Fuso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Japanse oorlogsvlag
Fuso
De Fuso op testvaart na een revisie op 10 mei 1933
De Fuso op testvaart na een revisie op 10 mei 1933
Geschiedenis
Besteld 1912
Tewaterlating 28 maart 1914
In dienst 18 november 1915
Status Tot zinken gebracht op 25 oktober 1944 door de USS Melvin
Algemene kenmerken
Type Fuso-klasse
Lengte 205,13 m
Breedte 30,61 m
Diepgang 9,68 m
Deplacement 39154 ton (standaard)
Vaart 22 knopen (WO2: 25 knopen)
Bemanning 1400
Bewapening 356 mm-kanons: 12
152 mm-kanons: 16
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Fuso (Japans: 扶桑 Fusō was een van de eerste slagschepen van de Japanse Keizerlijke Marine. De naam is een verwijzing naar een oude benaming voor Japan.[1]

De Fuso-klasse bestond uit de Fuso en de Yamashiro. Deze klasse was afgeleid van de schepen uit de Kongo-klasse, bestaand uit de Haruna, Kongo, Hiei en Kirishima. De Fuso-klasse was bewapend met twaalf 356 mm kanonnen opgesteld in zes dubbelloopskoepels op de hartlijn van het schip. Het schip werd besteld bij de marinewerf van Kure kaigun Kosho op 11 maart 1912 en te water gelaten op 28 maart 1914.[bron?] De Fuso werd officieel in dienst genomen op 18 november 1915. Het schip woog 39.154 ton en was 192 meter lang. Het slagschip kon na de aanpassing tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog 25 knopen varen en had een bemanning van 1400 man.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de Fuso niet aanwezig bij de belangrijkste zeeslagen, omdat zij werd gebruikt voor het escorteren van konvooien en ander werkzaamheden. Ondanks alle aanpassingen tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, waarbij het schip onder andere een pagodemast kreeg, vond de Japanse marine de schepen uit de Fuso-klasse te langzaam.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De Fuso werd op 18 april 1942 opgeroepen om de Amerikaanse schepen in te halen die de Doolittle Raid op Japan hadden uitgevoerd. Op 8 juni 1943 werd het schip naar Hashirajima gestuurd om de 353 overlevende scheepslieden van het geëxplodeerde schip Mutsu op te halen. Het nam ook deel aan het versterken van de troepenmacht op Truk in augustus 1943 en op Biak in juni 1944. De Fuso maakte samen met haar zusterschip Yamashiro bij de Slag in de Golf van Leyte deel uit van de zuidelijke groep onder de Japanse admiraal Shoji Nishimura.

Tijdens de slag in de straat van Surigao op 25 oktober 1944, om 9 minuten over 3 's ochtends, werd de Fuso geraakt door 1 of 2 torpedo's afgevuurd door de Amerikaanse torpedobootjager Melvin waardoor ze vlamvatte. Hierop trok ze zich terug uit het gevecht. Rond kwart voor 4 's ochtends explodeerden de magazijnen van de C- of de Q-geschutskoepel (of, waarschijnlijk, beide) waardoor de Fuso doormidden brak. Waarschijnlijk kwamen alle bemanningsleden hierbij om het leven. Het is mogelijk dat enkele drenkelingen de kust hebben bereikt en daar zijn gedood door de inboorlingen die de Japanners vijandig gezind waren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) The Pacific War Papers, door Donald M. Goldstein, Katherine V. Dillon, Potomac (2005) ISBN 978-1574886320