Friso de Zeeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Friso de Zeeuw
Friso de Zeeuw.jpg
Algemene informatie
Naam Willem Cornelis Theodorus Friso de Zeeuw
Geboren 11 januari 1952
Partij PvdA
Politieke functies
1978-1980 Gemeenteraad Monnickendam
1980-1987 Wethouder
1988-1993 Provinciale Staten Noord-Holland
1993-1998 Gedeputeerde Noord-Holland
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Friso de Zeeuw (Rotterdam, 11 januari 1952) is een Nederlandse rechtsgeleerde, projectontwikkelaar, bestuurder, hoogleraar, publicist, oud-politicus voormalig organisatieadviseur.

Biografie[bewerken]

De Zeeuw studeerde, na het behalen van zijn gymnasium-Beta-diploma, staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkte van 1976 tot 1979 bij een stedenbouwkundig bureau. Daarna was hij werkzaam bij de gemeente Amsterdam en wethouder (PvdA) van de toenmalige gemeente Monnickendam. Van 1987 tot 1993 was hij senior organisatieadviseur bij Berenschot. Van 1993 tot 1998 was hij vervolgens gedeputeerde van de provincie Noord-Holland.

Sinds 1998 is hij directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds Ontwikkeling.[1] Vanaf 2006 is De Zeeuw tevens praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.[2] Verder bekleedt hij een tiental bestuursfuncties en commissariaten. Ook schreef De Zeeuw een drietal boeken, waarvan twee over gebiedsontwikkeling, en publiceerde hij een groot aantal artikelen over uiteenlopende onderwerpen.[3]

Bouwfonds Ontwikkeling[bewerken]

De Zeeuw richt zich als directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling op het verkennen en introduceren van nieuwe marktgebieden in projectontwikkeling en gebiedsontwikkeling[4]. In de afgelopen jaren waren dat onder meer stedelijke herstructurering, betaalbare koopwoningen, herontwikkeling van multifunctionele gebieden en nieuwe publiek-private samenwerkingsvormen.

Recentelijk richtte hij zich op de 'voorwaartse integratie' van Bouwfonds Ontwikkeling, wat inhoudt dat het bedrijf in een eerder stadium de regie neemt over planvorming en grondexploitatie van grote en kleine woongebieden, inclusief alle daarbij horende voorzieningen.[5][6] In een later stadium worden de bouwplannen dan overgedragen aan uitvoerende bouwbedrijven, voor verdere uitwerking en realisatie. Bouwfonds ambieert in dat verband de rol van 'master-developer', wat specifieke eisen zou stellen aan de kennis en kunde van de medewerkers. In het verlengde hiervan draagt De Zeeuw bij aan de implementatie van de strategie van Bouwfonds.

De Zeeuw onderhoudt intensief contact met de Rijksoverheid, provincies, gemeentes en waterschappen.[7] Bij het delen van kennis met overheden en het reflecteren op hun voorstellen, tracht De Zeeuw de praktijkervaring te gebruiken van zijn collega's, die dagelijks concreet de praktijk aansturen.

De directeur Nieuwe Markten heeft in zijn ogen ook de taak om doorgeslagen vernieuwingsideeën scherp aan de orde te stellen en stelt zich in die zin ten doel "oude, nog steeds goed functionerende markten" te beschermen.[8] Zo bepleit hij het "werkbaar houden" van het omgevingsrecht[9][10] en het "kritisch toetsen van alternatieve verdienmodellen op hun realiteitswaarde".[11] In de ruimtelijke ordening bepleit hij een goede balans tussen transformaties van de bestaande voorraad, binnenstedelijk bouwen en uitbreidingslocaties.[12][13] Hij vindt het bijvoorbeeld onterecht om Vinex af te serveren als een mislukt woonprogramma.[14] Bij nieuwe uitbreidingsplannen, zoals dat voor de Bloemendalerpolder, gaat hij graag de discussie aan met tegenstanders.[15][16]

De Zeeuw vraagt vaak aandacht voor de invloed van de ruimtelijke economie op de stedelijke ontwikkeling, op groei en krimp, en op transactieprijzen van grond en gebouwen.[17] Hij introduceerde het begrip 'rompertje' voor het (qua contouren op een rompertje gelijkende) deel van Nederland dat economisch en demografisch het sterkst is.[18][19] Hij kantte zich tegen het dogma van 'De Randstad versus de rest van Nederland' en bracht de krachtige ontwikkeling van de Brabantse steden (voornamelijk Eindhoven) in beeld.

