Gaius Memmius Gemellus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gaius Memmius (onterecht Gemellus, "De Tweelingbroer", genoemd), Romeins redenaar en dichter, tribunus plebis (66 v.Chr.), vriend van Lucretius en Catullus. Hij overleed in 47 v.Chr.

Zijn privéleven[bewerken]

Hij was gehuwd met Fausta, de dochter van Lucius Cornelius Sulla. Bij haar kreeg hij één zoon, Gaius Memmius. Later scheidde hij van haar, waarop ze hertrouwde met Titus Annius Milo. Bovendien staat Memmius bekend als een rokkenjager. Zo probeerde hij een relatie aan te knopen met de echtgenote van Gnaius Pompeius. In 60 v.Chr. verleidde hij, als aedilis curulis, de vrouw van Marcus Terentius Varro Lucullus.

Zijn politieke leven[bewerken]

Reeds in 66, het jaar van zijn volkstribuunschap, verzette hij zit tegen de triomftocht van Lucius Licinius Lucullus - een veteraan van Sulla (!) - na diens veldtocht in Pontus.

Tijdens zijn pretuur in 58 behoorde hij tot de senaatspartij[1]. In die hoedanigheid voerde hij oppositie tegen Publius Clodius en Julius Caesar. Hij diende zelfs ooit een motie in tegen deze laatste, waardoor alle beslissingen van diens consulaat ongedaan gemaakt zouden worden.

In het begin een hevige aanhanger van Pompeius, kwam hij met deze in conflict, waarop hij overliep naar Caesar, dewelke hij eerder had aangevallen. Ook diens steun verloor hij in 54, het jaar van zijn kandidatuur voor het consulschap, toen een scandaleuze transactie aan het licht kwam waarbij hij en zijn medekandidaat betrokken waren [2].

Opeenvolgend veroordeeld voor illegale praktijken bij de verkiezing, trok hij zich terug te Athene, en nadien, naar Mytilene. Daar bleef hij tot 49 v.Chr.

Memmius in de werken van beroemde schrijvers[bewerken]

Dat hij in het collectieve geheugen zit, heeft hij vooral te danken aan Lucretius, die zijn De rerum natura aan hem opdroeg, mogelijk met het idee om hem te bekeren tot de doctrines van Epicurus. Uit het werk van Cicero[3] blijkt dat hij een landgoed bezat waarop de ruïnes van Epicurus' huis zich bevonden, en dat hij vastbesloten was juist op deze plek een huis voor zichzelf te laten bouwen.

De Romeinse dichter Catullus overstelpt hem in zijn Carmina 10 en 28 met scheldwoorden, omdat hij zijn ondergeschikten slecht zou behandelen.

Ook Cicero uit zich - zoals eerder vermeld in de tekst - zeer negatief over Memmius. In verband met de intrige rond L. Lucullus noemt hij Memmius een Paris, die niet alleen Menelaüs maar ook Agamemnon beledigd heeft[4].

Volgens Ovidius[5] was hij de auteur van erotische gedichten. Hij bezat een behoorlijk retorisch talent, maar zijn minachting voor de Latijnse letteren en voorkeur voor Griekse modellen, vormde een handicap als advocaat[6].

Bronnen[bewerken]

  • William Maxwell Gunn. "Nicomachus" Dictionary of Greek and Roman Biography and Mythology. William Smith, editor. p 1026-1027. 1867.

Referenties[bewerken]

  1. Cic., Ad Quint. Fr. L 2, 5, 15)
  2. Cic., Ad Att. IV 15-18.
  3. Cic., Ad Fam. XIII 1.
  4. Cic., Ad Att. I 18 §3.
  5. Ovid., Trist. II 433.
  6. Cic., Brut. 70.