Franse Communistische Partij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franse Communistische Partij
Meeting à Bercy du Parti communiste français pour la Présidentielle 2007 (2007-04-01).jpg
Functiehouders
Partijvoorzitter Pierre Laurent
Mandaten
Assemblée Nationale
Sénat
Europees Parlement
Regionale raden
Algemene gegevens
Opgericht 1920 (SFIC), 1921 (PCF)
Actief in Frankrijk
Ideologie Communisme
Kleuren Rood
Europese fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links
Website www.pcf.fr
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Frankrijk

De Franse Communistische Partij (PCF, Frans: Parti communiste français) is een Franse politieke partij. De partij werd in 1920 gesticht toen een groep linkse socialisten zich van de Section française de l'Internationale ouvrière (SFIO) afscheidde.

De PCF wordt in het algemeen gezien als de erfgenaam van de Parijse Commune van 1870.

Geschiedenis[bewerken]

Binnen de socialistische partij van Frankrijk was altijd een sterke, dogmatische en links-socialistische stroming aanwezig. Deze stroming was gekant tegen Franse deelname aan de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende oorlogspolitiek van president Poincaré en (sinds 1917) premier Clemenceau. Ook was deze links-socialistische stroming tegen de steun van de meerderheidssocialisten aan de oorlog. Men beschuldigde de meerderheidssocialisten van "sociaal-chauvinisme." De spanningen binnen de socialistische partij liepen hoog op tijdens de stakings- en muiterijgolf in Frankrijk in 1917 (de linkse-socialisten steunde deze) en de Oktoberrevolutie van in Rusland, toen de linkse-socialisten zich openlijk achter Lenins vredesplannen schaarden.

Na de Eerste Wereldoorlog stichtte Lenin in 1919 de Communistische Internationale (Comintern). In februari 1920 verklaarde de pro-bolsjewistische vleugel van de Section française de l'Internationale ouvrière (SFIO) uit de partij te stappen. Bij de partijdag in Tours in december, werd de breuk officieel. De uit de partij gestapte bolsjewisten stichtten daarop de Section Française de l'Internationale Communiste, sinds 1922 'Parti communiste français geheten.

Volksfront[bewerken]

De voortdurende interne partijtwisten leidden in 1924 tot het royement van diverse leden, waaronder enkele leidinggevenden. Bij de parlementsverkiezingen van dat jaar behaalde de PCF dan ook maar 26 zetels. Het historisch dieptepunt werd in 1932 bereikt toen de partij maar 14 zetels behaalde. De PCF volgde in die jaren de door de Comintern uitgestippelde koers voor communistische partijen, hetgeen betekende dat de PCF niet mocht samenwerken met andere (burgerlijk) linkse partijen en de SFIO. Met de opkomst van het fascisme in Duitsland veranderde dit. Na 1932 werden de communistische partijen door de Comintern juist aangemoedigd om samen te werken met de sociaaldemocraten en burgerlijk links. Dit betekende in feite de redding voor de PCF. Grote voorstander van de nieuwe koers was Maurice Thorez, de secretaris-generaal van de PCF sinds 1930. In 1934 sloten de PCF, de SFIO en de Radicaal-Socialistische Partij (RRRS) een overeenkomst, die de naam Volksfront kreeg. Bij de verkiezingen van 1936 werd de Volksfront de grootste groepering in de Franse Nationale Vergadering. Hoewel het Volksfront slechts ten dele een succes genoemd kan worden, was het toch de eerste grote samenwerking tussen een communistische partij, een sociaaldemocratische partij en een burgerlijk linkse partij in West-Europa. In 1938 kwam er aan het Volksfront een einde.

Aandeel in het verzet[bewerken]

In 1939, na de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de PCF door de Franse regering verboden. Maurice Thorez deserteerde en vluchtte naar de Sovjet-Unie. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld. De illegale PCF bleef in de eerste jaren van de oorlog neutraal, maar nadat Hitler het Duitse leger bevel had gegeven om de Sovjet-Unie binnen te vallen, namen communistische partizanen in Frankrijk de wapens op om de Duitse bezetter te bevechten. Het aandeel van de PCF in de Résistance was groot.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1944 werd Frankrijk door de Vrije Fransen en de andere geallieerden bevrijd. Thorez keerde naar Frankrijk terug en zijn vonnis werd vernietigd. Thorez wijzigde de koers van de PCF drastisch. Hij riep de communistische partizanen hun wapens neer te leggen en nam afscheid van de traditionele revolutionaire tactiek van de communisten. Sindsdien participeert de PCF volop in het democratisch bestel. Van 1944 tot 1947 maakte de PCF deel uit van de Franse regering.

Bij de verkiezingen voor de Franse Nationale Vergadering van 1946 werd de PCF met 28,8% van de stemmen de sterkste partij. In de naoorlogse jaren probeerde de PCF op succesvolle manier haar populariteit onder de bevolking te vergroten. De partij zocht toenadering tot de rooms-katholieken en wist diverse intellectuelen te rekruteren. Uiteraard speelde de rol van de PCF in de strijd tegen het fascisme een grote rol in haar populariteit, maar vast en zeker speelde ook haar gematigdheid een rol.

