Fries Scheepvaart Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fries Scheepvaart Museum
Voormalige ingang van het museum.
Voormalige ingang van het museum.
Opgericht 1938
Locatie Kleinzand, Sneek
Coördinaten 53° 2′ NB, 5° 40′ OL
Thema Friese scheepvaart en scheepsbouw
watersport van de 20ste en 21ste eeuw
geschiedenis van Sneek
Personen
Directeur M. Seffinga
Conservator J.J. Tigchelaar
Medewerkers 12
Overig
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 34024
Architect P.J. Rollema
Gebouwd 1844
Aantal bezoekers 23.000 per jaar
Website www.friesscheepvaartmuseum.nl
Fries Scheepvaart Museum
Fries Scheepvaart Museum
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Fries Scheepvaart Museum is een museum in en over de geschiedenis van de stad Sneek en de Friese scheepvaart in de provincie Friesland. Het museum beschikt ook over een museumbibliotheek.

Afdelingen[bewerken]

In het Fries Scheepvaart Museum zijn twee hoofdafdelingen. In de afdeling Scheepvaart wordt de geschiedenis van de Friese scheepvaart verteld aan de hand van scheepsmodellen, schilderijen en scheepsonderdelen. In de afdeling Sneek komt de historie van de stad Sneek en de Friese Zuidwesthoek aan bod. Sneek is georiënteerd op het water en is dat ook altijd geweest. Een scherpe scheiding tussen de beide afdelingen is er daarom niet. De verhalen gaan vloeiend in elkaar over.

Collecties[bewerken]

In de afdeling Friese Admiraliteit staat een groot kanon, dat afkomstig is van een Fries oorlogsschip. Tot 1795 had Friesland een eigen afdeling van de Admiraliteit (zeemacht). Friesland had geen kamer bij de VOC, maar duizenden Friezen hebben wel op VOC-schepen gevaren.

De meeste Friese zeevaart valt echter in de categorie kustvaart. Met kofschepen en smakschepen voeren Friese schippers naar de Scandinavische landen, naar de landen aan de Oostzee, naar Frankrijk en Spanje. Reders en zeehandelaren maakten met de kustvaart in de 17e en 18e eeuw grote winsten.

In de afdeling Beurtvaart is aandacht voor de binnenvaart. Het vaarwegennet van Friesland was wijdvertakt. Met een skûtsje was het mogelijk om bijna alle Friese dorpen per schip te bereiken. Landwegen waren er veel minder. Beurtschepen en trekschuiten onderhielden de vervoersdiensten tussen de verschillende steden en dorpen in Friesland. De wat grotere beurtmannen voeren over de Zuiderzee. Aan de hand van scheepsmodellen en schilderijen worden deze verhalen verteld. In de skûtsjezaal wordt de geschiedenis van de Friese binnenvaart belicht. Friese schippers woonden en werkten met hun gezin aan boord van hun schip. De reconstructie van een roef toont dat men zeer klein behuisd was.

Schepen waren vaak rijk versierd. In het museum is een grote collectie scheepssier te zien: roerklikken, hakkeborden, roerkoppen et cetera. Bijzonder was de palinghandel. Vanuit Heeg, Gaastmeer en Workum werd op grote schaal paling geëxporteerd naar Londen. Met palingaken werd de paling vervoerd.

De Friese waterwegen worden nu vooral gebruikt door watersporters. Daarom is er in het museum ook een grote collectie zeil- en motorjachten te zien: boeiers, tjotters, BM-ers, regenbogen, maar ook modernere klassen als de Flits.

In de ijszaal is te zien hoe 's winters de waterwegen veranderden in snelwegen voor schaatsers. Veel sneller dan met een schip kon men op schaatsen grote afstanden afleggen. Verschillende schaatsen zijn er te zien, maar ook prijzen van beroemde Friese schaatsers. De prijzen van de Elfstedentocht zijn er bijvoorbeeld geëxposeerd.

Dat de scheepvaart en rederij veel geld kon opleveren is af te lezen aan de stijlkamers. In de monumentale herenhuizen aan de gracht is een aantal stijlkamers ingericht. Opvallend is dat de rococo lange tijd zeer populair was in de Friese Zuidwesthoek. Dat is ook te zien in de zilverzaal. De producten van de Sneker zilversmeden, onder andere van Scholte Jansen, zijn druk bewerkt met drijf- en graveerwerk.

De Waterpoort is hét beeldmerk van Sneek. De Waterpoort is afgebeeld op talloze schilderijen en ook op souvenirs. Een mooie collectie daarvan is te zien in de stijlkamers. In de Ypecolsgakamer zijn behangsels uit een boerderij uit Woudsend te zien. Op een van de schilderingen is een scheepswerf in bedrijf te zien. Op de bovenste verdiepingen is de grote collectie zeemanssouvenirs te zien. Friese zeelieden kwamen overal en namen voor het thuisfront souvenirs mee: houten nappen uit Riga, Archangelse kistjes, aardewerk uit Engeland, maar ook exotische souvenirs, zoals een scheepje dat gemaakt is van kruidnagelen.

Geschiedenis van het museum[bewerken]

Het museum is in 1938 opgericht. Lucas Poppinga, burgemeester van de stad Sneek, was van mening dat de stad een slechtweervoorziening nodig had. Vanaf 1925 groeide het watersporttoerisme in Friesland en Sneek vervulde daarin een centrumfunctie. Of er behoefte was aan een museum werd gepeild met een tentoonstelling tijdens de Sneekweek van 1938. In één maand tijd kwamen er 3.600 bezoekers naar deze tijdelijke tentoonstelling over de Friese scheepvaart. Het succes was groter dan verwacht en daarom nam het museumbestuur het besluit een permanent museum in te richten in het Weeshuis aan de Kruizebroederstraat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het museumgebouw gevorderd door de Duitsers. De collectie verhuisde naar de zolders. Na de oorlog gaf Herre Halbertsma, het museum een doorstart. De collectie kwam terecht in het huis van zijn oudtante Jeltje ten Cate-Halbertsma, aan het Kleinzand nummer 12.

Herre Halbertsma was onbezoldigd conservator van het museum en A.M. Sustring was voorzitter van het bestuur. Samen gaven ze tot 1976 leiding aan het museum. In 1976 werd het museum geprofessionaliseerd. De exploitatie kwam in handen van de Stichting Fries Scheepvaart Museum en de Vereniging Fries Scheepvaart Museum fungeerde voortaan als vriendenclub. Sytse ten Hoeve werd benoemd tot directeur. Dat bleef hij tot 2005, toen hij werd opgevolgd door Meindert Seffinga. In de loop der jaren is het museum gegroeid. Nu is het museum gevestigd in vijf monumentale herenhuizen aan het Kleinzand, dat met galerijen is verbonden aan de voormalige Thomas van Aquinoschool aan de Hooiblokstraat van Nicolaas Molenaar sr.

In 2009 en 2010 is het gebouw verbouwd en is een moderne gevel toegevoegd aan de voorzijde aan het Kleinzand.

Zie ook[bewerken]