Galloway (runderras)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Galloways in Millingerwaard
Galloways in Alphen aan den Rijn

Een galloway is een hoornloos, meestal zwart behaard runderras dat oorspronkelijk uit Schotland komt. Galloways worden vaak in natuurgebieden ingezet als grote grazers. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn niet agressief.

Oorsprong[bewerken]

De galloway stamt af van voornamelijk zwart vee, dat sinds de Keltische tijd in Schotland voorkwam. Dit Keltische vee moet de basis hebben gevormd voor de galloway van Zuidwest-Schotland.

Kenmerken[bewerken]

De galloway is kortbenig en heeft een ruig haarkleed, dat hem 's winters in staat stelt buiten te blijven grazen en zelfs tijdens strenge kou te overleven. Het haar van de galloway is lang en golvend en ook de oorschelpen zijn karakteristiek. Galloway-koeien hebben een gemiddelde schofthoogte van 120 cm en wegen 450-590 kg: stieren zijn gemiddeld 130 cm en wegen 600-900 kg.

De dieren zijn robuust en vruchtbaar. Vaarzen zijn dekrijp op een leeftijd van 20-27 maanden, de tussenkalftijd bedraagt 365 dagen. De koeien, die over een sterk beschermend moederinstinct beschikken, kunnen gedurende hun leven aan 10-12 kalveren het leven schenken. De kalveren wegen bij de geboorte 25-30 kg en zijn vitaal.

Het ras is geschikt voor extensieve vleesproductie. Op driejarige leeftijd is een gallowayrund rijp voor de slacht. Sinds het begin van de 19e eeuw is Galloway-rib een bekende en gewaardeerde vleessoort bij Londense slagers. Het gallowayvlees bevat bijzondere vetten, namelijk alleen de gezonde omega 3-vetzuren die voor het lichaam helemaal verwerkbaar zijn.[bron?]

Verspreiding[bewerken]

Galloways worden ingezet om weilanden te begrazen en te bemesten. De mest trekt weidevogels aan zoals de kievit en de scholekster. Een volwassen galloway heeft ongeveer 1,5 hectare land nodig. Galloways worden in veel natuurgebieden ingezet, zoals in:

Zie ook[bewerken]