Na 1947 belandde de PCF in de oppositie. De partij bleef zich als patriottistische beweging presenteren en stelde zich anti-Amerikaans op. De partij bleef echter Stalinistisch. Na de dood van Stalin op 5 maart 1953 trad er ook, net als in andere communistische partijen, een geleidelijk proces van destalinisatie op. De PCF besloot de nieuwe Sovjet-Russische communistische leider Nikita Chroesjtsjov te volgen. In 1956 voltrok er een scheuring als gevolg van de steun van de PCF aan de onderdrukking van de Hongaarse opstand.

Na de dood van Thorez raakte de destalinisatie van de PCF in een stroomversnelling. In 1964 werd Waldeck Rochet. Radicale orthodoxe marxisten-leninisten, zoals Jacques Jurquet en Marcel Juliot werden uit de partij gezet. De oriëntatie op Moskou verslapte en men richtte zich meer op de Volksrepubliek China van Mao Zedong. Hierop ontstond echter grote kritiek. Waldeck Rochets steun aan de Sovjet-Russische onderdrukking van de Praagse Lente (1968) betekende de uittreding van diverse intellectuelen.

In 1972 werd Georges Marchais de nieuwe secretaris-generaal van de PCF. Marchais begon aan de modernisering van de partij. Toch royeerde de nieuwe, meer liberale PCF, nog diverse intellectuelen, kunstenaars en democraten. De PCF ging een alliantie aan met de Parti Socialiste van François Mitterrand. Deze nieuwe linkse alliantie werd echter reeds in 1974 verbroken. In 1977 voerden Marchais en Enrico Berlinguer van de Italiaanse Communistische Partij (PCI) in Madrid besprekingen over "de nieuwe koers." Deze "nieuwe koers" ging de geschiedenis is als eurocommunisme. Het eurocommunisme bleef echter een Italiaanse aangelegenheid en de PCF veroordeelde later zelfs het eurocommunisme.

In 1981 werd de alliantie met de PCF vernieuwd, Mitterrand werd tot president gekozen en de alliantie won een groot aantal zetels in de Nationale Vergadering. Voor het eerste sinds 1947 had Frankrijk weer PCF ministers. In de jaren 80 keerde een aantal kiezers zich van de PCF af. Zij voelden zich meer aangesproken tot het populisme van het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen.

Met het einde van de Sovjet-Unie in 1991 belandde de partij in een crisis. Men begon aan een herbezinning. In 1994 ging Marchais met pensioen en Robert Hue werd de nieuwe leider van de partij. Hij begon met een hervormingsproces, le mutation genaamd. Leninistische structuren werden overboord gezet en de partij werd gereorganiseerd. Het democratisch centralisme werd afgeschaft. Van 1997 tot 2002 regeerde de PCF samen met de PS in het kabinet-Jospin.

Verkiezingen van 2002[bewerken]

Bij de verkiezingen voor de Nationale Vergadering van 2002 behaalde de PCF maar 4,8% van de stemmen. Dit zijn 21 van 567 zetels in het parlement. Hue diende nadien zijn ontslag in en werd opgevolgd door Marie-George Buffet.

In 2004 voerde de PCF non-campagne tegen de Europese grondwet. Het massale Franse "nee" tegen de grondwet was een overwinning voor de eurosceptische partijen, zoals de PCF.

Gebieden waar de PCF sterk is[bewerken]

De PCF is traditioneel sterk in de Parijse buitenwijken, de industriële gebieden rondom Rijsel en de zuidelijke streek nabij Marseille.

Publicaties[bewerken]

De PCF geeft de volgende publicaties uit:

  • Communistes (Communisten)
  • Info Hebdo (Tweewekelijkse Informatie)
  • Economie et Politique (Economie en Politiek)

De beroemde krant L'Humanité (Mensheid), voorheen een uitgave van de PCF, is thans onafhankelijk, doch is nog wel sterk aan de PCF gelieerd.

Vestiging[bewerken]

De Parti communiste français is gevestigd aan de Place du Colonel Fabien in Parijs. Het PCF hoofdkwartier is een modern opgetrokken gebouw ontworpen door de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer en werd gebouwd tussen 1967 en 1972.

Presidentskandidaten[bewerken]

De PCF heeft meerdere malen met een kandidaat mee gedaan aan de presidentsverkiezingen.

Jaar kandidaat
1924 Zéphyrin Camelinat
1931 Marcel Cachin
1932 Marcel Cachin
1939 Marcel Cachin
1953 Marcel Cachin
1958 Georges Marrane
1965 ondersteuning kandidatuur François Mitterrand
1969 Jacques Duclos
1974 ondersteuning kandidatuur François Mitterrand
1981 Georges Marchais
1988 André Lajoinie
1995 Robert Hue
2002 Robert Hue

Externe links[bewerken]