Friese deelname aan de Kruistochten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Reeds vanaf de Eerste Kruistocht zou een Friese deelname aan de Kruistochten zijn geweest. Hun aanwezigheid is echter alleen in de Vijfde Kruistocht goed merkbaar. Ze namen in bijna alle grote Kruistochten en aan de Reconquista deel. De Friezen werden echter alleen collectief genoemd door geschiedschrijvers. Slechts enkele individuele namen zijn bekend geworden. De Friezen deden voornamelijk dienst op de zeevloot.

Kruistochten[bewerken]

11e eeuw[bewerken]

De eerste Friezen die deelnamen aan de Eerste Kruistocht maakten deel uit van het leger die naar het Heilige Land ging onder leiding van Godfried van Bouillon. Fulcer van Chartres vermelde dat de Friese taal een van de vele talen was die door de kruisvaarders werd gesproken. Willem van Tyrus, die Fulcher als zijn bron gebruikte, vermeldde dat de Friezen onder leiding van Godfried van Bouillon deelnamen aan de belegering van Antiochië in 1097 [1].

Volgens Albert van Aix was er ook een vloot van piraten die van Denemarken, Friesland en Vlaanderen afkomstig was. Deze vloot stond onder leiding van Guynemer van Boulogne, die Baldwin van Boulogne assisteerde bij Tarsus[2].

12e eeuw[bewerken]

Nadat de kruisvaardersstaat Edessa in 1144 viel, werd een grote troepenmacht samengesteld die bestond uit Denen, Zweden, Schotten, Welsh, Engelsen, Noormannen, Fransen, Vlamingen, Duitsers en Friezen. In 1147 vertrokken zij vanuit Dartmouth (Devon) met een vloot van zo’n 200 schepen via de Straat van Gibraltar naar het Heilige Land. Dit was het begin van de Tweede Kruistocht.

Ondanks dat er geen verdere vermelding is van Friese deelname, kan worden aangenomen dat de Friezen deelnamen aan de succesvolle belegering van Lissabon in de late zomer, vroege herfst van 1147[3].

Als onderdeel van de Derde Kruistocht op weg naar het beleg van Akko, viel in 1189 een vloot van zo’n 50 schepen, bestaande uit Friezen, Denen, Vlamingen en Duitsers, geassisteerd door een kleine legermacht van het koninkrijk Portugal, Alvor aan. Na de inname werden de Moslim ingezetenen vermoord.

13e eeuw[bewerken]

Rond 1209 waren Friezen in het leger van de Albigenzische Kruistocht [4] en rond 1215 waren ze aanwezig tijdens de Vijfde Kruistocht onder leiding van Olivier van Keulen, waarbij aan hun een vloot werd beloofd.

Onder leiding van Willem I, graaf van Holland, arriveerden ze in een leger bestaande uit Vlaamse soldaten en soldaten uit het tegenwoordige Nederland en participeerden in het beleg van Damietta van 1218 te Egypte. Het Friese contigent vertrok echter vroegtijdig naar huis, waarna de belegering mislukte. Steven Runciman beschreef dat de Friezen voor deze desertie de dag na hun aankomst met de dood werden bestraft door een grote vloed die onder meer over Friesland plaatsvond [5].

Een groot aantal Friezen maakten een gelofte om deel te nemen aan de Zevende Kruistocht in 1247 en 1248. Hun gelofte werd echter door Paus Innocentius IV omgezet in een bevel om hun heer Willem II, graaf van Holland, te ondersteunen in zijn strijd tegen keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk, de vijand van Paus Innocentius IV.

De Friezen waren wel aanwezig bij de Achtste Kruistocht van Lodewijk IX van Frankrijk waarbij Tunis in 1270 werd aangevallen. De Friezen stonden in deze periode onder bescherming van Karel I van Napels toen zij door zijn gebied reisden. Charles beval de seneschalk van de Provence om de Friezen, en de twee Dominicanen die met hen meereisden, 300 marken te vergoeden die van hen in Marseille werd gestolen.

Galerij[bewerken]

Trivia[bewerken]

De geromantiseerde geschiedschrijver Ocko Scharlensis beschreef in het boek Croniicke, ende warachtige beschryvinghe van Vrieslant de tocht van acht kruisvaarders, Friese edelen, naar het Heilige Land. Dit werk is echter een geromantiseerde geschiedschrijving van Andreas Cornelius uit 1597.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Brassat, Herbert. Die Teilnahme der Friesen an den Kreuzzügen ultra mare vornehmlich im 12. Jahrhundert. Beiträge zur Geschichte der deutschen Seefahrt im 12. Jahrhundert, Berlijn 1970
  • Claassens, Geert H.M. 'Cil Estoient Frison. The Image of the Frisians in the Crusade Stories', in: Aspects of Old Frisian Philology, 1990, pp. 69—84. Repr. in Aspects of Old Frisian Philology, red. Rolf H. Bremmer Jr., Geart van der Meer, Oebele Vries, Amsterdam, 2007.
  • Housley, Norman, The Italian Crusades: The Papal-Angevin Alliance and the Crusades Against Christian Lay Powers, 1254-1343, 1982
  • Janse, Antheun, 'Onwillig, ongeschikt en ongewenst. Onverwachte kruisvaarders in de dertiende-eeuwse Kroniek van Bloemhof', in: Leidschrift 2013
  • Jordan, William Chester, Europe in the High Middle Ages, 2003
  • Mol, Hans, 'Friese krijgers en de kruistochten', in: Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 4 (2001), 86-117, ook als 'Frisian fighters and the Crusade', in: Crusades: The Journal of the Society for the Study of the Crusades and the Latin East, 1 (2002), pp. 89–110.
  • Runciman, Steven, A History of the Crusades, vol. I: The First Crusade, 1951
  • Runciman, Steven, A History of the Crusades, vol. II: The Kingdom of Jerusalem, 1952
  • Runciman, Steven, A History of the Crusades, vol. III: The Kingdom of Acre, 1954
  1. Willem van Tyrus, Historia rerum in partibus transmarinis gestarum
  2. Steven Runciman, A History of the Crusades, vol. I: The First Crusade, 1951
  3. Steven Runciman, A History of the Crusades, vol. II: The Kingdom of Jerusalem, 1952
  4. William van Tudela, La Chanson de la Crosade Albigeoise, 1324-4
  5. Runciman, A History of the Crusades, vol III: The Kingdom of Acre, 1954