Fret (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fret
Furets albinos champagne et zibeline sable.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Mustelidae (Marterachtigen)
Geslacht: Mustela
Soort: Mustela putorius (Bunzing)
Ondersoort
Mustela putorius furo
Linnaeus, 1758
Fret Freddy.JPG
Afbeeldingen Fret op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Fret op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De fret (Mustela putorius furo) behoort tot de marterachtigen, net als de hermelijn, wezel en otter. Zoals alle marterachtigen zijn fretten roofdieren. Over het algemeen wordt de fret gehouden als gezelschapsdier, maar er zijn ook fretten die worden gebruikt voor de jacht. Deze vorm van jagen wordt fretteren genoemd. De fret wordt gemiddeld 5 tot 7 jaar oud en is ongeveer (inclusief de staart ) 35cm lang.

Habitat[bewerken]

Daar fretten volledig gedomesticeerde dieren zijn en niet in het wild kunnen overleven, hebben ze geen habitat en vallen ze niet onder de werkingssfeer van artikel 3 van het Nederlandse "Besluit aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet". In het wild waargenomen "fretten" zijn waarschijnlijk bunzingen.

Afkomst[bewerken]

De fret is een gedomesticeerde bunzing. Het is echter niet duidelijk of het hierbij gaat om de Europese bunzing (mustela putorius), de Aziatische steppebunzing (mustela eversmannii) of een kruising van deze twee.

Pups[bewerken]

Bij fretten wordt het vrouwtje een moer genoemd, het mannetje een ram en de jongen pups.

De paartijd van fretten loopt van maart tot augustus. Een moer is vruchtbaar bij de eerste loopsheid bij ongeveer 9 maanden. Ze werpt na een draagtijd van 42 dagen een nest van gemiddeld 8 haarloze, blinde pups. Na een week begint hun vacht te groeien en na 4 weken zoeken ze de toiletbak op en eten ze vast voedsel. Ook gaan nu hun oogjes open. Met 8-9 weken wisselen ze de melktandjes. Vanaf 8 weken kunnen ze bij de moeder weg.

Het is zinvol het moertje de laatste twee weken van de dracht van extra voer te voorzien, om de groei van de pups en de opbouw van reserves voor latere melkgift niet te belemmeren.

Voor het spenen van de pups kan men ze bijvoederen. Dit is extra belangrijk voor grote worpen, omdat in dat geval de hoeveelheid melk van de moeder niet voldoende is.

Het is ook belangrijk dat moertjes op tijd worden gedekt of gesteriliseerd. Als dit niet gebeurt zullen ze de volledige periode van maart tot augustus loops zijn. Dit kan de kans op beenmergdepressies vergroten door de langdurige loopsheid.

Kleuren[bewerken]

Qua vacht kunnen fretten drie hoofdkleuren vertonen en deze komen voor in verschillende schakeringen:

  • Wildkleur (zoals de bunzing), van chocoladebruin tot bijna zwart
  • Albino (wit met rode ogen), van sneeuwwit tot crème
  • Sandy (lichtbruine poten en staart), van heel licht zandkleurig tot donkerbeige

Daarnaast bestaan er verschillende tekeningen: witte voetjes, een witte bles, een volledig wit hoofd zonder masker, witte vlekken elders op het lichaam, enzovoort. Sommige van deze tekeningen hebben een speciale naam gekregen zoals witvoet/mitt, blaze, panda of polka dot. Deze witte tekening is het gevolg van een mutatie in de cellen van de neurale kammen die, behalve voor de pigmentatie, ook andere functies heeft. Vaak krijgen witte dieren gezondheidsproblemen, zoals doofheid, hartproblemen, maag-darmproblemen en misvormingen van de schedel en onderkaak. Bovendien zijn deze dieren gevoeliger voor tumoren. Aanvankelijk werd gedacht dat het hierbij om het syndroom van Waardenburg ging, tegenwoordig is men er nagenoeg zeker van dat het om een mutatie in het c-kit-gen gaat. Zowel dieren zonder opvallende tekeningen, als dieren mét deze tekeningen onder hun voorouders, dragen deze mutatie met zich mee en kunnen de bijhorende gezondheidsproblemen vertonen.

