Frederik van Hohenzollern-Hechingen
| Frederik Herman Otto | ||
| 1776-1838 | ||
| Vorst van Hohenzollern-Hechingen | ||
| Periode | 1810-1838 | |
| Voorganger | Herman | |
| Opvolger | Constantijn | |
| Vader | Herman van Hohenzollern-Hechingen | |
| Moeder | Louise de Merode | |
Frederik Herman Otto van Hohenzollern-Hechingen (Namen, 22 juli 1776 - Hechingen, 13 september 1838) was een zoon van vorst Herman van Hohenzollern-Hechingen en van Louise de Mérode.
In 1800 huwde Frederik van Hohenzollern-Hechingen met Pauline Marie Louise van Biron, prinses van Koerland (1782-1845), (dochter van Peter Biron, vorst van Koerland). Zij hadden één kind: Constantijn. In 1790 werd hij toegelaten tot de prestigieuze hogeschool van Stuttgart, die in deze periode ook door Friedrich von Schiller bezocht werd.
In 1801 stuurde zijn vader hem naar Parijs om te onderhandelen over de vervanging van de bezittingen in de Nederlanden die verloren waren gegaan tijdens de Franse Revolutie. Een familielid van hem, prinses Amelia Zephyrina van Salm-Kyrburg, de minnares van Alexandre de Beauharnais, stelde hem voor aan eerste consul Napoleon Bonaparte, aan diens echtgenote Joséphine de Beauharnais en aan de minister van Buitenlandse Zaken Charles de Talleyrand-Périgord.
In 1805 verliet Frederik van Hohenzollern-Hechingen zonder formeel te scheiden. Na de toetreding van Hohenzollern-Hechingen tot de Rijnbond in 1806, werd Frederik van Hohenzollern-Hechingen officier in het leger van Napoleon. Hij werd adjudant van Jérôme Bonaparte, en nam in 1806 Glogau in en vervolgens Żagań, de geboortestad van zijn echtgenote. In 1809 werd, Frederik van Hohenzollern-Hechingen adjunct van Joachim Murat. Tijdens de Russische campagne van 1812 liep hij zware verwondingen op. Bij de dood van zijn vader in 1810 werd Frederik van Hohenzollern-Hechingen vorst van Hohenzollern-Hechingen. Met de schadvergoeding die hij in 1815 van Frankrijk kreeg, startte hij in Hechingen de bouw van een nieuw kasteel.