Frequentiespectrum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld van een geluidssignaal van een stem en zijn frequentiespectrum

Het frequentiespectrum is in de wiskunde, natuurkunde en signaaltheorie de weergave van een signaal als functie van de frequentie. Men spreekt ook wel van het frequentiedomein.

Het frequentiespectrum is de projectie van een functie op een set van sinusvormige basisfuncties. Vanuit het tijdsdomein kan dit gevonden worden door een zogenoemde fouriertransformatie.

Een frequentiespectrum bevat zowel amplitude- als fase-informatie. Het vermogensspectrum is dat deel van het frequentiespectrum dat aangeeft hoeveel energie van de functie ligt in een bepaalde frequentieband, zonder acht te slaan op de fase.

Elektromagnetisch emissiespectrum van IJzer in het zichtbaar licht.

Geluid[bewerken]

Voor geluid geeft het frequentiespectrum de frequentie (toonhoogte) weer tegen amplitude van het geluid. Voor iedere toonhoogte wordt weergegeven hoeveel geluid er aanwezig is in een bepaalde frequentieband.

Veelal wordt zowel de frequentie als de amplitude logaritmisch weergegeven in een spectrum. De amplitude wordt weergegeven in decibel en vaak in dB(A). De frequentie wordt in frequentiebanden verdeeld. Men gebruikt dan octaaf- of 1/3 octaafbanden (ook wel aangeduid met tertsbanden, naar het muzikale interval de terts).

Soms wordt het geluidsspectrum uitgezet tegen constante frequentiebanden, bijvoorbeeld met een bandbreedte van 1 Hz. Daarvoor wordt vaak een FFT-analyse toegepast op het geluidssignaal.

De centrumfrequenties daarvan zijn internationaal vastgesteld. In het hoorbare gebied zijn deze centrumfrequenties:

octaaf terts
31,5 25
31,5
40
63 50
63
80
125 100
125
160
250 200
250
315
500 400
500
630
1000 800
1000
1250
2000 1600
2000
2500
4000 3150
4000
5000
8000 6300
8000
10000
16000 12500
16000
20000

Zie ook[bewerken]