Franse koloniale rijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koloniaal rijk: De kaart geeft in groen het eerste Franse-koloniale rijk aan en in blauw het tweede.
Geschiedenis van Frankrijk

Prehistorie
Kelten (vanaf 7e eeuw v.Chr.)


Romeinse tijd
Romeinen (51 v. Chr.-486)
Franken (vanaf 287)


Middeleeuwen
Frankische Rijk: (481-887/8)

Merovingen (481-751)
Karolingen (751-987)

West-Francië (843-987)
Royal Standard of the King of France.svg Koninkrijk Frankrijk: (987-1791)

France Ancient.svg Capetingen (987-1328)
France moderne.svg Valois (1328-1589)

Vroegmoderne Tijd

Ancien Régime
Grand Royal Coat of Arms of France.svg Bourbon (1589-1792)
Franse Revolutie (1789)

Flag of France (1790-1794).svg Koninkrijk Frankrijk (1791-1792)
Flag of France.svg Eerste Republiek (1792-1804)
Flag of France.svg Eerste Keizerrijk (1804-1815)
Naval Ensign of the Kingdom of France.svg Restauratie (1815-1830)


Moderne Tijd
Flag of France.svg Julimonarchie (1830-1848)
Flag of France.svg Tweede Republiek (1848-1852)
Flag of France.svg Tweede Keizerrijk (1852-1870)
Flag of France.svg Derde Republiek (1870-1940/'46)
Flag of France.svg Vichy-regime (1940-1944)
Flag of France.svg Vierde Republiek (1946-1958)
Flag of France.svg Vijfde Republiek (1958-heden)

  • Franse koloniale rijk

Portaal  Portaalicoon  Frankrijk
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Het Franse koloniale rijk (Frans: Empire colonial français of Empire français) is de benaming voor het geheel van koloniën en andere overzeese bezittingen waarover Frankrijk beschikte. Het ontstond vanaf de 17e eeuw en verdween voor het grootste deel in de tweede helft van de 20e eeuw. Een eerste reeks bezittingen ging grotendeels verloren in de loop van de 18e en begin 19e eeuw, waarna opnieuw een sterke gebiedsuitbreiding ontstond. Daarom spreekt men vaak van een eerste en een tweede Frans koloniaal rijk.

Het rijk bereikte zijn grootste omvang na de Eerste Wereldoorlog. Toen had het - Frankrijk zelf inbegrepen - een oppervlakte van 12 898 000 km², of bijna 1/10e van alle landoppervlakte, met meer dan 100 miljoen inwoners, of zowat 1/20e van de toenmalige wereldbevolking. Daarmee was het het op één na grootste rijk ter wereld, na het Britse rijk.

De overblijfselen van dit imperium staan nu bekend als Overzees Frankrijk (la France d'outre-mer) en worden beschouwd als een onderdeel van de Franse Republiek.


Het eerste Franse koloniale rijk[bewerken]

De vroege reizen van Giovanni da Verrazano en Jacques Cartier in het begin van de 16e eeuw, en de frequente reizen van Franse vissers naar Newfoundland tijdens die eeuw, waren de voorlopers van de Franse koloniale expansie. Spanje werd echter al snel bang dat ze haar monopolie op Amerika zou verliezen, wat er samen met godsdienstoorlogen van de Reformatie ertoe leidde dat Frankrijk geen kolonies kon beginnen. Pogingen om kolonies in Brazilië in 1555 (in Rio de Janeiro, of France Antarctique), in 1612 bij São Luís (France Equinoxiale), en in Florida waren niet succesvol door Spaanse en Portugese tussenkomsten.

Het Franse koloniale rijk begon pas echt op 27 juli 1605 toen Port Royal in Acadië, het huidige Nova Scotia, gesticht werd. Enkele jaren later, in 1608, stichtte Samuel de Champlain de plaats Quebec, die de hoofdstad werd van het enorme, maar dunbevolkte Nieuw-Frankrijk, ook wel Canada genoemd.

Door middel van allianties met lokale stammen oefenden de Fransen een losse controle uit over een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent. Pas toen Jean Talon de leiding over de kolonie overnam kon het gebied worden uitgebouwd als een echte kolonie. Tijdens het hele bestaan liep de kolonie zwaar achter op zijn Britse tegenhangers, zowel qua bevolking als economische ontwikkeling. Acadië zelf ging verloren aan de Britten na de Vrede van Utrecht, in 1713.

