Frozen shoulder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Frozen shoulder
Periarthritis humeroscapularis
In blauw het gewrichtskapsel van het glenohumoraal gewricht
In blauw het gewrichtskapsel van het glenohumoraal gewricht
Synoniemen
Latijn Periarthrosis humeroscapularis[1]

Periarthropathia humeroscapularis[1]
Capsulitis adhaesiva

Nederlands Adhesieve capsulitis
Coderingen
ICD-10 M75.0
ICD-9 726.31
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Frozen shoulder (letterlijk: bevroren schouder) of periarthritis humeroscapularis[1] is een aandoening waarbij de bewegingsmogelijkheid van het schoudergewricht (glenohumeraal gewricht) sterk is verminderd door verminderde elasticiteit van het gewrichtskapsel. Voor de diagnose frozen shoulder is een bewegingsbeperking van meer dan 50% gedurende langer dan drie maanden vereist.

Epidemiologie[bewerken]

De frozen shoulder komt het meest voor bij patiënten tussen de 40 en 60 jaar en vaker bij vrouwen. Diabetes mellitus is geassocieerd met frozen shoulder. Bij patiënten met schouderklachten die naar een polikliniek orthopedie werden verwezen, werd bij 7% als einddiagnose frozen shoulder gesteld.

Oorzaak[bewerken]

In de meeste gevallen is de oorzaak van een 'frozen shoulder' niet duidelijk, dan spreekt men van primaire adhesieve capsulitis. Er is een aantal oorzaken bekend van secundaire adhesieve capsulitis, zoals:

  • Een (minimaal) trauma (bijvoorbeeld een val)
  • Een lange tijd van immobilisatie (bijvoorbeeld na botbreuken)
  • Repeterende belasting (eenzijdig bovenhands werk/sport)

Ook patiënten bekend met diabetes mellitus hebben een grotere kans op het krijgen van adhesieve capsulitis, waarbij gedacht wordt aan een verband met veranderde vascularisatie bij diabetes. Pathofysiologisch is er sprake van een ontstekingsreactie van het gewrichtskapsel. Daarbij is de recessus axilllaris verkleefd.

Beloop[bewerken]

Een frozen shoulder begint meestal eerst met pijnklachten. Pas daarna treedt de bewegingsbeperking op de voorgrond die ook gepaard kan gaan met veel pijn. In een later stadium nemen de pijn en de bewegingsbeperking weer af. De klachten lossen zich vrijwel altijd vanzelf op, maar houden gemiddeld zo'n één tot anderhalf jaar aan. Doordat de spieren lange tijd niet worden gebruikt kunnen soms blijvende bewegingsbeperkingen ontstaan. Doordat de pijn doorgaans snel erger wordt als men niet beweegt, kan een frozen shoulder leiden tot langdurige en ernstige slaapproblemen die het normaal functioneren overdag in grote mate kunnen belemmeren of zelfs onmogelijk maken. In extreme gevallen kan de langdurige slapeloosheid zelfs leiden tot algehele verzwakking en sterk gewichtsverlies.

Behandeling[bewerken]

Een groot deel van de behandeling bestaat uit bestrijding van de pijn, meestal met oraal paracetamol of NSAID's. Omdat het gewrichtskapsel echter weinig doorbloeding heeft, hebben de meeste orale pijnstillers maar een gering effect. Het is ook mogelijk binnen het gewricht (intra-articulair) ontstekingsremmers (corticosteroïden) en pijnstillers (lidocaïne) te injecteren. Ook fysiotherapie wordt gebruikt, zowel actieve bewegingsoefeningen als passieve technieken om de bewegelijkheid van het gewrichtskapsel te verbeteren. Deze behandelingen kunnen de symptomen verlichten, maar veranderen het beloop meestal niet. Als deze conservatieve therapie faalt, is het mogelijk operatief te behandelen. Een orthopedisch chirurg kan de arm onder anesthesie bewegen om het kapsel op te rekken. Ook kan er chirurgisch ruimte worden gemaakt, tussen de musculus subscapularis en de musculus supraspinatus. Dit gebeurt meestal via een kijkoperatie. Sinds kort bestaat er een nieuwe, niet operatieve, methode, die door 1 arts in de wereld wordt uitgevoerd: Oolo Austin Trigenics (OAT) Frozen Shoulder Recovery Procedure. In tegenstelling tot de andere behandelingen wordt de frozen shoulder in 1 behandeling (en wat oefeningen achteraf) verholpen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. a b c Hildebrandt, H. (Red.) (1998). Pschyrembel Klinisches Wörterbuch. (258. Auflage). Berlin/New York: Walter de Gruyter.
  • Winters JC en Diercks RL. Schouderklachten. In: De Jongh TOH, De Vries H en Grundmeijer HGLM, redacteuren. [1]. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2005. p. 707-20.
  • Nelissen RGHH en Rozing PM. Aandoeningen van de schouder. In: Verhaar JAN en Van Mourik JBA, redacteuren. Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2008. p 349.
  • Aandoeningen van de schouder. In: Van de Lisdonk EH, Van den Bosch WJHM en Lagro-Janssen ALM, redacteuren. Ziekten in de huisartsenpraktijk. Maarsen: Elsevier Gezondheidszorg; 2003. p 300-2