Gamelan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gamelan Bali
Gamelan Bali
Gamelan Bali
Twee gong-sets van de Javaanse Gamelan:
rechts buiten hangt de gong ageng;
links buiten de gong suwukan

Gamelan is de benaming voor zowel de muziekstijl, de muziekinstrumenten als de bespelersgroep ervan in Indonesië.

Een gamelanorkest bestaat voornamelijk uit slaginstrumenten zoals drums, kulintangs, gongs en xylofoons, maar ook bijvoorbeeld fluiten. Vooral op Java en Bali is de gamelan heel populair. Het is kenmerkend voor Indonesische volksmuziek.

De gamelan wordt als een van de hoogst ontwikkelde muzikale vormen ter wereld beschouwd. De gamelan hanteert een microtonale toonschaal die afwijkt van de in het Westen gebruikelijke gelijkzwevende stemming en maakt gebruik van complexe ritmische structuren.

Een Balinese danseres met een masker van Rangda de heks-weduwe tijdens een Calon Arang dansvoorstelling met gamelanorkest, Tropenmuseum

De orkesten zorgen vaak voor de muzikale begeleiding van dans-, theater- en met name wajangvoorstellingen.

De naam gamelan is afgeleid van gamel, een Oud-Javaans woord voor handgreep of hamer, omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest slaginstrumenten zijn. De Indonesische term karawitan is de verzamelnaam voor zowel de Javaanse als de Balinese gamelanmuziek. Een gamelanorkest kan bestaan uit vijf tot veertig instrumenten, waaronder de rebab (tweesnarige luit), de suling (bamboefluit), de kendhang (houten trommel), de bonang, de gender, de saron (xylofoon) en de gambang (xylofoon).

Bronzen, koperen en ijzeren slaginstrumenten dateren al van de prehistorie. Wanneer het eerste gamelanorkest is ontstaan, is niet duidelijk. Het hart van de gamelanmuziek wordt gevormd door de grote bronzen gongs, die tot op kilometers afstand te horen zijn.

Sinds de 19e eeuw komen er ook, vooral vrouwelijke (pesinden), zangpartijen voor in de gamelan. De teksten van de gezangen zijn in een archaïsche of literaire taal geschreven en daardoor zelfs voor de Indonesiërs moeilijk te begrijpen. Er wordt geen bladmuziek gebruikt, maar de meeste composities of gendhing zijn nauwkeurig vastgelegd.

De Balinese gamelanmuziek verschilt sterk van de Javaanse. De Balinese vorm kent schrille tonen en levendige ritmes, de Javaanse vorm daarentegen heeft langzame, afgemeten klanken.

Balinese gamelanmuziek typeert zich door met name syncopische ritmes in een hoog tempo. Kenmerkend is het "sangsit"-spel. Sangsit-spelers spelen hetzelfde patroon maar dan net wat later dan de melodiespeler. De melodiepartij wordt verdubbeld.

Het instrumentarium wordt vervaardigd in de districten (Kabupaten) Klungkung en Buleleng. De grote gongs worden meestal geïmporteerd vanuit het Javaanse Solo (Surakarta).

Pelog en Slendro[bewerken]

De twee belangrijkste stemmingen zijn pelog en slendro. Hier een audio voorbeeld van de pelog-toonladder, gespeeld op een gangsa.:

Literatuur[bewerken]

  • Lindsay, Jennifer. Javanese Gamelan. Traditional Orchestra of Indonesia. Oxford etc., OUP, 1979.
  • Kats, J. Wajang Poerwa. Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Foris Publications, 1984 (Herdruk).