Gabriel Marcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gabriel Marcel
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Geboren Parijs, 7 december 1889
Overleden Parijs, 8 oktober 1973
Nationaliteit Vlag van Frankrijk Frankrijk
Beroep filosoof
Overige informatie
Religie katholicisme
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Gabriel Marcel (Parijs, 7 december 1889 - aldaar, 8 oktober 1973[1]) was een Frans filosoof, een van de vooraanstaande Christelijke existentialisten, muziekcriticus en auteur van zo'n 30 toneelstukken.

Hij hield zich vooral bezig met de moderne strijd van het individu tegen de technologische ontmenselijkte maatschappij. Ondanks dat Marcel vaak wordt gezien als de eerste Franse existentialist, dissocieerde hij zichzelf steeds van andere uitgesproken existentialisten zoals Jean-Paul Sartre. Zelf prefereerde hij de term "filosofie van de existentie" om zijn werk en gedachtes samen te vatten.

Marcel was oorspronkelijk niet gelovig, maar bekeert zich tot het katholicisme in 1929, op 39-jarige leeftijd, en zal tot aan zijn dood een verdediger van het geloof blijven. Zijn diepgaande religieuze overtuigingen zorgen in zijn latere leven voor wrijvingen met de Franse linkse intelligentsia.[2]

Existentiële thema's[bewerken]

Naast de eerder vermelde term "filosofie van de existentie", gebruikte Marcel ook de stempel van "neo-Socratisch" (waarschijnlijk vanwege de filosoof Søren Kierkegaard, de vader van het christelijk existentialisme, welke zelf een neo-socratisch denker was).

Zoals eerder vermeld is één van de kernthema's van Marcels filosofie de strijd tussen individu en maatschappij. De moderne samenleving typeert zich doordat zij de subjectiviteit van de mensen zelf bedreigt. Marcel betoogt dat dit komt doordat het wetenschappelijk egoïsme het oorspronkelijke "mysterie" van het zijn heeft vervangen door een vals scenario waar het menselijk leven zou bestaan uit louter technologische "problemen" en "oplossingen". Marcel is er van overtuigd dat in feite een menselijk subject niet werkelijk kan bestaan in een technologische wereld, in plaats daarvan wordt zij vervangen door wat Marcel noemt een "menselijk object". Zoals hij stelt in onder andere zijn werk Les Hommes contre l'humain(De mensen contra het menselijke) heeft de technologie een geprivilegieerde autoriteit die het subject overtuigt om zijn plaats als een 'hij' (en geen 'ik') in het intern wetenschappelijk dialoog te accepteren; hierdoor wordt de mens overtuigd door de wetenschap om zich te verheugen op zijn eigen vernietiging.[3]

Invloed[bewerken]

Voor vele jaren, hield Marcel wekelijkse filosofische discussiebijeenkomsten waar hij vele vooraanstaande jonge Franse filosofen zoals Jean Wahl, Paul Ricoeur, Emmanuel Levinas, en Jean-Paul Sartre ontmoette en beïnvloedde. De invloed van Marcel was vooral gebaseerd op zijn filosofische geschriften en minder op de vele toneelstukken die hij geschreven heeft, een feit dat Marcel zelf verbaasde en teleurstelde omdat hij met zijn toneelstukken het grote publiek wilde bereiken en klaarstomen voor zijn existentiële filosofie.

Werken[bewerken]

Filosofie[bewerken]

  • Existence et objectivité (1914).
  • Journal métaphysique (1914-1923), Paris, Gallimard, 1927.
  • Être et avoir (1918-1933), Paris, Aubier, 1935.
  • Du refus à l'invocation, Paris, Gallimard, 1940. (herdrukt in 1967 onder de titel Essai de philosophie concrète, Paris, NRF/Gallimard, 1967)
  • Homo viator, Paris, Aubier, 1945
  • La Métaphysique de Royce, Paris, Aubier, 1945
  • Position et approches concrètes du mystère ontologique, inleiding door Marcel de Corte. Louvain, E. Nauwelaerts; Paris, Librairie philosophique J. Vrin, 1949
  • Le Mystère de l'être. Paris, Aubier, 1951, 2 volumes
  • Les Hommes contre l'humain, Paris, La Colombe, 1951, herdrukt: Fayard, 1968
  • Le Déclin de la sagesse, Paris, Plon, 1954
  • L'homme problématique, Paris, Aubier, 1955
  • Théâtre et religion, Lyon, Éditions E. Vitte, 1958
  • Présence et immortalité, Paris, Flammarion, 1959
  • La Dignité humaine et ses assises existencielles, Paris, Aubier, 1964
  • Entretiens Paul Ricœur, Gabriel Marcel, Paris, Aubier, 1968, herdruk: présence de Gabriel Marcel, 1999
  • Pour une sagesse tragique et son au-delà, Paris, Plon, 1968
  • En chemin, vers quel éveil ?, Paris, Gallimard, 1971
  • Coleridge et Schelling. Paris, Aubier, 1971
  • Plus décisif que la violence, Paris, Plon, 1971
  • Percées vers un ailleurs, Fayard, 1973
  • Gabriel Marcel interrogé par Pierre Boutang gevolgd door Position et approches concrètes du mystère ontologique., Paris, J.-M. Place Éditeur, 1977
  • Tu ne mourras pas, een selectie van teksten ingeleid door Anne Marcel, préface du P. Xavier Tilliette, éditions Arfuyen, 2005

Theater[bewerken]

  • Le Cœur des autres, Paris, Grasset, 1921
  • L'Iconoclaste, Paris, Stock, 1923
  • Un Homme de Dieu, Paris, Grasset, 1925
  • 1925: La Chapelle ardente, mise en scène Gaston Baty, Théâtre du Vieux-Colombier
  • Le Monde cassé suivi de Position et approches concrètes du mystère ontologique, Paris, Desclée de Brouwer, 1933
  • Le Chemin de crête, Paris, Grasset, 1936
  • Le Dard, Paris, Plon, 1936
  • Le Fanal', Paris, Stock, 1936
  • La Soif, Paris, Desclée de Brouwer, 1938, herdrukt onder de titel Les cœurs avides, La Table Ronde, 1952
  • Théâtre comique : Colombyre ou le brasier de la paix - La double expertise - Les points sur les i - Le divertissement posthume, Paris, Albin Michel, 1947
  • Vers un autre Royaume : L'émissaire - Le signe de la croix. Paris, Plon, 1949
  • Rome n'est plus dans Rome, Paris, La Table Ronde, 1951
  • Croissez et multipliez, Paris, Plon, 1955
  • Mon temps n'est pas le vôtre, Paris, Plon, 1955
  • La dimension Florestan suivi de la conférence Le crépuscule du sens commun, Paris, Plon, 1958

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gabriel (-Honoré) Marcel, Stanford Encyclopedia of Philosophy'
  2. Gabriel Marcel creative existentialism
  3. Ballard, Edward G. (1967), "Gabriel Marcel: The Mystery of Being", in Schrader, George Alfred, Jr., Existential Philosophers: Kierkegaard to Merleau-Ponty, Toronto: McGraw-Hill, pp. 227