nationalisme van de vele volkeren binnen de grenzen.
Frans Jozefs gehele rijk werd centralistisch bestuurd vanuit de hoofdstad Wenen. Ook de kerkhervormingen, ingevoerd onder invloed van de revolutionairen van 1848, die een zekere vrijheid voor niet-katholieken toelieten, werden ten nadele van de bevolking weer snel afgeschaft door de zeer katholieke keizer.
In 1859 wisten Italiaanse nationalisten zich aan Oostenrijk te ontworstelen. Tijdens de Slag van Solferino werd het Oostenrijkse leger totaal verslagen. Deze nederlaag, waarbij 30.000 Oostenrijkse soldaten het leven lieten, leidde tot de Italiaanse eenwording. In 1866, na een nederlaag tegen Pruisens sterk gemoderniseerde leger - hier was de Slag bij Königgrätz doorslaggevend - was ook de tot dan toe leidende rol van Oostenrijk in de Duitse politiek uitgespeeld. Door de nederlaag tegen Pruisen ging Oostenrijk zich weer meer richten op de minder sterke oosterburen. In 1867 kwam de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie tot stand. Hongarije bleef soeverein maar wel verenigd met Oostenrijk. Frans Jozef werd in 1867 gekroond tot koning van Hongarije. In 1907 vonden eerste algemene verkiezingen plaats. Weliswaar alleen voor mannen, maar het was een begin.
Frans Jozefs keizerschap leidde in feite tot het einde van de Habsburgse monarchie. Als jonge vorst stortte hij zich onbezonnen in allerlei militaire operaries die hij niet kon winnen. Hij trachtte krampachtig de absolute monarchie overeind te houden, en bleek niet opgewassen tegen het sterk opkomende liberalisme en constitutionalisme. Hij werd zozeer in beslag genomen door het bijeenhouden van zijn rijk, dat hij gaandeweg iedere invloed binnen de Duitse bond verloor.
Naar aanleiding van de moord in Sarajevo in 1914 op Frans Jozefs beoogd opvolger Frans Ferdinand, brak de Eerste Wereldoorlog uit. Tijdens de oorlog, in 1916, stierf Frans Jozef. Hij liet een zwak rijk achter, waarvan hij wist dat het einde in zicht was. Zijn opvolger was zijn achterneef Karel I.
Naar hem werd de eilandengroep Frans Jozefland vernoemd.
In de bekende film Sissi (1955), en de 2 vervolgfilms, werd een zeer romantisch maar geen echt waarheidsgetrouw beeld van Frans Jozef neergezet door de acteur Karlheinz Böhm.
[bewerk] Familie
De familie van de keizer Frans Jozef was enorm uitgebreid. De hofhouding bestond uit meer dan 65 aartshertogen en hertoginnen.
Door de huwelijkspolitiek was de helft van de familie verspreid over andere Europese hoven.
Frans Jozef en Elisabeth hadden vier kinderen:
- Sophie Frederika Dorothea (5 maart 1855 - 29 mei 1857)
- Gisela Louisa Marie (12 juli 1856 - 27 juli 1932), gehuwd met prins Leopold van Beieren
- Rudolf (21 augustus 1858 - 30 januari 1889), kroonprins, gehuwd met prinses Stefanie van België
- Marie-Valerie (22 april 1868 - 6 september 1924), gehuwd met Frans Salvator van Oostenrijk, kleinzoon van Leopold II van Toscane
[bewerk] Titels
Frans Jozefs titels waren:
- Zijne Keizerlijke en Koninklijke Apostolische Majesteit, Frans Jozef I bij de gratie Gods Keizer van Oostenrijk,
- Apostolisch koning van Hongarije,
- Koning van Bohemen, van Dalmatië, Kroatië, Slavonië en Galicië, Lodomerië en Illyrië,
- Koning van Jeruzalem,
- Aartshertog van Oostenrijk,
- Groothertog van Toscane en Krakau,
- Hertog van Lotharingen en Salzburg, Stiermarken, Karinthië, Krain en Boekovina,
- Grootvorst van Zevenburgen,
- Markgraaf van Moravië,
- Hertog van Opper- en Neder-Silezië, van Modena, Parma, Piacenza en Guastalla, van Auschwitz en Zator, van Teschen, Friuli, Ragusa en Zara,
- Vorstelijk Graaf van Habsburg en Tirol, van Kyburg, Gorizia en Gradiska,
- Vorst van Trente en Brixen,
- Markgraaf van Ober- en Niederlausitz en Istrië,
- Graaf van Hohenems, Feldkirch, Bregenz, Sonnenberg etc.;
- Heer van Triëst, van Cattaro en de Windische Mark,
- Grootwoiwode van het woiwodschap Servië.
[bewerk] Noten
- ^ Hans Flesch-Brunningen, red., Die letzten Habsburger in Augenzeugenberichten DTV Düsseldorf, 1967, 1981, blz. 78-79
- ^ Brigitte Hamann, Elisabeth. Kaiserin wider Willen München, 1981, 1997, blz. 448
| Keizers van Oostenrijk |
|---|
|
Frans I • Ferdinand I • Frans Jozef I • Karel I |
Stefanus I • Peter Orseolo • Samuel Aba • Peter Orseolo • Andreas I • Béla I • Salomo • Géza I • Ladislaus I • Koloman • Stefanus II • Béla II • Géza II • Stefanus III • Ladislaus II • Stefanus IV • Stefanus III • Béla III • Emmerik • Ladislaus III • Andreas II • Béla IV • Stefanus V • Ladislaus IV • Andreas III • Wenceslaus • Otto (Béla V) • Karel I Robert • Lodewijk I • Maria • Karel II • Sigismund • Albrecht • Wladislaus I • Ladislaus V • Matthias I • Wladislaus II • Lodewijk II • Ferdinand I • Maximiliaan • Rudolf • Matthias II • Ferdinand II • Ferdinand III • Ferdinand IV • Leopold I • Jozef I • Karel III • Maria Theresia • Jozef II • Leopold II • Frans I • Ferdinand V • Frans Jozef I • Karel IV

