Fulco III van Anjou

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fulco III van Anjou
972-1040
Nerra.jpg
Graaf van Anjou
Periode 987-1040
Voorganger Godfried I
Opvolger Godfried II
Vader Godfried I
Moeder Adelheid

Fulco III van Anjou (972 - Metz, 21 juni 1040), na zijn dood ook wel Nerra[1] genoemd om hij een donker uiterlijk zou hebben gehad), was vanaf 21 juli 987 tot zijn dood meer dan vijftig jaar later Graaf van Anjou.

Fulco III was de grondlegger voor de Angevijnse macht. Hij was pas vijftien toen hij zijn vader opvolgde. Hij had een gewelddadig, maar ook vroom karakter. Hij was in staat om daden van grote wreedheid te begaan, maar kon daar ook berouw voor tonen.

Zijn meest beruchte daad beging hij in het jaar 1000 toen hij zijn eerste vrouw (en nicht) Elisabeth van Vendôme in haar trouwjurk in Angers op de brandstapel zette, nadat hij haar van overspel met een geitenhoeder had beschuldigd. In 999 had hij al tevergeefs van haar proberen te scheiden omdat ze hem geen mannelijke nakomelingen had gebaard, en nu was hij vrij om een andere vrouw te huwen. Een paar dagen na de dood van Elisabeth werd Angers door vuur verwoest, wat door de bevolking en door Fulco zelf als een straf van God werd gezien. Als boetedoening maakte hij in 1002 een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Hij zou dit met nieuwe redenen herhalen in 1007, 1008 en 1038, ook bouwde hij de abdij van Beaulieu-lès-Loches. Als een resultaat wordt in de geschiedenisboeken het onderstaande over hem gezegd:

Aanhalingsteken openen

Fulco van Anjou, plunderaar, moordenaar, rover, en zweerder van valse eden, een werkelijk angstaanjagend karakter van duivelse wreedheid, stichtte niet een, maar twee belangrijke abdijen. Deze Fulco werd gedreven door een tomeloze passie, met een karakter dat twee kanten op kon gaan. Wanneer hij ook maar het minste geschil met een buurman had, wierp hij zich op diens land, verwoestte, plunderde, verkrachtte en doodde hij; niets kon hem tegenhouden, nog wel het minst de geboden van God.[2] . . . Een van de meest strijdlustige vechters van de middeleeuwen.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Politieke en militaire carrière[bewerken]

kasteel van Fulco Nerra in Loches

In 990, drie jaar nadat hij zijn vader had opgevolgd, kwam Fulco in conflict met zijn buren. Conan I van Bretagne veroverde Nantes en in reactie daarop stichtte Fulco het Kasteel van Langeais, een van de eerste stenen kastelen. Ook hield Fulco plundertochten in de gebieden van Odo I van Blois maar werd verdreven door diens vazal Gelduin van Saumur. Op 27 juni 992 wist hij in de Slag bij Conquereuil Conan I van Bretagne te verslaan. Conan had het het slagveld goed voorbereid met grachten en valkuilen en wist de aanvallen van Fulco aanvankelijk gemakkelijk af te slaan, maar moest zich overgeven toen hij dodelijk gewond was geraakt. Fulco won hiermee de stad Nantes terug. Odo van Blois belegerde in 995 Langeais maar kon met hulp van koning Hugo Capet worden verdreven. Na de dood van Odo in 996 viel Fulco de Touraine binnen maar moest zich terugtrekken na ingrijpen door Robert II van Frankrijk, die met Odo's weduwe was getrouwd. Na de dood van Elisabeth ging Fulco als boetedoening op een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Gelduin van Saumur profiteerde van zijn afwezigheid en plunderde de Anjou en bouwde midden in Fulco's gebieden het kasteel van Pontlevoy.

Fulco veroverde in de volgende jaren de Maugues op Poitou. In 1007 stichtte hij de abdij van Beaulieu-lès-Loches. In diezelfde tijd vermoordde Fulco de paltsgraaf Hugo van Beauvais, een vazal van de jonge Odo II van Blois, tijdens een koninklijke jachtpartij. Als boetedoening vertrok Fulco in 1008 weer op een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Odo gebruikte zijn afwezigheid om een aantal kastelen te veroveren. Op de terugreis kwam het schip van Fulco in een zware storm terecht en na zijn behouden thuiskomt stichtte hij een abdij gewijd aan Nicolaas van Myra, de beschermheilige van de zeevaarders.

Fulco sloot een bondgenootschap met koning Robert om samen de steeds toenemende macht van Odo van Blois te weerstaan. Op 6 juli 1017 versloeg hij Odo in de Slag om Pontlevoy, en liet alle gevangen ter dood brengen. In 1025 voerde hij een verrassingsaanval uit op het kasteel en de stad Saumur, en liet de stad afbranden. Toen de kerk met de relikwieën van de heilige Florentius ook in brand vloog zou hij hebben uitgeroepen: "Sint Florentius, laat U zelf toch verbranden. Ik zal voor U in Angers een beter tehuis bouwen.". Toen het vervoer van de relikwieën van de heilige naar Angers echter moeilijk bleek, verklaarde Fulco dat Florentius een landelijke boerenpummel was die ongeschikt was voor het stadsleven, en zond hij de relikwieën terug naar Saumur. Fulco steunde vanaf 1031 koning Hendrik I van Frankrijk in het conflict met zijn broer en zijn moeder.

In 1034 droeg Fulco het bestuur over aan zijn zoon Godfried II van Anjou en trok opnieuw naar het Heilige Land, samen met Robert van Normandië. Robert overleed tijdens deze tocht maar Fulco kwam heelhuids weer thuis en moest Godfried met geweld dwingen om het bestuur aan hem terug te geven. Vervolgens veroverde Fulco het kasteel van Saint-Aignan (Loir-et-Cher) op Blois.

Fulco gaf opdracht tot de bouw van bijna honderd gebouwen, kastelen, donjons, en abdijen, waaronder Château-Gontier, Loches (in steen gebouwd), en Montbazon. Hiermee probeerde hij de bescherming van zijn gebied, daar zich uitstrekte van de Vendôme naar Angers en van daar naar Montrichard, zeker te stellen. Fulco III overleed in 1040 te Metz, op de terugreis van zijn vierde bedevaart naar het Heilige Land. Hij ligt begraven in de kapel van zijn klooster bij Beaulieu.

Familie[bewerken]

Fulco Nerra was een zoon van graaf Godfried I van Anjou en diens eerste echtgenote Adelheid van Meaux. Hij huwde tweemaal: met Elisabeth, dochter van Burchard I van Vendôme, en in 1000 met Hildegarde (ovl. 1046). Uit het eerste huwelijk werd Adelheid (990-1032) geboren, die in 1023 met Bodo van Nevers in het huwelijk trad. Uit het tweede huwelijk werden Godfried Martel en Ermengarde van Anjou (1018-1076) geboren. Via Ermengarde was hij een voorvader was van Godfried Plantagenet en de Plantagenet-koningen van Engeland.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dat wil zeggen, le Noir, Frans voor "de Zwarte".
  2. Richard Erdoes, AD 1000: Living on the Brink of Apocalypse, 1988.
  3. Achille Luchaire.