In 1682 noemde de Franse ontdekkingsreiziger R.C. de La Salle het gebied strekkend van de monding van de Mississippi tot aan de Grote Meren in het noorden, en van de Appalachen tot de Rocky Mountains, Louisiane oftewel Louisiana, naar de Franse koning Louis XIV. Vanaf 1699 stichtten de Fransen in dat gebied nederzettingen: Biloxi (1699), dicht bij de monding van de Mississippi in de huidige staat Mississippi, Détroit (1701) in de huidige staat Michigan, Mobile (1702) in het huidige Alabama, Natchitoches (1714) in huidige Louisiana, La Nouvelle-Orléans (1718). Hoewel de Franse kolonie Louisiane zich over het hele bekken van de rivier Mississippi uitstrekte, was de effectieve controle in het zuiden beperkt tot een klein gebied rond La Nouvelle-Orléans.

De Fransen bouwden een kleiner, maar lucratiever koloniaal rijk uit in West-Indië. Kolonisatie van Frans-Guyana begon in 1624 en hoewel deze kolonie verschillende keren werd overgenomen door de Nederlanders, bleef het gebied in Franse handen. Een kolonie werd gesticht op Saint Kitts in 1627 (het eiland moest tot de Vrede van Utrecht echter wel gedeeld worden met de Engelsen, waarna het door de Fransen werd afgestaan). De Compagnie des Îles de l'Amérique stichtte kolonies in Guadeloupe en Martinique in 1635 en in 1650 werd een kolonie gesticht op Saint Lucia. Het belangrijkste koloniale bezit in het gebied liet echter op zich wachten tot 1664, toen Saint-Domingue (het huidige Haïti) op de westelijke helft van het Spaanse eiland Hispaniola gesticht werd. In de 18e eeuw werd Saint-Domingue de rijkste suikerkolonie in het gebied. Het oostelijke gebied van Hispaniola, de latere Dominicaanse Republiek, stond voor een korte periode onder Frans bevel, toen Haïti in opstand was gekomen tegen de Fransen.

De Franse expansie was echter niet beperkt tot Amerika. In Senegal stichtten de Fransen handelsposten vanaf 1624. De Franse Oost-Indische Compagnie werd opgericht in 1664. Kolonies werden in India opgericht in Chandernagore (1673) en Pondichery (1674) en later in Yanam (1723), Mahe (1725), en Karaikal (1739). Kolonies werden ook in de Indische Oceaan gesticht, op (Réunion, 1664), Île-de-France (Mauritius, 1718) en de Seychellen (1756). Tijdens de beginjaren van Napoleon Bonaparte werd Egypte voor een korte periode ingenomen, hoewel het Franse gebied zich beperkte tot een korte strook rond de Nijl.

Koloniaal conflict met Groot-Brittannië[bewerken]

In het midden van de 18e eeuw begon een reeks conflicten tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die uiteindelijk het eerste Franse koloniale rijk zouden doen instorten. Deze oorlogen waren de Oostenrijkse Successieoorlog (1744-1748), de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), de Amerikaanse Revolutie (1778-1783), de met de Franse Revolutie gepaard gaande Eerste Coalitieoorlog om die revolutie de kop in te drukken (1792-1797) en de Napoleontische oorlogen (1803-1815).

De Oostenrijkse Successieoorlog had weinige concrete resultaten opgeleverd, maar had Frankrijk wel ernstig verzwakt. Tijdens de Zevenjarige Oorlog werden dan ook geheel Nieuw-Frankrijk en de Franse Caraïbische eilanden door de Britten overgenomen. Na het vredesverdrag kreeg Frankrijk wel zijn Caraïbische bezittingen terug. De strijd om invloed in India was gewonnen door de Britten. Louisiana werd overgedragen aan Spanje in ruil voor hun intrede in de oorlog en als compensatie voor de Britse annexatie van het Spaanse Florida. Daaronder bevinden zich vijf Grenada en Saint Lucia werden ook aan de Britten overgedragen.

