Frituurpan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frituurpan-gesloten
Frituurpan-geopend

Een frituurpan, friteuse of frietketel wordt gebruikt om in olie of vet bepaalde gerechten te frituren. De olie wordt verwarmd tot ongeveer 180 tot 200 graden Celsius. In een frituurpan worden vooral snacks (zoals friet, frikandellen en kroketten) gebakken.

Bedrijven die snacks gefrituurd verkopen, worden doorgaans snackbar of cafetaria genoemd. In België worden deze verkooppunten frituur of frietkot genoemd.

Gevaar[bewerken]

Een frituurpan kan brandgevaar opleveren. Wanneer de thermostaat defect is blijft de olie verhitten tot het punt van zelfontbranding waardoor die begint te branden. Om deze reden mag men een frituurpan nooit onbewaakt achterlaten wanneer deze aanstaat. De meeste frituurtoestellen zijn tegenwoordig voorzien van een thermostaatbeveiliging die bij oververhitting het frituurtoestel uitschakelt. Mocht een frituurpan toch in brand staan, dan mag het vuur niet met water worden geblust; dit veroorzaakt een zuil van stoom die meters hoog kan gaan en die brandende olie meeneemt. Beter is het om de zuurstof van het vuur af te sluiten door bijvoorbeeld een deksel, vochtige doek of blusdeken over de frituurpan te leggen. Oververhitte frituurpannen zijn veruit de belangrijkste oorzaak van huisbranden.

Reinigen[bewerken]

Een manier om de frituurpan schoon te maken is door het vet eruit te halen, en de pan vervolgens met keukenpapier goed af te vegen. Vervolgens kan in de pan gedurende enige tijd water worden gekookt waaraan een vaatwastablet is toegevoegd. Het is echter aan te raden geen vaatwastablet te gebruiken indien de binnenpan van aluminium is. Dit omdat vaatwastabletten meestal soda bevatten, wat de beschermlaag van aluminium kan aantasten.