Frikadel
Een frikadel, niet te verwarren met een frikandel, is een ronde compacte gehaktbal met bepaalde kruiden. Volgens het "Etymologisch woordenboek van het Nederlands" draagt de bal deze naam al sinds het einde van de 16de eeuw[1]. Zo heeft P. Cz. Hooft het over 'hutspot en friecadel' in één van zijn toneelstukken.[2] De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel die daar soms ook boulet wordt genoemd. In Nederland is de frikadel niet erg bekend. De frikadel, dus zonder n, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar kan ook plat worden gedrukt tot een soort hamburger, of in een ovenschaal geplet als frikadel-pan (Indisch) worden bereid. Frikadel-pan is vaak gehakt, gemengd met aardappelen en gekruid met, onder meer, ketjap. In de Indonesische keuken wordt de frikadel perkedel genoemd.
Bronnen, noten en/of referenties
|