Na de Franse inmenging in de Amerikaanse Revolutie kreeg Frankrijk in 1783 Saint Lucia terug. Het ergste gebeurde echter in 1791, toen in Saint-Domingue, de belangrijkste en rijkste Franse kolonie, een slavenopstand uitbrak, mogelijk door de verdeeldheid van de elite op het eiland tijdens de Franse Revolutie, die in 1804 zou leiden tot de onafhankelijke republiek Haïti. De slaven, geleid door Toussaint l'Ouverture en na zijn gevangenneming door Jean-Jacques Dessalines, hielden stand tegen de Fransen, de Britten en de Spanjaarden. Ondertussen raakte Frankrijk in oorlog en bijna alle nog overgebleven Franse kolonies werden overgenomen door de Britten. Deze werden teruggegeven bij de Vrede van Amiens in 1802. Frankrijk kocht ook Louisiana terug, maar Napoleon besloot na succes van de Haïtiaanse opstand, die in 1804 definitief tot onafhankelijkheid zou leiden, om het gebied in 1803 te verkopen aan de Verenigde Staten (zie de Aankoop van Louisiana). De poging om een Franse kolonie in Egypte op te bouwen (1798-1801) liep ook op niets uit, omdat de Fransen daar door de Britse vloot onder Horatio Nelson verslagen werden.

Het tweede Franse koloniale Rijk[bewerken]

Aan het einde van de Napoleontische oorlogen kreeg Frankrijk het grootste deel van haar kolonies terug, Guadeloupe en Martinique in West-Indië, Frans-Guyana, Senegal en Île Bourbon (Rèunion). Het Verenigd Koninkrijk annexeerde vervolgens Saint Lucia, Tobago, de Seychellen, en Île de France (Mauritius).

Het echte begin van het tweede koloniale rijk is 1830 toen Frankrijk Algerije binnenviel, dat in de volgende 17 jaar volledig werd overwonnen. Tijdens het bewind van Napoleon III werd gepoogd invloed te krijgen in Mexico : Franse troepen hielpen keizer Maximiliaan van Mexico in het zadel, maar moesten al snel het land verlaten om een conflict met de Verenigde Staten te ontwijken. Napoleon III kon echter wel Franse controle opleggen aan Cochin-China, het zuidelijkste deel van het hedendaagse Vietnam, en maakte van Cambodja een Frans protectoraat.

Pas na de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 werden de meeste Franse bezittingen verkregen. Dat gebeurde onder impuls van de staatsman Jules Ferry.

In 1884 werden Annam en Tonkin Franse protectoraten. In 1887 kwamen die samen met Cochin-China en Cambodja als Indochina onder gemeenschappelijk bestuur. Daaraan werd in 1893 Laos nog toegevoegd. Kwang-Chou-Wan in de baai van Kanton werd in 1900 een Frans pachtgebied.

Tegelijk vond ook een expansie in Oceanië plaats. In 1863 was Nieuw-Caledonië een Franse kolonie geworden. Na de annexatie van Tahiti (1880) volgden ook een hele reeks eilanden die samen Frans-Polynesië vormen.

De Fransen konden hun invloed in Noord-Afrika uitbreiden met de vestiging van een protectoraat in Tunesië (1881). Na de Conferentie van Berlijn in 1885, waarin Afrika werd opverdeeld, verwierf Frankrijk het grootste deel van West- en Midden-Afrika. De aldaar gestichte kolonies werden later gegroepeerd in twee "federaties" : Frans West-Afrika en Frans Equatoriaal Afrika, verder de Franse Somalikust in Oost-Afrika, plus Madagaskar en de Comoren in de Indische Oceaan. In 1911 tenslotte werd het grootste deel van Marokko een Frans protectoraat.

Deze enorme gebiedsuitbreiding kwam er niet zonder rivaliteit met andere koloniale mogendheden. Met Italië, dat zelf Tunesië opeiste, kwam het tot gespannen verhoudingen. De Franse opmars naar de Nijl werd door de Britten tegengehouden (Fasjoda-incident) en dit veroorzaakte bijna een oorlog tujssen beide landen. Duitsland probeerde meermalen Franktijks greep op Marokko tegen te houden. Om vrij spel in Marokko te krijgen, stond Frankrijk een gebiedsstrook van Frans Equatoriaal Afrika af aan Duits-Kameroen.

Het Franse rijk werd voor de laatste keer uitgebreid na de Eerste Wereldoorlog met een aantal mandaatgebieden: Syrië en Libanon, die vroeger deel uitmaakten van het Ottomaanse Rijk, plus Frans-Togoland en Frans-Kameroen in Afrika, die vroeger Duits koloniaal gebied waren.

De Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Het Franse koloniale rijk beleefde tijdens de Tweede Wereldoorlog een vrij chaotische toestand. Door de wapenstilstand van juni 1940 met nazi-Duitsland mocht de regering van maarschalk Pétain het bestuur van het imperium behouden. Toch begonnen aanhangers van generaal Charles de Gaulle (de Vrije Fransen) vanuit Londen een aantal koloniale bestuurders voor hun zaak te winnen. In de zomer van 1940 kozen Ivoorkust, Frans-Kameroen, heel Frans Equatoriaal Afrika en vrijwel alle Franse bezittingen in de Stille Oceaan de kant van de Vrije Fransen. De rest van het imperium bleef wel trouw aan Vichy-Frankrijk. Rond dezelfde tijd bezetten Japanse troepen Indochina, al bleven de door Vichy aangestelde koloniale autoriteiten er het bestuur uitoefenen.

In juni 1941 veroverden de Britten Syrië en Libanon op de troepen van Vichy. Beide mandaatgebieden werden daarop onafhankelijk verklaard, al bleven de (Vrije) Fransen er tot 1946 de baas. In mei 1942 veroverden de Britten Madagaskar, dat ze pas begin 1943 aan het bestuur van de Gaulle overlieten.

Toen de Amerikanen en Britten in november 1942 in Noord-Afrika landden, fungeerde daar een tijd met Amerikaanse steun een Frans bestuur dat los stond van zowel Pétain als de Gaulle erkende (de VS erkenden de Vrije Fransen toen niet). Na de conferentie van Casablanca (1943) werd een Frans Comité van Nationale Bevrijding (CFLN) gevormd in Algiers, dat opnieuw greep kreeg op het hele koloniale rijk en uiteindelijk onder leiding van generaal de Gaulle kwam. Alleen Indochina bleef onder controle van Japan. Op het einde van de oorlog moedigden de Japanners de nationalistische bewegingen aan.

De machtswisselingen in de verschillende rijksdelen hadden het Franse gezag sterk verzwakt. Begin 1944 organiseerde de Gaulle daarom in Brazzaville een conferentie van de verschillende koloniale autoriteiten (zonder er de autochtone bevolken bij te betrekken). Daar werd beslist de inlanders meer poltiieke, economische en sociale rechten te geven en af te stappen van de oude koloniale structuur. Van autonomie of onafhankelijkheid was echter geen sprake. Er zou eerder gestreefd worden naar assimilatie en een federale structuur van het vroegere imperium.

De dekolonisatie[bewerken]

De grondwet van de Vierde Franse Republiek (1946) verving het Franse koloniale rijk door een nieuwe structuur, de Franse Unie. Enkele "oude kolonies", vooral in West-Indië, werden als overzeese departementen volledig in Frankrijk geïntegreerd (net als Algerije, dat al eerder in Franse departementen was ingedeeld). De andere kolonies werden als overzeese gebieden eveneens een onderdeel van de republiek, met eigen vertegenwoordigers in het Franse parlement. Hun inwoners werden Franse staatsburgers, maar kregen toch niet overal dezelfde rechten. Zo kregen ze niet automatisch stemrecht, of werd bij verkiezingen de "Europese" en autochtone kiezers ingedeeld in twee gescheiden kiescolleges, waarbij de stem van de eerste categorie meer doorwoog. Toch konden daardoor een aantal Afrikaanse leiders in het parlement worden verkozen. De latere presidenten Léopold Senghor van Senegal en Félix Houphouët-Boigny van Ivoorkust maakten zelfs een tijd deel uit van ee Franse regering. Onder hun invloed namen de rechten van de Afrikanen toe.

De protectoraten, die geen deel van Frankrijk waren, zouden als "geassocieerde staten" een vorm van zelfbestuur krijgen binnen de Franse Unie.

