Franse Oost-Indische Compagnie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van de Franse Oost-Indische Compagnie

De Franse Oost-Indische Compagnie (Frans: Compagnie française des Indes Orientales) was een commerciële onderneming die werd gesticht in 1664 als tegenhanger van de Nederlandse en Britse Oost-Indische Compagnieën.

Al vanaf 1607 was de koning van Frankrijk, Hendrik IV, met serieuze plannen bezig om tot de oprichting van een Franse Oost-Indische Compagnie te komen. Hierbij fungeerde Isaac le Maire als adviseur. Alle pogingen mislukten echter.

In 1664 kwam Jean-Baptiste Colbert met een nieuw plan, de aanstelling van François Caron dat werd gesteund door koning Lodewijk XIV. De nieuw opgerichte compagnie slaagde er niet in om een kolonie op Madagaskar te stichten, maar vestigde zich wel in havens op de nabijgelegen eilanden Bourbon en Île-de-France (tegenwoordig Réunion en Mauritius).

Tegen het jaar 1719 had de Franse Oost-Indische Compagnie zich gevestigd in India, maar verkeerde op de rand van bankroet. In datzelfde jaar werd ze onder John Law gecombineerd met andere Franse handelscompagnieën tot de Compagnie Perpétuelle des Indes. Ze behield haar onafhankelijkheid tot 1723.

Met de neergang van het Mogolrijk besloten de Fransen in te grijpen in de binnenlandse politiek van India om hun belangen te verdedigen. Hiertoe sloten ze allianties met lokale heersers in het zuiden van het Indiase schiereiland.

Vanaf 1741 voerden de Fransen onder Joseph François Dupleix een agressieve politiek tegen zowel de Indiërs als de Engelsen, totdat ze uiteindelijk werden verslagen door Robert Clive.

De Compagnie bleek niet in staat te zijn zichzelf financieel in stand te houden en werd in 1769 opgeheven, slechts enkele jaren voor het begin van de Franse Revolutie.

Enkele kleinere Franse koloniën in het Aziatisch gebied, vooral aan de Indiase en Zuid-Chinese kust, verenigden zich in de Unie van Indochina, later vervielen deze gebieden tot Cambodja, Laos en Vietnam.

Na die tijd bleven verschillende Indiase handelshavens, waaronder Pondicherry en Chandernagore, onder Frans bestuur totdat ze in 1954 bij de jonge staat India werden gevoegd.

Zie ook[bewerken]