Geschiedenis als huisdier[bewerken]

Etende fret
Slapende fretten

Al in 1000 voor Christus wordt er een mogelijke melding gemaakt van fretten in het boek Leviticus. Ook de Atheense blijspeldichter Aristophanes (445-388v.C.) spreekt over fretachtigen. Het is alleen niet duidelijk of het over fretten gaat of andere marterachtigen. Wat wel duidelijk is, is dat de oude Grieken fretten wel kenden, maar ze zelf niet hielden. Ze beschreven hem als een Noord-Afrikaans tam huisdier. Deze beschrijvingen zijn hetzelfde zoals de hedendaagse Berbers hun fretten tegenwoordig houden.

Voeding[bewerken]

Fretten zijn carnivoren. Dat houdt in dat het strikt vleeseters zijn. Het spijsverteringsstelsel van een fret is niet in staat om plantaardig materiaal juist te verteren, wanneer ze te grote stukken inslikken kan zelfs een darmobstructie ontstaan, met alle gevolgen van dien. "Traktaties" zoals rozijnen bevatten veel suiker en dat is zeer schadelijk voor fretten.

Hondenvoer en kattenvoer is niet geschikt voor fretten. Dit bevat te veel plantaardige eiwitten en vezels. Kittenvoer is alleen maar een optie, mits er hoge kwaliteit kittenvoer wordt gebruikt met een zo hoog mogelijk percentage dierlijke eiwitten. Sommige speciale frettenbrokken van hoge kwaliteit zijn alsnog beter: het meest geadviseerd echter, is om zo veel mogelijk het natuurlijke dieet van de fret na te bootsen. Steeds meer fokkers en houders van fretten kiezen voor deze "NRV" ofwel "Natuurlijke Rauwe Voeding".[1]

Huisvesting[bewerken]

Fretten moeten in hun kooi of hok voldoende ruimte krijgen om te bewegen en spelen. Dit kan een buiten- of binnenhok zijn waarbij kou minder een probleem is dan warmte. Fretten kunnen slecht tegen temperaturen boven de 28°C. Het hok direct in de volle zon is dus af te raden. Vorst, vocht en tocht moet worden voorkomen. Twee fretten moeten ongeveer 1,5 m² tot hun beschikking krijgen, maar meer is aan te raden, bijvoorbeeld door meerdere verdiepingen in de kooi aan te brengen. Het vloeroppervlakte moet met ongeveer 0,5 m² per extra fret worden vergroot. Fretten worden beter niet alleen gehuisvest, tenzij ze agressief gedrag vertonen. Niet meer dan 5-6 fretten bij elkaar, anders zullen de fretten agressief worden.

Bodembedekking[bewerken]

Fretten hebben een zeer gevoelige neus en kunnen slecht tegen stof. Het is dus niet aan te raden om stro of een andere bodembedekker te gebruiken. Gelakt hout, linoleum/zeil of plastic zijn betere bodembedekkers, eventueel aangevuld met lapjes, T-shirts of truien. Badstof, handdoekjes of iets dergelijks is minder geschikt omdat de nageltjes hierin kunnen blijven haken.

Zindelijkheid[bewerken]

In elke kooi/hok dient een frettentoilet aanwezig te zijn. De frettenbak moet gevuld zijn met grit of korrels. Dit moet een niet-stuivende en niet-klonterende variant zijn, aangezien fretten er soms wel in willen graven. Klontjes grit kunnen dan in of aan hun neus blijven plakken. De bak moet dagelijks worden schoongemaakt.

Fretteren[bewerken]

Fretteren is een vorm van jagen waarbij fretten worden gebruikt. Dit werd al gedaan bij de Romeinen. In Engeland werd er in de 14e eeuw een wet aangenomen dat men alleen fretten mocht houden als men per jaar meer dan 40 shilling verdiende. Dit was om het gewone volk de mogelijkheid te ontnemen om konijnenvlees te eten.

In België en Nederland mag nog steeds gejaagd worden met deze methode. Meestal wordt dit gedaan om de konijnenpopulatie beperkt te houden. Om te fretteren moet men echter wel een vergunning aanvragen.[2]

Het of de fret?[bewerken]

Volgens het Groene Boekje is zowel "het fret" als "de fret" toegestaan. Inmiddels is zowel in Van Dale als bij het Genootschap Onze Taal het veel meer gebruikte "de fret" geaccepteerd.

De herkomst van "het fret" is terug te leiden tot het Franse woord voor fret, "furet". In het Nederlands werd dit "foret". Furet is een verbastering van het Latijnse verkleinwoord van fur, furittus. Dit betekent zoveel als "het kleine diefje".

Galerij[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rauwe voeding, Stichting De Fret
  2. Fretteren