Keizer Frederik I Barbarossa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Frederik I van Hohenstaufen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik Barbarossa
1122-1190
Barbarossa.jpg
Hertog van Zwaben
Periode 1147-1152
Voorganger Frederik II
Opvolger Frederik IV
Rooms-koning
Periode 1152-1190
Voorganger Koenraad III
Opvolger Hendrik VI
Graaf van Bourgondië
Periode 1156-1190 (samen met Beatrix I)
Voorganger Willem III
Opvolger Otto I
Vader Frederik II van Zwaben
Moeder Judith van Beieren

Frederik I, bijgenaamd Barbarossa ("Roodbaard") (Waiblingen, 1122Anatolië, 10 juni 1190) was een telg van het huis Hohenstaufen. Van 1155 tot aan zijn dood was hij keizer van het Heilige Roomse Rijk. Als erfopvolger was Frederik, sinds 1147, als Frederik III, al hertog van Zwaben.

Na de dood van Rooms-koning Koenraad III, zijn oom, op 15 februari 1152 werd hij op 4 maart te Frankfurt tot koning van Duitsland gekozen en op 9 maart van datzelfde jaar door de aartsbisschop van Keulen gekroond. Door snel te handelen en door afspraken te maken met zijn rivalen en potentiële tegenstanders (onder anderen Hendrik de Leeuw van het Welfische huis) wist hij in korte tijd de kroon op te eisen. De prijs voor zijn kroon hield in dat hij Hendrik de Leeuw moest helpen zijn hertogdom Beieren terug te krijgen. Dit hertogdom was van Hendriks vader afgenomen door Koenraad III. Barbarossa wist uiteindelijk Hendrik Jasomirgott van het huis Babenberg (via Barbarossa's moeder aan hem verwant) tevreden te stellen met het hertogdom Oostenrijk. Hiervoor werd het Privilegium Minus in het leven geroepen (minus ter onderscheiding van het Privilegium Maius dat van latere datum is). Het hertogdom Oostenrijk werd speciaal gecreëerd voor deze gelegenheid door het af te scheiden van het grotere Beieren. Hendrik de Leeuw was hiermee akkoord omdat het de enige manier was om de rest van het hertogdom Beieren in zijn bezit te krijgen.

Op 18 juni 1155 zalfde paus Adrianus IV hem te Rome tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Door zijn huwelijk in juni 1156 met gravin Beatrix I van Bourgondië, dochter van graaf Reinout III van Bourgondië, verwierf hij in 1178 het graafschap van Bourgondië. Zijn eerste huwelijk, met Adela van Vohburg, had hij laten ontbinden. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort. Opmerkelijk is dat hij bij zijn keizerskroning Adela niet tot keizerin liet kronen. Beatrix is later wel door Victor III, de tegenpaus van de keizerlijke partij, tot keizerin gekroond. Zij vergezelde Barbarossa op de meeste Italiëtochten, en is minstens tweemaal hoogzwanger de Alpen overgestoken.

Hij was dan wel keizer van het Heilige Roomse Rijk maar in Duitsland had hij maar een wankele machtsbasis daar Duitsland in die tijd bestond uit honderden (autonome) territoriale vorstendommen. Slechts enkele waren 'rijksonmiddellijk', dat wil zeggen dat ze rechtstreeks onder het gezag van de keizer vielen. Een ander probleem voor de Duitse koningen was dat er geen vaste rijkshoofdstad was. De nieuwe koning nam de vacante Rijksbezittingen over, maar was verder aangewezen op zijn eigen huisgoed. In tegenstelling tot de koningen van Frankrijk en Engeland, waar ook nieuwe dynastieën in de vaste hoofdstad zetelden, reisden de Duitse koningen voortdurend rond door hun eigen rijk. De rijksvorsten hadden als plicht de keizer te ontvangen als hij daar aanspraak op maakte. Onder Barbarossa's bewind kreeg Duitsland ook zijn sacraal karakter door de benaming 'Heilig Rijk'. Dit was een bewuste maatregel van Barbarossa en zijn raadgevers (onder anderen Rainald van Dassel, aartsbisschop van Keulen) om de positie van de keizer ten opzichte van de paus te versterken.

In 1155, op zijn eerste Italiëtocht, werd Frederik in Monza met de IJzeren Kroon van Lombardije tot koning van Italië gekroond. Italië en Bourgondië (in die tijd ook wel Regnum Arelate, het koninkrijk van Arles, genoemd) vielen samen met Duitsland onder het gezag van de keizerskroon. Om zijn gezag in Italië te versterken had hij grote ambities. Zo wilde hij de steden het foedrum laten betalen (een feodale schatplicht), en de steden en vorsten van Italië strakker aan de keizerlijke kroon binden. Door de politieke situatie en gebrek aan middelen om de stadstaten simpelweg zijn wil op te leggen, werd hij in feite echter gedwongen partijganger te worden in de lopende onderlinge concurrentiestrijd in Noord-Italië. Een aantal steden kwam in verzet tegen de keizer en zijn bondgenoten en verenigde zich in de Lombardische Liga. Omdat Frederik ook met de paus (Alexander III) overhoop lag, werd ook de paus een partij in deze strijd. De paus steunde de steden van de Lombardische Liga financieel en moreel. Ondanks enkele indrukwekkende wapenfeiten (vooral de inname van Milaan in 1158, en wederom in 1162, waarna de stad verwoest werd en de bevolking over de vier windstreken verdreven) kon Barbarossa zijn zin niet doordrukken. In 1166 was hij er dichtbij, toen een leger onder leiding van Rainald van Dassel en Christiaan I van Buch (aartsbisschop van Mainz) de stad Rome dreigde te veroveren terwijl Frederik zelf met een tweede leger in aantocht was. Op het moment supreme brak er echter een malaria-infectie uit onder het Duitse leger (een vaak voorkomend probleem voor legers van boven de Alpen in de zomerhitte van Italië), waardoor velen sneuvelden en de dreiging ophield te bestaan. De Lombardische Liga diende Frederik uiteindelijk een zware nederlaag toe in de slag bij Legnano op 29 mei 1176. Dit leidde tot de Vrede van Venetië (1179), waarin Barbarossa het geluk had zijn tegenstanders tegen elkaar uit te kunnen spelen. In 1183 werd er een afzonderlijk akkoord bereikt met de Lombardische Liga, op veel gunstigere voorwaarden voor de keizer. Zo erkenden de steden onder andere het keizerlijk gezag.

