Franse grondwet van 1793

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franse grondwet van 1793

De Franse Grondwet van 1793 is een grondwet uit de tijd van de Eerste Franse Republiek. Op 10 juni werd door een comité met onder anderen Georges Danton, Saint-Just en Marie-Jean Hérault de Seychelles een ontwerp ingediend. De grondwet is op 24 juni 1793 geïntroduceerd en goedgekeurd, maar nooit in werking getreden, vanwege binnenlandse onlusten en 100.000 amendementen.[1] Te midden van alle tumult werd de grondwet aan het volk voorgelegd. Aan een referendum deed ongeveer 30% van de bevolking mee, waarvan 90% voor de nieuwe grondwet koos.[2] Op 10 augustus 1793, de verjaardag van de bestorming van de Tuileriën werd de nieuwe grondwet feestelijk afgekondigd, maar er volgde op 13 augustus een uitstel van de toepassing tot na vredestijd. De opschorting werd op 10 oktober aanvaard door de Convention Nationale.[3]

Inhoud[bewerken]

Hérault de Séchelles

De oorsprong van de grondwet ligt bij de Verklaring van de rechten van de mens en de burger van 26 augustus 1789 en de Franse Grondwet van 1791, waarin macht van de koning nog werd beschermd (met een opschortend (?) of absoluut veto). Hérault de Seychelles presenteerde de wet, die al maandenlang werd geamendeerd met decreten, onder anderen door Nicolas de Condorcet.

De zittingstermijn van de volksvergadering werd vastgesteld op 1 jaar, waarbij alle mannelijke burgers boven de 21 jaar mochten deelnemen aan de verkiezingen. Vrouwen werden nadrukkelijk uitgesloten van het burgerschap. Er bestond geen verschil meer tussen burgers met een actief en passief kiesrecht.

  • Artikel 1? De Nationale Conventie is de enige bron van bestuurlijke initiatieven.
  • Artikel 2? Alle bestaande organen en functionarissen zijn onderworpen aan de rechtstreekse controle van het Comité van openbaar welzijn, overeenkomstig het besluit van 10 oktober 1793; alles wat personen betreft, het algemene binnenlandse politiebeleid, behoort tot de competentie van het Comité van algemene veiligheid, overeenkomstig het besluit van 17 september 1793.[4]


  • Artikel 1. Het doel van de maatschappij is het geluk van allen.
  • Artikel 2. Haar rechten zijn gelijkheid, vrijheid, zekerheid, en eigendom.
  • Artikel 16. Het recht van eigendom is het recht van iedere burger om naar eigen goeddunken te genieten van en te beschikken over zijn bezittingen en zijn inkomsten, de opbrengst van zijn arbeid en zijn nijverheid. Het bezit werd ondergeschikt gesteld aan het maatschappelijk nut. Robespierre las de verklaring voor in de Nationale Conventie. Hij stelde daarom voor eigendom anders te definiëren, als het recht van iedere burger te genieten van en te beschikken over die bezittingen die hem door de wet gewaarborgd worden'.[5]

De economische vrijheid waarover in de verklaring van 1789 niet gesproken was, werd uitdrukkelijk bevestigd in

  • Artikel 17. Geen enkele vorm van arbeid, cultuur of handel mag aan de nijverheid van burgers worden ontzegd.
  • Artikel 21. Maatschappelijke bijstand is een heilige plicht. De maatschappij moet voorzien in de levensbehoeften van de behoeftige burgers, hetzij door hen werk te verschaffen, hetzij hun het nodige te verschaffen als zij niet tot werken in staat zijn.
  • Artikel 22. Iedereen heeft onderwijs nodig. De samenleving moet alle middelen aanwenden om de vooruitgang van de rede in het land te bevorderen en het onderwijs binnen het bereik van alle burgers te brengen.

Tenslotte erkent de Verklaring van 1793 niet alleen het recht op verzet tegen verdrukking (artikel 33), maar bovendien het recht tot opstand:

  • Artikel 35. Als de regering de rechten van het volk verkracht is opstand een heilige en absolute plicht voor het hele volk of een gedeelte ervan.
  • Artikel 110. Er is geen opperbevelhebber.

Jacques Pierre Brissot steunde de oprichting van het Bataafs Legioen door Daendels, maar gaf de voorkeur aan een andere naam, vanwege deze Grondwet, waarin volkssoevereiniteit boven nationale soevereiniteit werd gesteld.

De Franse Grondwet van 1795 die in augustus of op 23 september werd goedgekeurd, was een stuk conservatiever. Op 16 april 1796 werd door het Directoire de doodstraf ingesteld tegen diegenen die herstel van de monarchie wilden of invoering van de grondwet van 1793. Het betekende de doodstraf voor Gracchus Babeuf, een voorloper van het communisme.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 268.
  2. http://www.republikanisme.nl/burgerschap.html
  3. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 278.
  4. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 302.
  5. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 249.