Galigaan
| Galigaan | |||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||||||
| Cladium mariscus (L.) Pohl (1809) |
|||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
De galigaan (Cladium mariscus) is een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen. De plant komt van nature voor over de gehele wereld. Het is de enige soort uit het geslacht Cladium.
De grijsgroene plant wordt 0,9-1,8 m hoog en heeft dikke, kruipende, vertakte wortelstokken. De plant kan dichte haarden vormen. De holle stengel is rolrond of stomp driekantig. De lijnvormige, tot 2 m lange en 0,7-1,5 cm brede bladeren zijn naar boven scherp gekield. De versmalde top is driekantig. Het blad is aan de randen en aan de kiel vlijmscherp en ruw door de naar voren gerichte stekeltjes.
Galigaan bloeit in juni en juli met een lange, sterk vertakte bloeiwijze bestaande uit vele in hoofdjes staande, bruine, sigaarvormige, 3-5 mm lange aren. Aan de onderkant van de aar zitten drie of meer kafjes zonder bloempje. Daarboven zitten één of twee grotere kafjes met een tweeslachtig bloempje met soms daarboven nog een kafje met een mannelijke bloempje. Een vrouwelijk bloempje heeft drie stempels.
De 3-3,5 mm lange vrucht is een rond, glanzend donkerbruin nootje met een lange stekelpunt (snavel) en zit op een wit schijfje.
De plant komt voor in moerassen, duinvalleien, langs plassen en vennen. Onder meer in het natuurgebied Panneweel kan de galigaan gevonden worden.
[bewerken] Namen in andere talen
- Duits: Binsenschneide, Schneidried
- Engels: Great Fen-Sedge, Swamp Sawgrass
- Frans: Marisque
[bewerken] Externe link
- Galigaan (Cladium mariscus) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)