GP wegrace
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Motorsport |
| motorcoureur - motorfietsmerken |
| Wegraces |
| GP wegrace |
| GP wegrace wereldkampioenen |
| 2005 - 2006 - 2007 - 2008 |
| Superbike |
| 2006 - 2007 - 2008 |
| Supersport |
| 2006 - 2007 - 2008 |
De GP wegrace is een serie races voor motorfietsen die jaarlijks wordt georganiseerd door de FIM.
Inhoud |
[bewerk] Ontstaan
Vanaf het ontstaan van de motorfiets, aan het einde van de 19e eeuw, werd de behoefte gevoeld door middel van races vast te stellen welke machine het snelst en betrouwbaarst was.
Dit resulteerde al snel in het organiseren van reguliere en regelmatig weerkerende wedstrijden die door lokale of nationale organisaties werden (en worden) georganiseerd.
Beroemde voorbeelden hiervan zijn: De TT (Tourist Trophy) op het Britse eiland Man en de (niet geheel toevallig gelijknamige) TT in Assen.
[bewerk] Start WK
In 1949 stelde de FIM een officieel wereldkampioenschap in. De klassen waarbij hier een wereldtitel te verdienen was waren 125 cc, 250 cc, 350 cc, 500 cc en de zijspanklasse.
In het eerste seizoen werden zes wedstrijden verreden in respectievelijk Man, Zwitserland, Nederland (Assen), België (Francorchamps), Ulster en Italië. In 1951 en 1952 kwamen de races in Spanje, Frankrijk en Duitsland er bij In Zwitserland werd in 1954 voor het laatst geracet, omdat daar toen mechanische snelheidssporten bij wet werden verboden.
De aanduiding "wereldkampioen" was dus enigszins overdreven omdat er enkel in Europa werd gereden. Hierin kwam pas verandering in de jaren tachtig toen ook in de VS, Zuid-Afrika en Japan races werden gereden. Wel deden er rijders van alle werelddelen aan mee.
De serie wedstrijden bestond uit eendaagse evenementen waarop de wedstrijden in de diverse klassen na elkaar aan bod kwamen.
Op een wedstrijddag kwamen soms alle klassen aan bod, maar meestal waren dat vier of vijf van deze.
Per race kregen de coureurs een aantal punten afhankelijk van hun plaats in de einduitslag; hoe hoger gekwalificeerd, hoe meer punten. Wie aan het eind van het seizoen de meeste punten had verzameld mocht zich wereldkampioen in die klasse noemen.
Het was lange tijd mogelijk dat een coureur in meerdere klassen uitkwam en dus was het ook mogelijk -en kwam ook voor- dat een coureur in meerdere klassen wereldkampioen werd.
In 1962 werd de 50 cc klasse toegevoegd, een klasse waarin Nederlanders meerdere malen successen boekten.
[bewerk] Opheffing/Wijzigingen klassen
In 1983 werd de klasse 350 cc opgeheven omdat het verschil met de klasse 250 cc te klein werd gevonden.
In 1984 werd de klasse 50 cc, ook wel borrelglasklasse genoemd, verhoogd naar 80 cc in een poging deze klasse internationaal aantrekkelijker te maken. Dit mislukte en daarom werd deze klasse in 1990 geheel opgeheven. Vanuit Nederlands perspectief was dit vooral jammer omdat dit nu juist de klasse was waarin door Nederlanders de meeste triomfen werden gevierd (Jan de Vries, Aalt Toersen, Paul Lodewijks, Henk van Kessel, Martin Mijwaart, Hans Spaan).
In 2002 werd de klasse 500 cc omgedoopt in MotoGP waarbij naast tweetakten met een cilinderinhoud van 500cc ook viertakten met een cilinderinhoud tot 990 cc werden toegestaan.
In 2003 startten er alleen nog maar viertakten in de MotoGP, vanwege de lagere kosten en het extra beschikbare vermogen ten opzichte van de 500 cc tweetakten.
In 2007 werd in de MotoGP-klasse de cilinderinhoud van 990 cc verlaagt tot 800 cc.
Deze klasse (de 500cc en tegenwoordig de MotoGP) wordt ook wel aangeduid als de Koningsklasse.
[bewerk] Technische ontwikkeling
Tot in het midden van de zestiger jaren werden alle klassen gedomineerd door viertaktmotoren en meestal hadden deze een of twee cilinders.
In de vijftiger jaren deden viercilindermotoren hun intrede in de zwaarste klassen (Gilera, MV Agusta, Moto Guzzi) maar de Britse een- en tweecilinders (Norton, AJS, Triumph) konden nog aardig meekomen. In 1957 probeerde Moto Guzzi het nog kort met een 500 cc V8 maar liep tegen financiële en technische barrières aan.