Hij plaatst daarnaast de specifieke Nederlandse (vastgoed)crisis in internationaal perspectief. De stormachtige ontwikkeling van een aantal Duitse en Franse stedelijke gebieden geeft hem aanleiding voor de opvatting dat gebiedsontwikkeling en projectontwikkeling Bouwfonds evenveel perspectief bieden en dat zowel kleinschalige als grootschalige projecten tot de kerncompetenties van het bedrijf behoren.[20] De Zeeuw benadrukt de betekenis van grondexploitatie als financieel-economische motor voor gebiedsontwikkeling. Professionele (publieke en private) aansturing daarvan ziet hij als cruciaal. Hij meent dat grondexploitatie voor de crisis te zeer was gereduceerd tot 'flappentap' voor allerlei publieke voorzieningen.[21]

Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling[bewerken]

Naast directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling is De Zeeuw ook praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft.[22] In de leeropdracht van zijn leerstoel staat 'Goed opdrachtgeverschap bij gebiedsontwikkeling' centraal. De focus ligt daarbij op de samenwerking tussen overheid en marktpartijen. Als tweede accent geldt 'duurzame gebiedsontwikkeling en marktkwaliteit'. De leerstoel geeft onderwijs, doet onderzoek en onderneemt maatschappelijke activiteiten.

Omdat gebiedsontwikkeling complexe processen behelst, is het cruciaal dat opdrachtgevers op de juiste wijze sturing geven. Alleen dan kan de juiste kwalitatieve, ruimtelijke ontwikkeling tot stand gebracht worden, stelt De Zeeuw.[23] De Zeeuw en zijn collega’s onderzochten in de periode van 2006 tot 2009 hoe sturing door de opdrachtgever er het best uit zou kunnen zien. Een van de onderwerpen die zij daarbij van belang achtten, is “het menselijk tekort”. Gebiedsontwikkeling zou soms onnodig complex worden gemaakt en balanceren tussen chaos en orde. Sturing door de opdrachtgever zou veel te maken hebben met het omgaan met onzekerheden. Een project heeft daarom meer kans van slagen als het geleid wordt door goede, professionele mensen en als hun betrokkenheid van continue aard is, zo stellen de auteurs. Het zou bovendien van belang zijn om buiten de eigen denkkaders te kunnen stappen en voorbij het eigen belang te kijken, meer nog dan het bezitten van kennis uit de exacte wetenschappen. De Zeeuw en zijn collega´s zien goede opleiding en bijscholing voor professionals in theorie en praktijk daarom als deel van hun opdracht.

Gebiedsontwikkeling, projectontwikkeling en kavelontwikkeling[bewerken]

In 2013 meent De Zeeuw dat gebiedsontwikkeling als vakgebied een verscherpte positionering nodig heeft.[24] Er zou thans veel verwarring bestaan over de gehanteerde begrippen, die bovendien aan erosie onderhevig zouden zijn. Gebiedsontwikkeling lijkt met projectontwikkeling gefuseerd en zelfs het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad wordt gebiedsontwikkeling genoemd, zo vindt de hoogleraar. Hij vindt dat men scherper onderscheid moet maken tussen gebiedsontwikkeling, projectontwikkeling en kavelontwikkeling. De verscherping van begrippen zou de professie versterken, een goede selectie van partijen ondersteunen en een beter handelingsperspectief bieden. Echter, de verscherpte begripsafbakening betekent niet dat de gebiedsontwikkeling in oude glorie wordt hersteld, vindt De Zeeuw.[24] Daarvoor zouden ook het “dichtgetimmerde masterplan” en het “vacuüm gezogen bestemmingsplan” losgelaten moeten worden.[25] De Zeeuw pleit voor lange lijnen (met een visie over het gebied en de basisinfrastructuur van wegen, water en groen) en de “kleine korrel” (de realisatie en investeringen in gebouwen). Gebiedsontwikkeling heeft wat hem betreft tot doel een groter gebied met verschillende locaties en functies te veranderen, waardoor commerciële en maatschappelijke meerwaarde kan ontstaan. De veranderingen in gebiedsontwikkeling die De Zeeuw voor ogen heeft, gaan gepaard met (risicodragende) investeringen in grond en gebouwen.[24] Gebiedsontwikkeling zou gestalte moeten krijgen in een ‘masterplan nieuwe stijl’, waarbij de stip op de horizon duidelijk is, maar de weg daar naartoe nog open ligt. Het masterplan nieuwe stijl heeft een verleidelijk verhaal als basis, met een focus op de kernkwaliteiten van het gebied. De fysieke structuurelementen (wegen, water en groen) worden vastgelegd. Op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe, wanneer, met wie en onder welke financiële voorwaarden de verschillende plandelen tot invulling kunnen komen. Hierbij horen een grondexploitatie, publiek-private contracten en een gebiedsbusinesscase. Tegelijkertijd blijft er meer ruimte voor marktgerichte en gefaseerde invullingen. De aanpak biedt ook ruimte voor tijdelijke en spontane initiatieven, doordat de invulling deels openligt. Een masterplan nieuwe stijl kan de basis leggen voor publiek-private contracten, zonder dat deze ook per se gebruikt moeten worden. Als voorbeelden van gebiedsontwikkelingsprojecten waar een masterplan nieuwe stijl is gebruikt, noemt de Zeeuw onder meer de Spoorzone in Delft, de Bloemendalerpolder tussen Muiden en Weesp, de wijk Laakhaven-West in Den Haag en het Cruquiusgebied in Amsterdam.

