Galapagosreuzenschildpad
| Galapagosreuzenschildpad IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Harriet (Geochelone nigra darwini), een zeer oud exemplaar. | |||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Chelonoidis nigra (Quoy & Gaimard, 1824) |
|||||||||||||||
| Afbeeldingen Galapagosreuzenschildpad op |
|||||||||||||||
| Galapagosreuzenschildpad op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De galapagosreuzenschildpad[2] of galapagosschildpad (Chelonoidis nigra) is een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
De schildpad komt endemisch voor op de Galapagoseilanden en is een van de bekendste soorten schildpadden ter wereld. Niet alleen inspireerde de galapagosreuzenschildpad Charles Darwin mede tot zijn selectietheorie, ook zijn enkele vertegenwoordigers van deze schildpad erg bekend geworden. Een exemplaar van de voormalige ondersoort Chelonoidis nigra abingdonii die bekendstond als 'eenzame George' was lange tijd de laatste vertegenwoordiger van zijn soort, totdat het dier op 24 juni 2012 stierf.[3] Een exemplaar genaamd Harriet wist een leeftijd te bereiken van meer dan 142 jaar. Tegenwoordig worden deze schildpadden tot andere soorten gerekend, maar veel literatuur vermeldt deze individuen nog als galapagosreuzenschildpad.
Inhoud |
Uiterlijke kenmerken [bewerken]
De galapagosreuzenschildpad is een grote soort die ook erg zwaar kan worden. De schildpad heeft een groene tot grijze kleur, en relatief lange nek en dito poten. De galapagosreuzenschildpad kan een schildlengte bereiken tot één meter, maar inclusief de nek en staart kan de schildpad ruim anderhalve meter lang worden.
De kop is vrij klein en heeft een stompe voorzijde, de schildpad heeft een duidelijk snavelachtige bek. Voor de ogen zijn de gepaarde prefrontale schubben gelegen. Het rugschild of carapax is groen van kleur en heeft een zadelachtige vorm. Oudere exemplaren krijgen een sterk koepelvormig schild. De poten en de kop kunnen bij oudere exemplaren niet in het schild worden teruggetrokken. De kleur van de poten en staart is net als de kop grijs tot zwart. De ledematen en de staart dragen vergrote schubben.
De mannetjes worden groter dan de vrouwtjes en hebben een langere en dikkere staart. Mannetjes hebben daarnaast een hol buikschild en een gele kleur aan de wangen en keel.
Verspreiding en habitat [bewerken]
Deze soort komt alleen voor op de Galapagoseilanden en leeft in allerlei biotopen: van met bomen of met cactussen begroeide plaatsen tot meer open landschappen. Het is de enige soort reuzenschildpad die er leeft, hoewel er 10 in het wild levende ondersoorten zijn die iets verschillen. De schildpad is overdag op het land te vinden, al etend en zonnebadend, maar zoekt 's nachts een modderpoel op waar hij in overnacht. In de modder blijft de schildpad warm, waarschijnlijk speelt dit ook voor de digestie een rol. Ook overdag wordt wel eens in de modder gebaad, waarschijnlijk om van parasieten af te komen.
Voedsel [bewerken]
Zeer jonge exemplaren eten waarschijnlijk wel eens insecten en aas, maar na een paar jaar worden ze volledig vegetarisch. Allerlei planten zoals kool- en loofsoorten worden gegeten, evenals bloemen, bessen en vruchten. Ook staan deze schildpadden erom bekend een enorme hoeveelheid water op te kunnen slaan waardoor ze het lange en droge zomerseizoen kunnen doorstaan. Lange tijd zijn deze schildpadden bejaagd door zeelieden en ontdekkingsreizigers vanwege de schilden, de olie en met name het vlees; ze kunnen wel een jaar zonder water en voedsel, en werden meegenomen op zeereizen als langdurige voedselbron. Van de oorspronkelijke 250.000 bleven er maar enkele duizenden over, maar omdat de soort beschermd is, en de eilanden streng bewaakt worden ziet de toekomst van deze soort er over het algemeen goed uit.
