Fundamentele wetenschap
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Fundamentele wetenschap is het deel van iedere vakwetenschap, dat handelt over de grondbeginselen en basismechanismen van het specifieke vakgebied. Het is gericht op kennis omwille van de kennis, zonder dat een concreet nut of toepassing in het zicht hoeft te zijn. Daarom ook soms "zuivere" wetenschap genoemd. Als zodanig is fundamentele wetenschap tegengesteld aan toegepaste wetenschap. Ieder wetenschappelijk vakgebied valt op te delen in een fundamenteel en een toegepast deel.
Inhoud |
[bewerken] Algemeen
Fundamentele wetenschap wordt veelal gedaan aan universiteiten, of in gerelateerde onderzoeksinstituten. In het bedrijfsleven zal de wetenschap toch vooral een economisch doel dienen. Voor een promotietraject is fundamenteel onderzoek gewenst, de assistent in opleiding zal zich hierop richten. Overigens wordt fundamenteel onderzoek ook door 'gewone' wetenschappers en analisten verricht.
[bewerken] Fundamenteel onderzoek
Fundamenteel onderzoek kan gericht zijn op het oplossen van een tekort aan kennis op en bepaald gebied. Dit soort onderzoek wordt uitgevoerd door het ontwikkelen van hypothese en het toetsen van theorie. Fundamenteel onderzoek dient er niet toe een praktisch probleem op te lossen, Zij richt zich in het algemeen op de processen en interactie, los van de directe toepassingen die de verworven kennis op deze proceesen kan hebben. Het is op termijn wel van belang, dat dergelijke inzichten het ontwikkelen van mogelijke toepassingen bevorderen.
Fundamenteel onderzoek wordt ook wel theoriegericht onderzoek genoemd. En dit is tegenovergesteld aan toegepast onderzoek.
[bewerken] De empirische cyclus
De empirische cyclus is ontwikkeld door Adriaan de Groot en is een veelgebruikte fasering van onderzoek.[1] Deze cyclus is kenmerkend voor de stappen van theoriegestuurd onderzoek, en bestaat uit de cyclus van het waarnemen, proberen en evalueren van het resultaat. Dit onderzoeksproces wordt geïnitieerd door een kennisprobleem. In de emprische cyclus zijn volgens Korzilius (2000) vijf fasen te onderscheiden: Observatie, inductie, deductie, toetsing en evaluatie.[1]. Van Eijck (1982) onderscheidde hier vier fases, zals in de figuur is aangegeven.[2]
[bewerken] Zie ook
- Empirische wetenschap
- Formele wetenschap
- Fundamentele analyse
- Fundamentele natuurkracht
- Onderzoek
- Wetenschap
- Zuivere wetenschap
Bronnen, noten en/of referenties:

