Franz Boas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franz Boas

Franz Boas (Minden (Duitsland), 9 juli 1858New York (VS), 21 december 1942) was één van de pioniers en grondleggers van de antropologie en wordt wel de "Vader van de Amerikaanse antropologie" genoemd. Franz Boas was één van de leermeesters van Alfred L. Kroeber, Robert Lowie en Margaret Mead.

Biografie[bewerken]

Franz Boas werd geboren in Minden (Westfalen) als enige zoon van Meier Boas (handelaar) en Sophie Meyer. Vanaf 1877 studeerde hij aan de universiteiten van Heidelberg, Bonn en Kiel, waarna hij in 1881 afstudeerde in de natuurkunde. Twee jaar later reisde hij door Noord-Amerika waar hij onder andere in Canada de cultuur van de Eskimo's bestudeerde. In 1887 emigreerde hij naar de Verenigde Staten.

Van 1888 tot 1892 was hij verbonden aan de Clark Universiteit en in 1899 werd hij aangesteld als hoogleraar antropologie aan de Columbia-universiteit.

Linguïstische relativiteit[bewerken]

Boas heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de theorie van het linguïstische relativiteit, zoals die nu bestaat. Onder invloed van de ideeën van Wilhelm von Humboldt kwam hij met drie belangrijke punten over de eigenschappen van taal:

  • talen delen ervaringen in in categorieën op basis van gelijkheid of gelijkwaardigheid;
  • elke taal doet dit op een andere manier, volgens de interne samenhang van die taal;
  • linguïstische fenomenen, zegt hij, waar deze onderverdeling ook onderdeel van is, zijn onbewuste processen. Deze uitspraak wijst voornamelijk op de automatische productie van woorden en zinnen.

Net als Wilhelm von Humboldt ging Boas er dus vanuit dat taal geen middel is om een objectieve werkelijkheid weer te geven, maar dat elke taal een eigen logica en samenhang kent, die de kijk op de werkelijkheid beïnvloedt.

Boas zag taal als de uitdrukking van ideeën, en dus van denken, maar hij legde pas causale verbanden onder invloed van zijn leerlingen Sapir en Whorf - die de linguïstische relativiteitstheorie zodanig zouden uitbreiden, dat de theorie naar hen vernoemd zou worden. Met zijn uitspraken over taal en denken wilde hij met name het evolutionistische denken - dat culturen in een hiërarchische rangorde probeert te plaatsen - bestrijden. Talen – en dus de culturen die zij weerspiegelen – zijn in essentie gelijkwaardig. Zij hebben alle hun eigen tekortkomingen en voordelen. De verschillen tussen talen weet Boas aan de specifieke geschiedenis van elke taalgemeenschap.

Literatuur[bewerken]

  • Growth of Children, 1896 - 1904
  • Changes Inform of Body of Descendant of Immigrants, 1911
  • The Mind of Primitive Man, 1911
  • Kultur und Rasse, 1913
  • Primitive Art, 1927
  • Anthropology and Modern Life, 1928-1938
  • General Anthropology, Franz Boas ea. 1938
  • Race, Language, and Culture, 1940
  • Dakota Grammar, Franz Boas & Ella Delora, 1941
  • Race and democratic society, 1945

Externe link[bewerken]