Franse en Indiaanse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franse en indiaanse oorlog
Onderdeel van de Zevenjarige Oorlog,
Franse en Indiaanse oorlogen
Franse aanval in Newfoundland
Franse aanval in Newfoundland
Datum 1754-1763
Locatie Oostkust van Noord-Amerika
Resultaat Britse Overwinning,
Vrede van Parijs
Territoriale
veranderingen
Nieuw-Frankrijk ten oosten van de Mississippi naar Koninkrijk Groot-Brittannië, Nieuw-Frankrijk ten westen van de Mississippi naar Spanje, Spaans Florida naar Koninkrijk Groot-Brittannië
Strijdende partijen
Flag of Royalist France.svg Frankrijk Union flag 1606 (Kings Colors).svg Koninkrijk Groot-Brittannië
Flag of the Iroquois Confederacy.svg Iroqoisconfederatie

De Franse en Indiaanse Oorlog, ook bekend als Fransen- en Indianenoorlog (Engels: French and Indian War) of Fransindiaanse oorlog, is de Amerikaanse benaming voor het deel van de Zevenjarige Oorlog waarvan het strijdtoneel in Amerika lag. Het was daar de vierde in een serie van koloniale oorlogen tussen de Fransen en de Britten die bekendstaan als de Franse en Indiaanse oorlogen.

Deze oorlog was het begin van de Zevenjarige Oorlog en begon in 1754 toen een Britse expeditie onder generaal-majoor Edward Braddock een campagne startte tegen de Fransen en hun indiaanse bondgenoten. Deze expeditie liep in een hinderlaag bij Monongahela en werd verpletterend verslagen. De oorlog verliep in de eerste jaren rampzalig voor de Britten omdat deze niet waren ingesteld op een oorlog in de Noord-Amerikaanse wouden en omdat ze over te weinig goed geoefende troepen beschikten. De indiaanse bondgenoten beschikten over soldaten die wel bekend waren met lichte infanterie-tactieken. Bovendien raakten de Britse generaals na elke tegenslag dusdanig in paniek dat ze zich meteen terugtrokken in hun forten.

De bekendste belegering is die van het Fort William Henry, dat in 1757 door de Fransen werd ingenomen. De belegering is bekend geworden door het boek The Last of the Mohicans, dat ook is verfilmd. De overwonnen Britten mochten zich terugtrekken maar werden op hun terugtocht keer op keer door de wraakzuchtige indianen aangevallen.

In 1758 verscheen er een andere Britse generaal ten tonele, de jonge officier James Wolfe. Vastbesloten om de Fransen definitief te verdrijven begon hij een agressieve campagne. In 1758 was hij betrokken bij de verovering van de vestingstad Louisbourg. Uiteindelijk wist hij het Franse leger in 1759 definitief te verslaan in de Slag om Quebec. In 1760 gaven de Fransen zich over, in 1763 werden bij de vredesbesprekingen (Vrede van Hubertusburg) de koloniën definitief aan de Britten toegewezen.

In 1763 organiseerde Odaawaa-hoofdman Pontiac een aantal inheemse volkeren in een verbond met als doel de Britten te verdrijven. Echter, na wat aanvankelijke successen bloedde de opstand, die bekend werd als Pontiac's Rebellion, dood en verspreidden de stammen zich in 1764 weer. Pontiac werd vermoord. De opstand was geen succes geweest maar gaf wel aan dat de vrede in Noord-Amerika erg broos was. De vele gevechten hadden de indiaanse stammen veel mensen gekost, en deze klappen kwamen de kleine gemeenschappen, in tegenstelling tot de opbloeiende blanke gemeenschappen, maar moeilijk te boven.