Projectontwikkeling en kavelontwikkeling zijn deel van gebiedsontwikkeling en het raamwerk van het masterplan. Projectontwikkeling is volgens De Zeeuw een zaak van kortere duur, vooral door kleinere hoeveelheden gebouwen en woningen (vijf tot honderd stuks). Een inhoudelijke marktgerichte benadering en time to market zijn daarbij wat hem betreft essentieel. De realisatie kan in fases ten uitvoer worden gebracht, maar voor de beleving van gebruikers vindt hij een suggestie van compleetheid wel vereist, ook al volgen er later nog meer etappes in de planontwikkeling. Bij kavelontwikkeling denkt De Zeeuw aan particulier opdrachtgeverschap (voor zowel wonen, bedrijven als winkels) en initiatieven van in het gebied gevestigde vastgoedeigenaren voor vernieuwing of uitbreiding van hun vastgoed op eigen terrein. Het modieuze begrip ‘organisch ontwikkelen’ vindt hij op deze kleine schaal nog het best van toepassing.

Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling[bewerken]

De Zeeuw is recent nauw betrokken bij het zogenoemde Bouwteam dat de opdracht heeft om een Investerings- en Innovatieagenda voor de woning- en utiliteitsbouwsector op te stellen.[26][27] Het team, bestaande uit overheden, marktpartijen en deskundigen, ontwikkelde de “Actieagenda Bouw”, die nu wordt uitgevoerd door zeventien zogenoemde Actieteams. De Zeeuw is voorzitter van het Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling.[28]

Volgens het Actieteam wordt veel goedbedoeld overheidsbeleid opgezet vanuit één bepaald oogpunt, zoals parkeerbeleid, brandveiligheid of beperking van geluidhinder.[29] Door de opéénstapeling van al deze regelgeving en beleidsnota’s zouden projecten vertraging oplopen en zouden er onnodig hoge kosten zijn. Dat zou broodnodige investeringen vaak in de weg zitten, vooral als de regels star en bureaucratisch worden toegepast. In de tijd voor de crisis konden Nederland zich dat al eigenlijk niet meer veroorloven, maar nu helemaal niet meer, aldus het Actieteam.

Het team roept daarom in zijn rapport op een einde te maken aan het “drama van de goede bedoelingen”.[29] De Zeeuw en zijn team muntten hiertoe de term ‘ontslakken’: flexibeler, sneller en goedkoper inspelen op initiatieven voor gebiedsontwikkeling en vastgoedinvesteringen. Het rapport bevat veertig concrete manieren om dat te doen, vrijwel allemaal afkomstig uit gemeentelijke praktijkervaring. Zij lopen uiteen van het afschaffen van lokale regels die een gemeente bovenop landelijke regelgeving heeft gestapeld, tot het weren van projectontwikkelaars die geen oog hebben voor de langere termijn, de zogenoemde ‘hit & run’-ontwikkelaars. Volgens het Actieteam moeten niet alleen overheden actie ondernemen, maar ook marktpartijen, corporaties en particulieren. Marktpartijen die meer speelruimte claimen, zouden bijvoorbeeld in staat moeten zijn om met gemeentebelangen mee te denken. Het vertragen van (verwaarloosde) locaties acht het Actieteam niet acceptabel. Gemeenten zouden zichzelf de mogelijkheid moeten geven van hun eigen regels af te wijken, als de bredere belangenafweging bij het concrete plan daartoe aanleiding geeft. De Zeeuw benadrukt dat de ontslakkingsvoorstellen uit vernieuwing in de praktijk voortkomen en niet bedoeld zijn om af te zetten tegen de gemeentelijke praktijk.

Het zou verder niet alleen een kwestie van regels zijn, maar ook van houding.[30] Gemeentes zouden simpele, gezonde boerenverstandoplossingen moeten durven inzetten. Zo nodig in afwijking van bestaande regelgeving, als niet aantoonbaar is welk maatschappelijk belang zij beschermt.

De Zeeuw en zijn team benadrukken het belang van ontslakken. Het is de laatste tijd een trend om de planologie “uitnodigend” in te richten, opdat particulieren en bedrijven plannen zullen gaan maken voor de ontwikkeling van het gebied. De gemeente laat daarbij ruimte en stroomlijnt vooral het proces. Het Actieteam benadrukt echter dat dat niet zo maar kan slagen. Het gemeentelijke bestuur en de ambtelijke organisatie zouden daar eerst grondig voor moeten ontslakken.

