Frederik de Wit
Frederik de Wit, ook vermeld als Frederick of Frederico de Witt (Gouda, 1630 – Amsterdam, 1706) was een Nederlands graveur.
In 1648 opende hij in Amsterdam een bedrijf onder de naam "De Witte Pascaert", tevens de naam van zijn huis in de Kalverstraat. Door zijn huwelijk met Maria van der Waag in 1661 kreeg hij het poorterschap van Amsterdam en kon hij lid worden van het boekverkopersgilde St. Lucas.
Vóór 1649 graveerde De Wit al stadsplattegronden van Rijsel en Doornik ten behoeve van Sanderus’ Flandria Illustrata. De eerste door De Wit gegraveerde én gedateerde kaart was die van Denemarken in 1659. Rond 1660 verschenen de wereldkaarten Nova Orbis Tabula in Lucem Edita (ca. 46 x 55 cm) en Nova Totius Terrarum Orbis Tabula, een samengestelde wandkaart van ca. 140 x 190 cm.
De datering van De Wits atlassen en stedenboeken is moeilijk, op de kaarten werd namelijk geen jaartal vermeld en de uitgaven bestreken vele jaren. De atlassen begonnen rond 1670 te verschijnen en de stedenboeken omstreeks 1695. Ook werden er vanaf 1675 zeeatlassen uitgebracht.
De atlas der Nederlanden heette Nieuw Kaertboeck van de XVII Nederlandse Provinciën en telde ruim 20 kaarten.
De stedenboeken van de Nederlanden kenden twee edities, de tweede werd mede met opgekochte koperplaten van de firma's van Willem Blaeu en Johannes Janssonius gedrukt. Voor de stedenboeken van Europa geldt hetzelfde, er werden zelfs nog — inmiddels 100 jaar oude, weliswaar aangepaste — platen van Braun en Hogenbergs Civitates Orbis Terrarum (ook uit de voorraad van Janssonius) gebruikt.
Na zijn dood werden veel van De Wits koperplaten verkocht aan Pieter Mortier, later overgegaan in de firma Covens & Mortier.