Gangesgaviaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De gangesgaviaal (Gavialis gangeticus) is de enige nog levende vertegenwoordiger van de gavialen (Gavialidae). Bekende uitgestorven aanverwanten zijn Rhamphosuchus en de tien meter lange Gavialosuchus (onder afgebeeld). Er zijn daarnaast drie uitgestorven soorten uit het geslacht Gavialis bekend.

Inhoud

[bewerken] Beschrijving

De gangesgaviaal wordt ongeveer 5 tot bijna 6 meter lang, onbevestigde lengtes van 7 meter zijn ook bekend. De kleur is donkergroen of bruin tot bijna zwart, jongere exemplaren zijn olijfgroen met zwarte vlekjes en een donkere bandering, vooral op de staart. Deze kleuren en patronen vervagen naarmate de dieren ouder worden. De gaviaal verschilt sterk van alle andere krokodilachtigen en is direct te herkennen aan de zeer lange, smalle bek die vele kleine tanden bevat, en de puntige hoge stekelkam op de staart direct na de staartwortel. Alleen de onechte gaviaal (Tomistoma schlegelii) heeft een enigszins vergelijkbare schedelbouw maar heeft een bredere snuit. De gangesgaviaal is sterk op het water aangepast en heeft een zijdelings afgeplatte staart, een hoge staartkam, kleine poten en goed ontwikkelde vliezen tussen de tenen om beter mee te zwemmen.

De snuit van de gaviaal is uitstekend geschikt om vis te eten, de smalle bek is licht en geeft weinig weerstand in het water als met een zijwaartse beweging een vis wordt gegrepen. De vele tanden zijn aangepast om glibberige prooien als vissen goed vast te houden. Een gaviaal lijkt niet alleen meer tanden te hebben door de lange bek, maar heeft ook daadwerkelijk het grootste aantal tanden van alle krokodilachtigen. De meeste soorten hebben ongeveer 66 tot 82 tanden in de bek, de gangesgaviaal heeft 106 tot 110 tanden; 5 rijen voortanden (premaxillair) en 23 of 24 rijen tanden (maxillair) in de bovenkaak en 25 of 26 rijen kiezen (mandibulair) in de onderkaak.

Op de snuitpunt van een volwassen mannetje is een vergroeiing op de neus te zien, die behoorlijk opvalt en onregelmatig van vorm is. Lange tijd werd gedacht dat dit een onbedoelde vergroeiing of misschien een ziekte was maar na onderzoek blijkt dat het uitsteeksel meerdere doelen dient. Het wordt onder andere gebruikt als seksuele prikkel voor de vrouwtjes en om lage geluiden te produceren die ver dragen onder water.

[bewerken] Voorkomen en verspreiding

De gangesgaviaal komt voor in Bangladesh, Birma, Bhutan, India, Nepal en Pakistan en leeft uitsluitend in rivieren, met name in de Gangesrivier in India.
Gavialen leven in groepen, ze hebben een sterk versnipperd verspreidingsgebied en zijn een van de zeldzaamste krokodilachtigen. De soort gaat achteruit door overbejaging, habitatvernietiging en de concurrerende commerciële visvangst. Er zijn tegenwoordig minder dan 200 exemplaren in het wild en onlangs (2007) is de beschermingsstatus van de IUCN opgeschroefd van bedreigd (EN, Endangered) naar kritiek (CR, Critically Endangered).

[bewerken] Voedsel

Het voedsel bestaat vrijwel uitsluitend uit vissen, waarschijnlijk worden soms kleine zoogdieren en andere gewervelden gegeten. Juveniele dieren leven van kleine ongewervelden zoals insecten.

Gavialen zijn in vergelijking met andere grotere krokodilachtigen relatief ongevaarlijk omdat ze niet snel zijn op het land en echte viseters zijn. Lange tijd werd echter gedacht dat ze mensen met huid en haar verslonden, omdat er menselijke voorwerpen in de maag werden aangetroffen, zoals kralen. Pas enkele decennia geleden bleek dat de meeste krokodilachtigen kleine steentjes en schelpen doorslikken omdat ze niet kauwen en ze het voedsel met behulp van kleine, harde voorwerpen malen. De door mensen in de rivier gegooide offers die aan de goden werden gebracht vielen op door vorm en kleur en werden simpelweg vaker als maalsteentje uitgekozen.

[bewerken] Voortplanting en levenswijze

Vrouwtjes graven enkele proefholen en het beste wordt verder uitgegraven en als nest gebruikt wat wordt bewaakt. De eitjes zijn de grootste van alle krokodilachtigen en kunnen zo'n 160 gram wegen. Na ongeveer drie maanden komen de jongen uit het ei. Ze worden niet door de moeder in de bek genomen zoals bij veel andere krokodilachtigen, omdat tussen de tanden geen ruimte is, maar de juvenielen worden enige tijd beschermd.

De gaviaal is sterker op het water aangepast dan de meeste soorten krokodilachtigen en buiten het water echter is de gaviaal erg onhandig en kan niet met de buik van de grond loskomen, waardoor er maar zelden dieren op het land foerageren. Jongere dieren komen nog wel eens aan land om te zonnen. Bij verstoring bijt een gaviaal zelden, maar een kaakslag kan door de uit-stekende tanden diepe wonden veroorzaken.

[bewerken] Afbeeldingen


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Crocodilian Species List - Crocodilians - Natural History & Conservation - Website (Over de classificatie)
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Gavialis gangeticus - Website Geconsulteerd 14 november 2009
  • The Reptile Database - Overzicht van de groepen van moderne krokodilachtigen - Website
Persoonlijke instellingen