Franz Fischer (SS'er)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franz Fischer (SS'er)
FFischer.jpg
Geboren 10 december 1901
Bigge, Duitse Keizerrijk
Overleden 19 september 1989, West-Duitsland
Land/partij Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1937 - 1945
Rang SS-Sturmbannfuehrer collar.svg SS-Sturmbannführer
Eenheid Kriminalpolizei
Schutzstaffel Abzeichen.svg Gestapo
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

Franz Fischer (Bigge, 10 december 1901 – aldaar, 19 september 1989) was een SS-Sturmbannführer en fanatieke jodenvervolger in de Tweede Wereldoorlog.

Fischer was de oudste uit een katholiek gezin van vijf kinderen. Hij voelde zich van jongsafaan erg aangetrokken tot de rooms-katholieke kerk en wilde aanvankelijk in navolging van een broer en een zus van zijn moeder het klooster in. Hij hield volgens eigen zeggen van de eenzaamheid. Op de middelbare school liet hij echter zijn wens om het klooster in te gaan varen en ging in dienst. Na voltooiing van een diensttijd van negen maanden vond hij werk op een belastingkantoor, wat hem echter niet beviel. Hij besloot daarop naar de politieschool te gaan. In 1922/23 werd hij aangesteld bij de Kriminalpolizei in Bochum en in 1937 bij de Gestapo te Düsseldorf.

In 1933 werd hij lid van de NSDAP, maar hij was volgens eigen zeggen niet politiek geïnteresseerd. In 1934 trouwde hij. Op 28 mei 1940 werd hij geplaatst bij de Aussenstelle der Sicherheitspolizei und des SD in Utrecht, waar hij enkele maanden werkzaam zou blijven. In november 1940 werd hij overgeplaatst naar Referat IV-B4 te Den Haag. Dit bureau, gevestigd in Huize Windekind aan de Nieuwe Parklaan 76, hield zich bezig met de deportatie van joden en opsporing van joodse onderduikers. Zijn directe chef was Regierungsrat Willy Zöpf, maar deze liet de dagelijkse leiding over aan Fischer. Door zijn fanatieke jacht op Joden kreeg hij al snel de bijnaam "Judenfischer" (jodenvisser). Zijn specialiteit was het 'U-boot Spiel' waarbij de slachtoffers in een badkuip langdurig onder water werden gehouden om bekentenissen of inlichtingen af te dwingen. [1]

Levenslang, doodstraf en toch weer levenslang[bewerken]

Fischer werd door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag op 17 maart 1949 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Dat hij niet de doodstraf kreeg, kwam doordat het hof zijn sterke geldingsdrang, zijn gemis aan schuldbesef en zijn onmiskenbare antisemitisme als bijzondere psychische aspecten beschouwde waarmee in de toewijzing van de strafmaat rekening gehouden moest worden.

De Bijzondere Raad van Cassatie veroordeelde hem echter op 12 juli 1950 alsnog ter dood. Dit arrest werd echter nooit ten uitvoer gelegd. Aan Fischer werd namelijk in 1951 gratie verleend, zodat de doodstraf opnieuw werd teruggebracht tot levenslange opsluiting. Daarop werd hij gedetineerd in de Bredase koepelgevangenis, waar onder meer ook Willy Lages, Joseph Kotälla en Ferdinand aus der Fünten waren opgesloten (zie ook: Vier van Breda).

Fischer werd, samen met Aus der Fünten op 27 januari 1989 vrijgelaten. Fischer overleed nog datzelfde jaar, op 19 september in het Sankt Josef Hospital in Bigge, een deelgemeente van Olsberg en werd aldaar op maandag 25 september begraven. Aus der Fünten was eerder al, op 19 april, overleden.

Publikaties over Fischer[bewerken]

  • (de) Harald Fühner: Nachspiel. Die niederländische Politik und die Verfolgung von Kollaborateuren und NS-Verbrechern, 1945–1989. Münster 2005. ISBN 3-8309-1464-4
  • (de) Wolfgang Benz (ed.): Dimension des Völkermords. Die Zahl der jüdischen Opfer des Nationalsozialismus. München, DTV, 1996. ISBN 3-423-04690-2
Bronnen, noten en/of referenties