In Midden-Italië kwam hij in conflict met de paus omwille van het feit dat Frederik door het systeem van de Rijkskerk als het ware bisschoppen kon benoemen in de achtertuin van de paus. Daarnaast claimde hij veel keizerlijke rechten die in strijd waren met de belangen van de paus. Voornaamste hieronder was het bezit van de Mathildijnse Goederen. In 1157 te Besançon ontstond een rel toen Rainald van Dassel een brief van de paus voorlas aan het hof (de brief was natuurlijk in het Latijn, en Rainald vertaalde de brief voor zijn toehoorders in het Duits) waarin werd gesuggereerd dat de keizer een vazal van de paus zou zijn. De pauselijke gezanten leken dat niet erg tegen te spreken, waardoor het keizerlijke hof nog erger beledigd was. Na de dood van de toenmalige paus Adrianus IV (de enige Engelse paus) in 1159 ontstond een onverkwikkelijke situatie. Bij de verkiezingen voor de nieuwe paus waren de partijen verdeeld: er was een pro-keizerlijke partij en een pro-Siciliaanse partij. De pro-Siciliaanse kandidaat leek gewonnen te hebben, maar toen dat aangekondigd zou worden, trok de pro-keizerlijke kandidaat opeens de officiële mantel uit de handen van de bode en riep zichzelf tot paus uit. Hij werd paus Victor III. De pro-Siciliaanse kandidaat vertrok stilletjes uit Rome, en riep zich later tot "echte paus" (Alexander III) uit. Dit schisma duurde tot 1171. Alexander III behaalde tenslotte een volledige overwinning.

In het zuiden van Italië wist Barbarossa ervoor te zorgen dat zijn zoon, de latere keizer Hendrik VI, trouwde met Constance van Sicilië, de erfdochter van Sicilië. Dit huwelijk vond, na een verloving van twee jaar, in 1186 plaats in Milaan. Hendrik wist Sicilië in 1194 uiteindelijk op de Normandiërs in te nemen en zorgde er zo voor dat Italië weer (even) een politieke eenheid werd. Dit duurde echter niet lang, want Hendrik VI overleed in september 1197 plotseling door ziekte. Zijn zoon, Frederik II, volgde hem aanvankelijk niet op in Duitsland, omdat paus (Innocentius III) dit tegenhield.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Frederik Barbarossa met zijn twee zonen.

Frederik en gravin Beatrix I van Bourgondië kregen volgende kinderen:

Hij verdronk op 10 juni 1190 toen hij tijdens de Derde Kruistocht de rivier de Selef (in Anatolië) wilde doorwaden. Het is niet precies duidelijk wat er gebeurd is, maar de bronnen zijn het erover eens dat hij van zijn paard geraakte (ofwel door een val, ofwel opzettelijk om zich af te koelen in het water) en eenmaal in het water verdronk.

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Frederik speelt ook een rol in Umberto Eco's roman Baudolino.

Karolingen (800-911): Karel de Grote · Lodewijk I de Vrome · Lotharius I · Lodewijk II · Lodewijk III de Duitser · Karel II de Kale · Lotharius II · Karloman van Beieren1 · Lodewijk III de Jonge1 · Karel III de Dikke · Arnulf van Karinthië · Lodewijk IV het Kind
Italiaanse keizers (891-928): Guido van Spoleto · Lambert van Spoleto · Lodewijk de Blinde · Berengarius van Friuli
Ottonen (911-1024): Koenraad I van Franken2 · Hendrik I de Vogelaar · Otto I de Grote · Otto II · Otto III · Hendrik II de Heilige
Saliërs (1024-1125): Koenraad II · Hendrik III · Hendrik IV · Rudolf van Rheinfelden · Herman van Salm · Koenraad (III)1 · Hendrik V
Hohenstaufen (1125-1254): Lotharius III2 · Koenraad III · Hendrik (VI) Berengarius1 · Frederik I Barbarossa · Hendrik VI · Filips van Zwaben · Otto IV2 · Frederik II · Hendrik VII1 · Koenraad IV · Hendrik Raspe
Interregnum (1254-1273): Willem van Holland · Richard van Cornwall · Alfons van Castilië
Versch. dynastieën (1273-1437): Rudolf I · Adolf van Nassau · Albrecht I · Hendrik VII · Lodewijk V de Beier · Frederik de Schone1 · Karel IV · Gunther van Schwarzburg · Wenceslaus · Ruprecht van de Palts · Jobst van Moravië · Sigismund
Habsburgers (1437-1806): Albrecht II · Frederik III · Maximiliaan I · Karel V · Ferdinand I · Maximiliaan II · Rudolf II · Matthias · Ferdinand II · Ferdinand III · Ferdinand IV1 · Leopold I · Jozef I · Karel VI · Karel VII Albrecht2 · Frans I Stefan · Jozef II · Leopold II · Frans II

Vetgedrukt: keizer · Cursief: tegenkoning · 1 medekoning (in een deelrijk)· 2 afkomstig uit een andere dynastie