Franz Xaver Süszmayr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Franz Xaver Süszmayr (ook wel Süssmayer of Süßmayr of, in het Italiaans: Francesco Saverio Dolcevillico) (Schwanenstadt, Noord-Oostenrijk, 1766 - Wenen, 16 september 1803) was een Oostenrijks componist en dirigent. [1]

Loopbaan[bewerken]

Süszmayr kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, die leraar en koordirigent was in Schwanenstadt. In 1779 werd hij leerling aan de kloosterschool van Kremsmünster en vervolgde de studie met een filosofieopleiding aan de Ritterakademie aldaar. Als student deed hij mee aan diensten in de kathedraal en als zanger, violist en organist. Ook werkte hij mee aan verschillende opera-uitvoeringen in het hofklooster. Rond 1785 verhuisde hij naar Wenen, waar hij als muziekleraar werkzaam werd en optrad in de hofkapel. Daar begon hij ook zijn studies bij Mozart in 1790 of 1791 (voor wie hij ook veel als kopiist werkte) en na Mozarts overlijden bij Salieri. Hij werkte verder als dirigent en Kapelmeester aan diverse Weense operahuizen en aan het hof. Ook schreef hij zelf diverse opera's en cantates.

Verdiensten[bewerken]

Süszmayr is bekend geworden door het voltooien van het beroemde Requiem KV 626 van Mozart. Dit was een verzoek van Constanze Mozart. Minder bekend is dat hij daarvoor Mozart ook hielp bij de opera La clemenza di Tito (KV621) waar hij hielp bij het schrijven van de secco-recitatieven en bij het instrumenteren van enige aria's.

De eerste werken van Süszmayr waren geschreven en werden uitgevoerd in het Theater auf der Wieden van Mozarts librettist Schickaneder. Bekend geworden werken zijn Der Spiegel von Arkadien uit 1794, [2] Der Marktschreyer uit 1799, en Solimann der Zweite uit 1799 (waaruit Ludwig van Beethoven weer citeerde in de "Piano variaties" (WoO 76 uit 1799, gebaseerd op het terzet Tändeln und Scherzen). Ook schreef hij balletten, die later weer deels werden geciteerd.

Naast het completeren van Mozarts Requiem voltooide hij in 1792 ook het hoornconcert in D uit 1791 van Mozart. [3]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Naam zoals gebaseerd op Gerrit Slagmolen, Muzieklexicon, Bruna Zwarte Beertjes Pocket 1368, 1974, ISBN 90 229 1368 6
  2. In de Eipeldauer Briefe van Joseph Richter uit 1794 wordt vermeld dat al snel na de première delen uit deze opera in cafés en herbergen werden gezongen, hetgeen iets zegt over de populariteit. Er is zelfs protest geweest tegen diverse Weense muziekwinkels die kopieën van de meest populaire stukken uit deze opera verkochten zonder toestemming.
  3. Grove Music Online, geraadpleegd, 26 juni 2008