In de zestiger jaren begon de Japanse invasie. Door slim de bestaande technieken te kopiëren en deze met veel vernuft te vervolmaken namen achtereenvolgens Honda, Suzuki, Yamaha en Kawasaki het roer al snel over van de Europese fabrikanten.
De technische ontwikkelingen raakten in een stroomversnelling die uitmondde in razendsnelle, hypernerveuze multicilinder racemonsters met als hoogtepunten de Honda 250 cc zescilinder, 125 cc vijfcilinder, 50 cc tweecilinder (allen viertakt), de Suzuki 50 cc tweetakt tweecilinder en de Yamaha 125 viercilinder tweetakt. Door de hoge toerentallen (meer dan 20.000 rpm) hadden de machines een korte powerband en daardoor werden ingewikkelde versnellingsbakken toegepast met soms wel veertien versnellingen.
Aangezien de kosten hierdoor uit de hand begonnen te lopen en het voor privécoureurs onmogelijk werd nog vooraan mee te strijden ging de FIM over tot rigoureuze maatregelen.
[bewerk] Beperkingen door de FIM
Met ingang van 1969 legde de FIM op dat de volgende beperkingen gingen gelden:
- voor alle klassen: maximaal zes versnellingen
- 50 cc - maximaal één cilinder
- 125 cc - maximaal één cilinder
- 250 cc - maximaal twee cilinders
- 350 cc - maximaal twee cilinders
- 500 cc - maximaal vier cilinders
Hoewel het niet de bedoeling was betekenden deze maatregelen in de praktijk het einde van viertaktmotoren als mededingers voor ereplaatsen. Pas in 2002 werd door een regelwijziging het weer mogelijk voor viertaktmachines om mee te doen.
In dat jaar werd de 500cc klasse vervangen door de MotoGP klasse waarin viertaktmachines uitkwamen met een maximale cilinderinhoud van 1000cc en maximaal vijf cilinders.
Dit bleek een goede beslissing te zijn aangezien er meerdere fabrikanten terugkeerden in de GP-racerij, zoals Ducati en Kawasaki. Ook nu weer ontwikkelde de techniek zich razendsnel waardoor de FIM zich genoodzaakt zag nogmaals restricties aan te brengen.
Met ingang van 2007 werd de maximale cilinderinhoud vastgesteld op 800cc.
[bewerk] Recordlijsten
[bewerk] Jongste GP-winnaars in de koningsklasse
| Rijder | Land | Leeftijd | Jaar en plaats |
|---|---|---|---|
| Freddie Spencer | VS | 20 jaar en 196 dagen | 1982, GP België (Spa-Francorchamps) |
| Norick Abe | Japan | 20 jaar en 227 dagen | 1996, GP Japan |
| Dani Pedrosa | Spanje | 20 jaar en 227 dagen | 2006, GP China |
| Randy Mamola | VS | 20 jaar en 239 dagen | 1980, GP België |
| Mike Hailwood | VK | 21 jaar en 75 dagen | 1961, GP Groot-Brittannië |
| Valentino Rossi | Italië | 21 jaar en 144 dagen | 2000, GP Groot-Brittannië |
| Casey Stoner | Australië | 21 jaar en 145 dagen | 2007, GP Qatar |
[bewerk] Jongste wereldkampioen in de koningsklasse
| Rijder | Land | Leeftijd | Jaar |
|---|---|---|---|
| Freddie Spencer | VS | 21 jaar en 258 dagen | 1983 |
| Mike Hailwood | VK | 22 jaar en 160 dagen | 1962 |
| John Surtees | VK | 22 jaar en 182 dagen | 1956 |
| Valentino Rossi | Italië | 22 jaar en 240 dagen | 2001 |
| Gary Hocking | Rhodesië | 23 jaar en 316 dagen | 1961 |
[bewerk] Jongste rijder met zeges in drie klassen
| Rijder | Land | Leeftijd | Jaar |
|---|---|---|---|
| Dani Pedrosa | Spanje | 20 jaar en 227 dagen | 125cc, 250cc, MotoGP |
| Mike Hailwood | VK | 21 jaar en 75 dagen | 125cc, 250cc, 500cc |
| Valentino Rossi | Italië | 21 jaar en 144 dagen | 125cc, 250cc, MotoGP |
| Casey Stoner | Australië | 21 jaar en 145 dagen | 125cc, 250cc, MotoGP |

