Franse literatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Literatuur
Franse literatuur
Handtekeningen van meerdere franse auteurs
Lijst van Franstalige schrijvers
Middeleeuwen
16e eeuw
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw
20e eeuw:
1900-1914 · 1914-1945 · 1945-1960

1960-1980 · sinds 1980

Portaal  Portaalicoon  Frankrijk
Portaal  Portaalicoon  Literatuur

De Franse literatuur bestaat uit de literaire verhalende, lyrische en dramatische teksten in de Franse taal. Het gaat hierbij om teksten van auteurs uit Frankrijk en de (voormalige) Franse koloniën, uit Wallonië, Franstalig Zwitserland en Franstalig Canada.

Van een afzonderlijke Franse literatuur is sprake sinds de ontwikkeling van de Franse schrijftaal, die in de 11e-12e eeuw plaatsvond. Rond 1200 bestond er bovendien in Zuid-Frankrijk een rijke literatuur, vooral troubadourslyriek, in de Occitaanse taal; ook deze wordt tot de Franse literatuur gerekend.

In de loop van de Europese geschiedenis heeft de Franse literatuur tot het midden van de 20e eeuw vrijwel voortdurend een leidende positie gehad, die slechts tijdelijk door de Italiaanse, Spaanse, Engelse en Duitse werd onderbroken of geëvenaard. De dominantie van de Engelse literatuur is dus een relatief recent fenomeen. Illustratief is dat gedurende de eerste 70 jaar dat de Nobelprijs voor de Literatuur bestond, twaalf keer een Franse schrijver deze belangrijkste literaire prijs ter wereld kreeg.

De voornaamste literaire prijs in Frankrijk zelf is de Prix Goncourt, die sinds 1903 jaarlijks aan een prozaschrijver wordt uitgereikt.

Middeleeuwen (tot circa 1500)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie uitvoeriger: Franse literatuur in de middeleeuwen

De oudste literaire teksten in de Franse literatuur waren epische heldenliederen die in de feodale tijd werden voorgedragen op de kastelen in het land, de zogenaamde chansons de geste. Het bekendste voorbeeld is het Roelantslied (La chanson de Roland). Na 1137 trok de hoogstaande troubadourslyriek vanuit het zuiden (het gebied van de Langue d'Oc) naar de gebieden ten noorden van de Loire.

In de hoofse tijd (1150-1250) werden de epische teksten verfijnder. Gevoelens doen hun intrede, en de vrouw krijgt een grote rol toebedeeld in de hoofse liefde. De "chansons de geste" evolueren naar de hoofse roman (roman courtois). Bekend is de Bretoense cyclus van Chrétien de Troyes, waartoe de avonturen van koning Arthur en de ridders van de Ronde Tafel en ook Tristan en Isolde behoren. Daarnaast bestaat er ook een satirische literatuur, waar de burger zich vrolijk kan maken over adel en geestelijkheid (Le roman de Renart).

Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1340-1440) ontstonden kronieken als die van Jean Froissart en kwam de poëzie van de rederijkers (Rhétoriqueurs) op, bestaande uit gedichten die aan strikte regels waren gebonden. Een bekend rederijker was Charles d'Orléans, een neef van koning Karel VI. Op toneelgebied was er een grote productie van mirakel- en passiespelen.

De belangrijkste dichter uit de late middeleeuwen was François Villon, wiens talrijke balladen een weerslag zijn van zijn avontuurlijke leven.

16e eeuw[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Franse literatuur in de 16e eeuw

De principes van het humanisme oefenen een diepgaande invloed uit op de Franse literatuur. Die gaat zich in vergelijking met de middeleeuwen meer richten op teksten uit de Klassieke oudheid (Grieks, Latijn en Hebreeuws), en wordt gekenmerkt door een verlangen naar kennis en vernieuwing in vormen en thematiek.

In de poëzie gelden als belangrijkste auteurs Clement Marot, Jean de sponde, Agrippa d'Aubigné, en de dichters van de Pleiade, onder wie Ronsard en Du Bellay.

De belangrijkste romans zijn die van Rabelais en Marguerite de Navarre.

Montaignes Essais, een autobiografisch opgevat filosofisch werk, bereidt de weg voor Jean-Jacques Rousseaus Confessions dat eveneens de mens met zijn kwaliteiten en gebreken tot onderwerp neemt.