Frederick Sleigh Roberts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Earl Roberts of Kandahar.jpg

Frederick Sleigh Roberts, 1st Earl Roberts, Bt, VC, KG, KP, GCB, OM, GCSI, GCIE, PC (Cawnpore in India, 30 september 1832Sint-Omaars, 14 november 1914) was een Victoriaans militair leider. Zijn bijnaam was "Bobs". De geliefde militaire aanvoerder werd in Londen begraven in St. Pauls Cathedral in Londen.

Jeugd[bewerken]

De in de Indische garnizoensplaats Cawnpore als zoon van een generaal geboren Frederick Sleigh Roberts werd geschoold in Eton en in Sandhurst. Hij werd militair bij de British East India Company als luitenant bij de artillerie, de Bengal Artillery op 12 december 1851.

De Indische muiterij van 1857[bewerken]

Zijn vuurdoop onderging lt. Roberts bij de Indische muiterij van 1857. Hij vocht bij Delhi en won in het beleg van Lucknow zijn Victoria Cross.

Gevechten in Abyssinië en Afghanistan[bewerken]

Voor zijn gedrag in Ethiopië kreeg Roberts in 1872 de Orde van het Bad met de rang van Companion. In 1878 was hij al generaal-majoor en kreeg hij een belangrijk commando in de tweede Afghaanse oorlog. Met 10 000 man wist hij als commandant van Kabul na een lange en riskante mars de tweede stad van het koninkrijk Afghanistan, Kandahar te ontzetten. Dat leverde hem een adellijke titel ( Sir Frederick Sleigh Roberts) en de graad van ridder commandeur in de Orde van het Bad op.

Hij versloeg in 1880 de Afghaanse emir Muhammad Yakub Khan, the Afghan emir. Dat wapenfeit bracht hem een motie van dankbetuiging in het Lagerhuis en het Grootkruis in de Orde van het Bad. In 1880 werd hij een van de eerste commandeurs in de Orde van het Indische Keizerrijk en in 188i werd hij een baronet.

Na een korte ambtsperiode als gouverneur van Natal en het bevel over de Britse troepen in Zuid-Afrika werd luitenant-generaal Roberts in 1883 bevelhebber van de troepen in Madras. In 1885 werd hij opperbevelhebber van alle Britse troepen in India. In 1888 werd hij een van de eerste grootcommandeurs in de Orde van het Indische Keizerrijk. In 1890 werd hij generaal en in 1892 werd hij in de erfelijke adelstand verheven als Baron Roberts of Kandahar in Afghanistan and the City of Waterford.

Na een commando in Ierland werd Roberts in 1895 Brits veldmaarschalk. Een teken dat zijn actieve loopbaan geacht werd beëindigd te zijn. Als nazaat van een Anglo-Ierse familie werd hij in 1897 ridder in de Orde van Sint-Patrick.

De Boerenoorlog[bewerken]

Lord Roberts in Kimberley

De Boerenoorlog bracht Engeland in zware politieke en militaire problemen. De reguliere Britse troepen slaagden er niet om de Boerenrepublieken die inzetten op een asymmetrische oorlogsvoering en guerillatechnieken toepasten te verslaan. De Britse regering riep veldmaarschalk Roberts terug in actieve dienst, al was hij als Veldmaarschalk formeel nooit gepensioneerd, en in Zuid-Afrika behaalde hij wederom een klinkende overwinning met het ontzet van Kimberley en een opmars naar Pretoria. Hij werd in 1901 opgevolgd door Horatio Kitchener en keerde terug naar Londen waar de koning hem in de Orde van de Kouseband opnam. Hij kreeg de hogere adellijke titel van graaf Roberts van Kandahar in Afghanistan en Pretoria in Transvaal en van de Stad Waterford. Omdat het gebruikelijk is dat Britse graven meerdere titels dragen werd hij ook Burggraaf St. Pierre. Omdat de laatste van zijn drie zoons, luitenant Frederick Hugh Sherston Roberts ook een oorlogsheld en drager van het Victoria Cross, inmiddels in Zuid-Afrika was gesneuveld werd vastgelegd dat het graafschap en het burggraafschap ook in de vrouwelijke lijn zouden vererven.

Roberts werd vanwege zijn Ierse afkomst in 1900 door koningin Victoria benoemd tot Erekolonel van een garderegiment, de Irish Guards in 1900. Het regiment kreeg de bijnaam "Our Bobs". Ook bij koning Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk was Roberts in de gunst want hij was een van de eersten die met de nieuwe "Order of Merit" werd onderscheiden.

De latere loopbaan[bewerken]

Als veldmaarschalk in vol ornaat

Na de laatste "opperbevelhebber van de Strijdkrachten" van het Britse Rijk te zijn geweest kreeg Roberts na 1904 geen commando meer. Hij liet zich overal uitgebreid vieren en onderscheiden waarbij talloze orden en eredoctoraten zijn deel werden. Als kolonel van de Nationale Reserve bereidde hij het Verenigd Koninkrijk voor op een door voor hem verwachtte grote Europese oorlog. Hij was al vóór de oorlog voorstander van de invoering van dienstplicht.

Roberts bevorderde ook de in zijn tijd nieuwe skisport. Het hoofdnummer bij wereldkampioenschappen skiën wordt naar de door hem geschonken trofee de "Kandahar" genoemd.

Roberts was een rijk man geworden. Hij bouwde het grote en moderne landhuis "Englemere" bij Ascot in Wiltshire [1].

Roberts, officieel Field Marshal The Rt Hon. The Earl Roberts Bt VC KG KP GCB OM GCSI GCIE PC stierf in Sint-Omaars in Frankrijk aan een longontsteking. Hij was daar voor een inspectie en de Britse regering hoopte dat de aanblik van de populaire "Bob" de troepen aan zou moedigen. Lord Roberts werd opgebaard in de Westminster Hall en kreeg een staatsbegrafenis. Omdat zijn beide zoons voor hem waren gestorven was bij het verlenen van zijn grafelijke titel vastgelegd dat deze ook in de vrouwelijke lijn zou kunnen vererven. De baronie "Roberts of Kandahar" en de titel van baronet stierven met hem uit maar zijn beide ongetrouwde dochters werden beiden gravinnen Roberts en burggravinnen St. Pierre. De titels stierven uiteindelijk uit omdat de dochters geen van beiden kinderen hadden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie [1]