Publicaties[bewerken]

Friso de Zeeuw heeft twee boeken over gebiedsontwikkeling gepubliceerd: "De engel uit het marmer" (2007)[31] en "De engel uit graniet" (2009, samen met Agnes Franzen)[23]. Ook schreef hij een boek over de DDR: "Fascinatie DDR". [32]Verder verschenen er talloze artikelen en columns van zijn hand.[3]

Trivia[bewerken]

In de - aangepaste - garage van het huis van Friso de Zeeuw te Monnickendam zetelt het enige DDR-museum van Nederland.[33] Het museum kwam voort uit een verzameling voorwerpen en documenten uit de voormalige DDR, die Friso en zijn echtgenote sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 aanleggen.[34] Daarnaast heeft De Zeeuw mede het Meezingkoor Waterland opgericht, waarvan hij nog steeds ceremonieel voorzitter is[35]. Tevens is hij de drummer van muziekformatie Combo Monnickenwerk.[36]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bouwfonds Ontwikkeling Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  2. TU Delft: Friso de Zeeuw Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  3. a b Publicaties Friso de Zeeuw Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  4. Friso de Zeeuw over Bouwfonds Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  5. Huisman, J.; De Zeeuw, F. (Redactie), De canon van Bouwfonds., Bouwfonds, 2006
  6. Peter Hanff. Projectontwikkeling, de kunst van het gymnastieken. Vastgoedmarkt (november 2010) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  7. Friso de Zeeuw over Bouwfonds Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  8. Friso de Zeeuw; Jos Feijtel en Taco van Hoek, Stop de woonhervormers en breng de huizenmarkt met eenvoudige maatregelen weer in beweging, Het financieele dagblad, 18 juni 2013
  9. NOVA (24 februari 2009) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  10. De Zeeuw, F.; Hobma, F., Knelpunten omgevingsrecht voor gemeenten, December 2006
  11. Processen, Nieuwe verdienmodellen, en de nieuwbouwopgave.. VG Visie (2011) Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  12. Processen, Nieuwe verdienmodellen, en de nieuwbouwopgave.. VG Visie, (2011) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  13. "“Mensen willen niet in de stad wonen”.", NRC Handelsblad, 2 december 2012.
  14. "Kritiek op Vinex-wijken is elitair", De Volkskrant, 7 januari 2004.
  15. Stadskabouters bedreigen plannen Bloemendalerpolder.. Ruimtevolk.nl (24 februari 2013.) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  16. Het Bloemendalerpolder-discours zal zich nog vaak herhalen.. Ruimtevolk.nl (18 maart 2013.) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  17. Buitenhof (21 december 2008) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  18. "Binnen ‘het rompertje’ gebeurt het.", Property NL,, 17 mei 2011.. Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  19. , Financiële effecten crisis bij gemeentelijke grondbedrijven: Actualisatie 2012., Deloitte Real Estate Advisory, 14.
  20. Friso de Zeeuw. "Verstedelijking in Duitsland, Frankrijk en Nederland: Zoek de verschillen.", B&G, juli/augustus 2012.. Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  21. "‘Er zijn gemeenten die het grondbedrijf als flappentap beschouwen’", Binnenlands Bestuur, 21 juli 2006. Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  22. TU Delft Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  23. a b De Zeeuw, F.; Franzen, A., De engel uit graniet, Technische Universiteit Delft, 2009 Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  24. a b c Friso de Zeeuw. Bulletin bij het congres Gebiedsontwikkeling: Werkzame ontwikkelstrategieën. 3-5 (juni 2013.) Geraadpleegd op 22 augusts 2013
  25. Friso de Zeeuw. Bulletin bij het congres Gebiedsontwikkeling: Werkzame ontwikkelstrategieën. 4 (juni 2013.) Geraadpleegd op 22 augusts 2013
  26. Actieagenda Bouw Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  27. Bouwteam komt met voorstellen voor sterkere bouwsector.. Rijksoverheid (19-01-2012) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  28. Actieteam Ontslakken Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  29. a b Ontslakken van gebiedsontwikkeling: wenken voor sneller, goedkoper en flexibeler acteren.. Het Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling (april 2013) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  30. Ontslakken van gebiedsontwikkeling: wenken voor sneller, goedkoper en flexibeler acteren. p.11. Het Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling (april 2013) Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  31. De Zeeuw, F., De engel uit het marmer, 2007 Geraadpleegd op 22 augustus 2013.
  32. De Zeeuw, F., Fascinatie DDR, Malherbe en Partner, 2008
  33. DDR-museum Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  34. Website Friso de Zeeuw Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  35. Meezingkoor Waterland Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  36. Combo Monnickenwerk Geraadpleegd op 22 augustus 2013