Bescherming [bewerken]
De reden dat het niet goed ging met de schildpad is de invloed van de mens. Er werden namelijk geiten uitgezet op de Galapagoseilanden, die de meeste planten opaten, waarna er voor de schildpadden te weinig overbleef. Ook brachten de schepen onbedoeld ratten mee, die de eieren en de jonge schildpadjes opvraten. De geiten zijn op de meeste eilanden uitgeroeid; de ratten laten zich veel moeilijker vangen en vormen nog steeds een probleem. Het Charles Darwin Research Center[4] op Santa Cruz, Galapagos, Ecuador doet zowel onderzoek naar effectieve manieren om ratten uit te roeien, als onderzoek naar het behoud van de reuzenschildpad. Er worden schildpadeieren uitgebroed en de jonge schildpadjes worden gedurende vijf jaar verzorgd. Na die tijd zijn ze groot genoeg om de ratten te weerstaan. Ze worden weer uitgezet op hun eigen eiland. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de verspreiding en de voedselpatronen van de schildpadden.
Naamgeving en taxonomie [bewerken]
|
Lijst van synoniemen
|
De wetenschappelijke naam van de galapagosreuzenschildpad werd voor het eerst gepubliceerd in 1824 door Jean René Constant Quoy en Joseph Paul Gaimard. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Testudo nigra gebruikt, wat letterlijk 'zwarte schildpad' betekent. Later werd de geslachtsnaam veranderd in Geochelone, en weer later werd de huidige geslachtsnaam Chelonoidis toegewezen. In de literatuur worden hierdoor verscheidene geslachtsnamen gebruikt. Om het nog ingewikkelder te maken werd ook de soortnaam regelmatig veranderd en de bekendste daarvan die in de literatuur wordt gebruikt is elephantopus. Onderstaand is een lijst van alle gebruikte wetenschappelijke namen weergegeven.[5] Dergelijke verouderde namen worden ook wel synoniemen genoemd.
Onderstaande tabel toont voor de volledigheid alle voormalige ondersoorten van de galapagosschildpad, de meeste worden tegenwoordig als aparte soort gezien, andere worden niet meer erkend en enkele worden nog wel als soort maar worden niet langer vermeld omdat ze zijn uitgestorven.
| Lijst van voormalige ondersoorten | ||||
|---|---|---|---|---|
| Oude ondersoortnaam | Auteur | Verspreiding | Status | Geldige naam |
| Chelonoidis nigra abingdonii | Günther, 1877 | Pinta | Uitgestorven (2012) | Chelonoidis abingdoni |
| Chelonoidis nigra becki | Rothschild, 1901 | Isabela | Erkend als soort | Chelonoidis becki |
| Chelonoidis nigra chathamensis | Vandenburgh, 1907 | San Cristóbal | Erkend als soort | Chelonoidis chathamensis |
| Chelonoidis nigra darwini | Vandenburgh, 1907 | San Salvador | Erkend als soort | Chelonoidis darwini |
| Chelonoidis nigra ephippium | Günther, 1847 | Pinzon | Niet meer erkend | N.v.t. |
| Chelonoidis nigra guntheri | Bauer, 1889 | Isabela | Niet meer erkend | N.v.t. |
| Chelonoidis nigra hoodensis | Vandenburgh, 1907 | Española | Erkend als soort | Chelonoidis hoodensis |
| Chelonoidis nigra microphyes | Günther, 1847 | Isabela | Niet meer erkend | N.v.t. |
| Chelonoidis nigra nigra | Quoy & Gaimard, 1824 | zuidwestelijk Isabela | Uitgestorven | Chelonoidis nigra nigra |
| Chelonoidis nigra nigrita | Duméril & Bibron, 1835 | Santa Cruz | Hernoemd ivm ongeldige naam | Chelonoidis porteri |
| Chelonoidis nigra phantastica | Vandenburgh, 1907 | Fernandina | Uitgestorven | N.v.t. |
| Chelonoidis nigra vandenburghi | De Sola, 1930 | Isabela | Niet meer erkend | N.v.t. |
| Chelonoidis nigra vicina | Günther, 1874 | Isabela | Erkend als soort | Chelonoidis vicina |
Externe link [bewerken]
- (de) Santa Cruz Schildkröte, website met afbeeldingen van de Universiteit Hamburg.
|
Referenties
Bronnen
|