Meteen na het einde van de oorlog probeerde Frankrijk zijn gezag in Indochina te herstellen. De Slag bij Dien Bien Phu in 1954 betekende het einde van de eerste Vietnamoorlog en van de Franse koloniale aanwezigheid in Indochina. Er werd een verdeeld Vietnam achtergelaten, bestaande uit een communistisch Noord-Vietnam en een niet-communistisch Zuid-Vietnam. Een dreigende overname van het zuiden door het noorden werd door de Verenigde Staten belemmerd in het kader van de dominotheorie, die inhield dat als Zuid-Vietnam viel, heel Indochina en mogelijk zelfs Indonesië in communistische handen zouden vallen. De Amerikaanse interventie begon met steun aan Zuid-Vietnam, maar escaleerde in directe militaire interventie, waarmee de tweede Vietnamoorlog een feit was. Pas in 1975 werden Noord- en Zuid-Vietnam herenigd als een communistisch land.
Al op 8 mei 1945 braken er zeer bloedige onlusten uit in het Algerijnse Sétif en Guelma, die in in 1954 escaleerden tot een echte Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog in Frankrijks oudste kolonie. De strijd in Algerije was des te problematischer, omdat vele Franse en ook wel Spaanse kolonisten zich in het gebied hadden gevestigd. Algerije werd niet als een kolonie beschouwd, maar als Frans grondgebied aan de overkant van de Middellandse Zee, al was de 90% Arabische en Berberse bevolking uitgesloten van politieke rechten. In het bijzonder deze uitzichtloze oorlog leidde tot de val van de Vierde Republiek en de terugkeer op het Franse politieke toneel van Charles de Gaulle, die de Vijfde Republiek uitriep met een sterke positie voor de president, een functie die hij vanaf 1958 zelf ging vervullen. Uiteindelijk schikte hij zich echter in het onvermijdelijke, en ondanks moordaanslagen op hem en een poging tot een staatsgreep door Franse kolonisten en militairen verenigd in de OAS, besloot De Gaulle in 1962 om Algerije onafhankelijk te maken. De Europese kolonisten, de pieds noirs genoemd, vertrokken bijna allemaal naar het moederland.

In 1947 brak een opstand tegen het Franse gezag uit in Madagaskar, die bloedig onderdrukt werd. Vele andere Afrikaanse kolonies werden onafhankelijk rond 1960, wat in het algemeen met weinig of geen geweld gepaard ging.

Het postkoloniale tijdperk[bewerken]

Na de onafhankelijkheid bleven verschillende vroegere Franse koloniën samenwerken met het vroegere moederland. Deze hebben nog altijd politieke, economische en culturele banden met de vroegere kolonisator. Meer dan andere ex-koloniale mogendheden is Frankrijk bereid door militair ingrijpen in de voormalige Franse koloniën, een welgevallig regime te steunen of een onwelgevallig regime omver te werpen. Soms werd hiervoor de huurling Bob Denard ingezet. Het is een controversieel beleid dat decennialang gepropageerd werd door Jacques Foccart, de Afrika-adviseur van de presidenten De Gaulle, Pompidou en Chirac. Naast de economische en culturele macht die Frankrijk nog steeds uitoefent in deze 'invloedssfeer', leidt dit tot beschuldigingen van neokolonialisme. De meest expliciete Franse criticus van het Franse postkoloniale beleid is vermoedelijk François-Xavier Verschave, die de term Françafrique introduceerde. Tegen de kritiek wordt wel ingebracht dat veel Afrikaanse landen nog niet echt op eigen benen kunnen staan en dat antiwesterse of anti-imperialistische landen het in het algemeen niet beter doen, noch in de kwaliteit van het bestuur, noch in de handhaving van mensenrechten, noch in economische ontwikkeling.

De meeste zichtbare erfenis van het kolonialisme in Frankrijk zelf is de aanwezigheid van miljoenen immigranten, die kennelijk meer kans op een beter leven zien in het land van de voormalige kolonisator dan in het onafhankelijke eigen land. Zij maken intussen 10% van de bevolking uit. Dit leidt tot nogal wat politieke, culturele en sociaaleconomische spanningen, vooral in de Parijse voorsteden, waarop 'de politiek' en de samenleving in het algemeen nog geen antwoord hebben.

De overblijfselen van dit eens zo grote rijk, de zogenaamde overzeese departementen en territoria, zijn al lang geen koloniën meer. De departementen zijn bestuurlijk volledig gelijkwaardig met die in het moederland. De overzeese territoria worden anders bestuurd, vanwege de kleine bevolkingen. Hoewel in de meeste van deze gebieden wel onafhankelijkheidsbewegingen bestaan, hebben ze meestal, met uitzondering van de beweging in Nieuw-Caledonië, geen grote aanhang.

Zie ook[bewerken]